Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 42

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 42

1Toen Jakob vernam, dat er in Egypte koren was, zeide hij tot zijn zonen: Wat talmt ge nog?
Handelingen 7:12, Handelingen 7:12, Jozua 7:10, Jozua 7:10, Exodus 5:19
2Ik heb gehoord, dat er koren is in Egypte. Trekt daarheen, en gaat er wat voor ons kopen, zodat we in leven blijven en niet sterven.
Genesis 43:8, Genesis 43:8, Mattheüs 4:4, Genesis 45:9, Genesis 43:4
3Tien broeders van Josef gingen dus op weg, om in Egypte graan te kopen.
Genesis 42:13, Genesis 42:5, Genesis 42:13, Genesis 42:5
4Maar Jakob liet Benjamin, den broer van Josef, niet met de andere broers meegaan; want hij was bang, dat hem een ongeluk zou overkomen.
Genesis 42:38, Genesis 42:38, Genesis 3:22, Genesis 44:27, Genesis 44:34
5Zo kwamen de zonen van Israël, tegelijk met vele anderen, daar aan, om koren te kopen; want er was hongersnood in het land Kanaän.
Handelingen 7:11, Genesis 12:10, Genesis 41:57, Handelingen 7:11, Genesis 12:10
6Josef, die toen het land bestuurde, verkocht persoonlijk aan al de volken der aarde. Ook de broers van Josef gingen dus naar hem toe, en bogen zich voor hem ter aarde neer.
Genesis 18:2, Genesis 37:7, Genesis 37:10, Genesis 45:26, Genesis 44:14
7Zodra Josef zijn broers zag, herkende hij hen, maar hij maakte zich zelf aan hen niet bekend. Bars sprak hij hen toe: Waar komt ge vandaan? Zij antwoordden: Uit het land Kanaän, om koren te kopen.
Genesis 42:30, Genesis 42:30, Mattheüs 15:23, Mattheüs 15:26, Genesis 42:14
8Nu wist Josef zeker, dat het zijn broers waren, en dat zij hem niet hadden herkend;
Johannes 20:14, Lucas 24:16, Johannes 21:4, Genesis 37:2, Johannes 20:14
9en hij herinnerde zich toen de dromen, die hij vroeger had gehad. Hij sprak tot hen: Gij zijt spionnen; ge zijt gekomen, om de zwakke punten van het land te verspieden.
Genesis 37:5, Genesis 37:9, Genesis 37:5, Genesis 37:9, Exodus 32:35
10Zij antwoordden: Neen, heer; uw dienaars zijn enkel gekomen, om levensmiddelen te kopen.
Genesis 37:8, Genesis 37:8, 1 Samuël 26:17, Genesis 44:9, Genesis 27:37
11Wij allen zijn zonen van één man, en wij zijn betrouwbare mensen; uw dienaars zijn geen spionnen.
Genesis 42:19, Genesis 42:19, Genesis 42:33, Genesis 42:34, 2 Korintiërs 6:4
12Hij herhaalde: Niet waar, ge zijt gekomen, om de zwakke punten van het land te verspieden.
13Ze zeiden: Uw dienaren zijn twaalf in getal geweest; wij zijn broeders en zonen van één man uit het land Kanaän. De jongste is bij onzen vader gebleven, en één is er niet meer.
Genesis 37:30, Genesis 37:30, Genesis 44:20, Genesis 42:32, Genesis 44:20
14Josef hernam: Ik blijf er bij; ge zijt spionnen.
Job 13:24, Job 19:11, Mattheüs 15:21, Mattheüs 15:28, Genesis 42:9
15Dat is nu juist een punt, om u op de proef te stellen; bij het leven van Farao, gij komt hier niet vandaan, eer uw jongste broer naar hier is gekomen.
1 Samuël 17:55, 1 Samuël 17:55, Genesis 42:16, 1 Samuël 1:26, Genesis 42:12
16Stuur dus een van u, om uw broer te halen; gij blijft hier gevangen achter. Zo kan worden onderzocht, of ge de waarheid hebt gesproken. En zo dit niet het geval is: bij het leven van Farao, dan zijt ge verspieders.
Genesis 42:11, Genesis 42:11
17Nu liet hij hen drie dagen lang te zamen in de gevangenis opsluiten.
Genesis 40:4, Genesis 40:4, Genesis 40:7, Genesis 40:7, Genesis 41:10
18Op de derde dag sprak Josef tot hen: Ge kunt uw leven redden, zo ge doet wat ik zeg; ook ik ben een godvrezend man.
Leviticus 25:43, Leviticus 25:43, Nehemia 5:15, Nehemia 5:15, Genesis 20:11
19Wanneer gij betrouwbare mannen zijt, laat dan een van uw broers als gevangene in uw kerker achter; de anderen van u kunnen vertrekken, en koren meenemen, om de honger van uw gezinnen te stillen.
Genesis 42:26, Genesis 40:3, Jeremia 37:15, Genesis 41:56, Jesaja 42:22
20Maar ge brengt uw jongsten broeder naar mij toe, om de waarheid van uw woorden te bewijzen; dan zult ge niet sterven. Daar gingen ze op in.
