1Maar de hongersnood bleef het land teisteren.stylusGenesis 12:10, Genesis 12:10, Prediker 9:1, Prediker 9:2, Genesis 42:52En toen al het koren op was, dat zij van Egypte hadden meegebracht, zei hun vader tot hen: Gaat voor ons weer wat levensmiddelen kopen.stylusGenesis 42:1, Genesis 42:2, Genesis 43:20, 1 Timotheüs 5:8, Spreuken 15:163Maar Juda sprak tot hem: Die man heeft ons uitdrukkelijk gewaarschuwd: Waagt het niet, mij onder de ogen te komen, als ge uw broer niet meebrengt.stylusGenesis 44:23, Genesis 44:23, Genesis 43:5, Genesis 43:5, Genesis 42:154Zo gij dus onzen broer met ons meegeeft, zullen wij levensmiddelen voor u gaan kopen;stylus5maar zo ge hem niet laat gaan, vertrekken we niet. Want die man heeft ons gezegd: Waagt het niet, mij onder de ogen te komen, als uw broer niet bij u is.stylusGenesis 42:38, Genesis 44:26, Exodus 20:12, Genesis 42:38, Genesis 44:266Israël hernam: Waarom hebt gij mij dit leed aangedaan, met dien man te vertellen, dat gij nog een broer hadt.stylus7Zij antwoordden: Die man vroeg ons uitdrukkelijk naar ons en onze familie. Hij zeide: Leeft uw vader nog; hebt gij nog een anderen broer? Alleen op die vragen hebben we hem geantwoord. Konden we dan weten, dat hij zou zeggen: brengt uw broer hier?stylusGenesis 43:3, Genesis 43:3, Genesis 42:13, Genesis 43:27, Genesis 42:138En Juda drong bij zijn vader Israël aan: Geef den jongen maar met mij mee, en laten we vertrekken; dan kunnen we in leven blijven en behoeven we niet te sterven, wij, gijzelf en onze kinderen.stylusGenesis 42:2, Genesis 42:2, Deuteronomium 33:6, Deuteronomium 33:6, Ezra 8:219Ik blijf borg voor hem; van mij moogt ge hem terugeisen. Als ik hem niet bij u terugbreng en weer voor u doe staan, blijf ik voor u mijn leven lang schuldig.stylusGenesis 42:37, Genesis 42:37, Filemon 1:18, Filemon 1:19, Genesis 44:3210Hadden we maar niet zo getalmd, dan waren we al voor de tweede keer terug.stylusGenesis 19:16, Genesis 19:1611Toen sprak hun vader Israël tot hen: Als het dan moet, doet het dan maar. Neemt het beste van het land in uw zakken mee, en biedt het dien man als geschenk aan: wat balsem en honing, wat gom en hars, met pimpernoten en amandelen.stylusGenesis 37:25, Genesis 37:25, Jeremia 8:22, Jeremia 8:22, 1 Samuël 9:712Neemt ook een dubbel bedrag aan geld met u mee. Want ge moet het geld teruggeven, dat boven in uw zakken werd gevonden; misschien was het maar een vergissing.stylusGenesis 42:25, Genesis 42:25, Genesis 42:35, Genesis 42:35, 2 Korintiërs 8:2113Neemt dan uw broer mee, en gaat terug naar dien man.stylusGenesis 42:38, Genesis 42:3814Geve de almachtige God, dat ge genade vindt bij dien man, en dat hij uw anderen broer en Benjamin met u laat vertrekken. Wat mij betreft, moet ik kinderloos worden, het zij zo.stylusEsther 4:16, Esther 4:16, Genesis 17:1, Genesis 17:1, Handelingen 21:1415De mannen namen dus het geschenk en een dubbel bedrag aan geld met zich mee, vertrokken met Benjamin naar Egypte, en verschenen voor Josef.stylus16Toen Josef hen met Benjamin zag, beval hij zijn hofmeester: Breng die mannen naar binnen; laat het nodige slachten, en maak een maaltijd gereed; want die mannen zullen vanmiddag bij mij eten.stylusGenesis 44:1, Genesis 44:1, Genesis 43:19, Genesis 43:19, 1 Samuël 25:1117De man deed zoals Josef beval, en bracht de mannen naar het huis van Josef.stylus18Toen de mannen naar het huis van Josef werden gebracht, werden zij bang en zeiden: We worden weggebracht om het geld, dat de vorige maal in onze zakken is teruggevonden. Men wil ons overrompelen en overvallen, ons tot slaven maken, en onze ezels in beslag nemen.stylusGenesis 42:35, Genesis 42:35, Genesis 42:28, Psalmen 73:16, Marcus 6:1619Zij traden op den hofmeester van Josef toe, spraken hem aan bij de deur van het huis, en zeiden tot hem:stylus20Met uw verlof, heer; wij waren vroeger al hier, om koren te kopen.stylusGenesis 42:3, Genesis 42:3, Genesis 42:10, Genesis 42:10, Genesis 43:721Maar toen wij in het nachtverblijf kwamen en onze zakken openden, lag ieders geld boven in zijn zak: ons eigen geld naar het volle bedrag. Dit hebben we nu weer meegebracht,stylusGenesis 43:12, Genesis 43:12, Genesis 42:27, Genesis 42:35, Romeinen 12:1722tegelijk met het andere geld, dat we bij ons hebben, om levensmiddelen te kopen. Wij weten niet, wie ons geld weer in onze zakken heeft gelegd.stylus23Hij gaf hun ten antwoord: Weest maar gerust, vreest niet; uw God en de God van uw vader heeft heimelijk een schat in uw zakken gelegd; want ik heb uw geld ontvangen. Nadat de man ook Simeon bij hen had gebracht,stylusGenesis 42:24, Genesis 42:24, Johannes 20:26, Johannes 14:27, Johannes 20:2624leidde hij hen naar het huis van Josef, en gaf hun water, om hun voeten te wassen, en voer voor hun ezels.stylusGenesis 18:4, Genesis 18:4, Genesis 24:32, Genesis 24:32, Genesis 19:225Zij legden hun geschenken gereed in afwachting van Josef, die tegen de middag zou komen; want zij hadden gehoord, dat hij daar zou eten.stylusGenesis 43:11, Genesis 43:11, Genesis 43:16, Genesis 43:1626Toen Josef thuis kwam, boden zij hem de geschenken aan, die zij van huis hadden meegenomen, en bogen zich voor hem ter aarde neer.stylusGenesis 42:6, Genesis 42:6, Romeinen 14:11, Genesis 37:19, Genesis 37:2027Hij vroeg hun, hoe zij het maakten, en zei: Maakt ook uw oude vader, van wien ge mij hebt gesproken, het nog goed; is hij nog in leven?stylusGenesis 42:13, Genesis 42:13, 1 Samuël 25:5, Exodus 18:7, Genesis 37:1428Zij antwoordden: Onze vader, uw dienaar, maakt het goed, en is nog in leven; en weer bogen zij eerbiedig voor hem ter aarde.stylusGenesis 37:7, Genesis 37:7, Genesis 43:26, Genesis 43:26, 1 Koningen 1:1629Toen hij rondkeek, en zijn broer Benjamin zag, den zoon van zijn moeder, zei hij: Is dat uw jongste broer, van wien ge mij hebt gesproken? En hij voegde er aan toe: God zij u genadig, mijn zoon.stylusGenesis 42:13, Numeri 6:25, Genesis 42:13, Numeri 6:25, Genesis 30:2230Dan snelde Josef weg, om uit te schreien; want bij het zien van zijn broer was hij diep ontroerd. Hij ging zijn kamer binnen en snikte het uit.stylusGenesis 42:24, Genesis 42:24, Jeremia 31:20, Jeremia 31:20, 1 Koningen 3:2631Na zijn gelaat te hebben gewassen, kwam hij weer de kamer uit. Hij vermande zich en sprak: Dient de maaltijd op!stylusGenesis 45:1, Genesis 45:1, 1 Petrus 3:10, 1 Petrus 3:10, Jesaja 42:1432Toen diende men voor ieder afzonderlijk het eten op, voor Josef, voor hen, en voor de Egyptenaren, die met hem aten. Want de Egyptenaren mogen niet met de Hebreën eten: dit is voor de Egyptenaren een gruwel.stylusExodus 8:26, Genesis 46:34, Exodus 8:26, Genesis 46:34, Genesis 43:1633Zo zaten de mannen tegenover hem, van den oudste tot den jongste, juist volgens hun leeftijd; verwonderd keken zij elkaar er op aan.stylus34Hij liet hen van de gerechten bedienen, die voor hem stonden; maar het deel van Benjamin was vijf maal zo groot als dat van ieder der anderen. Zij dronken met hem, en werden vrolijk.stylusGenesis 45:22, Genesis 45:22, 1 Samuël 1:5, 2 Samuël 11:8, 1 Samuël 1:5