Genesis 44:23, Genesis 43:5, Genesis 42:34, Genesis 44:23, Genesis 43:5
21Maar ze zeiden toch onder elkander: Waarachtig, we hebben het aan onzen broer verdiend. Wij hebben zijn doodsangst gezien, maar niet naar hem willen luisteren, toen hij ons om genade smeekte. Daarom komt deze ramp over ons.
Hosea 5:15, Hosea 5:15, Job 36:8, Job 36:9, Genesis 37:23
22Ruben voegde er nog aan toe: Heb ik u niet gezegd, u niet aan den knaap te bezondigen? Maar gij hebt niet willen luisteren. Zie, nu wordt zijn bloed teruggeëist.
2 Kronieken 24:22, 1 Koningen 2:32, Psalmen 9:12, 2 Kronieken 24:22, 1 Koningen 2:32
23Ze wisten niet, dat Josef hen verstond; want ze hadden zich van een tolk bediend.
Johannes 16:13, Johannes 16:14, 2 Korintiërs 5:20, Johannes 16:13, Johannes 16:14
24Josef weende met de rug naar hen toe. Daarna keerde hij zich om, en onderhield zich met hen. Hij liet Simeon uit hun midden weghalen, en hem voor hun ogen in boeien slaan.
Genesis 43:30, Genesis 43:30, Jesaja 63:9, Genesis 45:14, Genesis 45:15
25Nu gaf Josef bevel, hun zakken met koren te vullen, maar in ieders zak het geld terug te leggen, en hun mondvoorraad mee te geven voor onderweg. Zo deed men.
1 Petrus 3:9, 1 Petrus 3:9, Genesis 45:21, Mattheüs 6:33, Romeinen 12:17
26Zij laadden het koren op hun ezels, en trokken weg.
27Maar toen een van hen in het nachtverblijf zijn zak opendeed, om zijn ezel te voeren, vond hij het geld bovenop in de zak.
Exodus 4:24, Exodus 4:24, Lucas 2:7, Genesis 43:21, Genesis 43:22
28Hij zei tot zijn broers: Mijn geld is terug; daar ligt het in mijn zak. Zij bestierven het van schrik, en zeiden tot elkander: Wat laat God ons nu overkomen?
Psalmen 61:2, Klaagliederen 2:17, Genesis 42:36, Klaagliederen 3:37, Lucas 21:26
29Zo kwamen zij dan bij hun vader Jakob in het land Kanaän terug, en verhaalden hem alles, wat hun overkomen was.
30Ze zeiden: Die man, die daar het land regeert, heeft ons bars toegesproken, en ons uitgemaakt voor verspieders van het land.
Genesis 42:7, Genesis 42:7
31Wij hebben hem geantwoord: Wij zijn betrouwbare mensen en geen spionnen.
Genesis 42:11, Genesis 42:11
32Wij zijn twaalf broeders geweest, zonen van één vader; één is er niet meer, en de jongste is bij zijn vader in het land Kanaän gebleven.
33Maar de man, die daar het land regeert, sprak tot ons: Dit zal voor mij het bewijs zijn, dat gij betrouwbare mensen zijt; één van uw broers zal bij me blijven; de anderen van u kunnen vertrekken en koren meenemen, om de honger van uw gezinnen te stillen.
Genesis 42:19, Genesis 42:20, Genesis 42:19, Genesis 42:20, Genesis 42:15
34Maar brengt uw jongsten broer tot mij; dan zal ik weten, dat gij geen verspieders zijt. Als gij betrouwbare mannen zijt, geef ik uw broer aan u terug, en kunt gij vrij door het land reizen.
Genesis 34:10, Genesis 34:10, Genesis 34:21, Genesis 34:21, 1 Koningen 10:15
35Toen zij hun zakken ledigden, vond ieder zijn buidel met geld in zijn zak. Bij het zien van hun buidels met geld, werden zij, zowel als hun vader, bevreesd.
Genesis 43:21, Genesis 43:21, Genesis 43:15, Genesis 43:12, Genesis 42:27
36En hun vader Jakob zeide tot hen: Ge maakt me kinderloos; Josef is weg, Simeon is weg, en nu neemt ge ook nog Benjamin weg; het drukt me allemaal zwaar.
Genesis 43:14, Genesis 43:14, Prediker 7:8, Jesaja 27:9, Jesaja 41:13
37Maar nu zei Ruben tot zijn vader: Ge moogt mijn beide zonen doden, als ik hem niet bij u terugbreng. Vertrouw hem mij toe; ik breng hem u terug.
Micha 6:7, Genesis 46:9, Micha 6:7, Genesis 46:9, Genesis 43:9
38Maar hij antwoordde: Mijn zoon gaat niet met u mee; want zijn broer is dood, en hij alleen is nog over. Overkomt hem een ongeluk op de reis, die ge onderneemt, dan zoudt ge mijn grijze haren met kommer ten grave doen dalen.
Genesis 37:35, Genesis 37:35, Genesis 42:4, Genesis 37:33, Genesis 42:4

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 42
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward