1Daarna verscheen Jahweh hem bij de eik van Mamre. Eens, toen hij op een hete middag in de opening van zijn tent zat,stylusGenesis 14:13, Genesis 14:13, Genesis 13:18, Genesis 13:18, Genesis 48:32en zijn ogen opsloeg, zag hij drie mannen voor zich staan. Zodra hij ze zag, liep hij ze van de tentingang tegemoet, boog zich ter aarde,stylusHebreeën 13:2, Hebreeën 13:2, Genesis 18:22, Genesis 18:22, Genesis 19:13en sprak: Heer; als ik genade gevonden heb in uw ogen, ga dan uw dienaar niet voorbij.stylusGenesis 32:5, Genesis 32:54Sta mij toe, wat water te laten brengen; dan kunt Gij u de voeten wassen, en uitrusten onder de boom.stylusGenesis 19:2, Genesis 43:24, Genesis 24:32, Genesis 19:2, Genesis 43:245Ik zal ook een stuk brood laten halen, om u wat te verkwikken, eer ge verder trekt; gij zijt nu toch langs uw dienaar gekomen. Zij zeiden: Doe, wat ge zegt.stylusRichteren 13:15, Richteren 13:15, Richteren 19:5, Genesis 19:8, Richteren 6:186Vlug ging Abraham zijn tent binnen, naar Sara, en sprak: Neem gauw drie maten fijne bloem, kneed ze en bak er broodkoeken van.stylusMattheüs 13:33, Mattheüs 13:33, Jesaja 32:8, Lucas 10:38, Lucas 10:407Zelf liep Abraham naar de kudde, om een mals en mooi kalf te halen; hij gaf het aan zijn knecht, die zich haastte, het klaar te maken.stylusMattheüs 22:4, Lucas 15:27, Amos 6:4, Genesis 19:3, Maleachi 1:148Dan nam hij room en melk met het kalf, dat hij had laten toebereiden, en diende het op; terwijl zij aten, bleef hij zelf bij hen onder de boom staan.stylusGenesis 19:3, Genesis 19:3, Richteren 5:25, Johannes 12:2, Lucas 12:379Nu zeiden zij hem: Waar is Sara, uw vrouw? Hij antwoordde: Hier in de tent.stylusGenesis 24:67, Titus 2:5, Genesis 24:67, Titus 2:5, Genesis 31:3310Toen zeide Hij: Als Ik over een jaar om deze tijd bij u terugkom, zal uw vrouw Sara een zoon hebben. Sara stond achter hem te luisteren bij de opening van de tent.stylusGenesis 21:2, Genesis 21:2, Genesis 17:21, Genesis 17:21, Romeinen 9:811Nu waren Abraham en Sara beiden oud en hoogbejaard, en het ging Sara niet meer naar de wijze der vrouwen.stylusGenesis 17:17, Genesis 17:17, Hebreeën 11:11, Hebreeën 11:12, Hebreeën 11:1112Daarom moest Sara heimelijk lachen, en dacht: Zal er dan nog liefdegenot voor mij zijn, nu ik zelf verwelkt ben, en ook mijn heer al oud is!stylusGenesis 17:17, 1 Petrus 3:6, Genesis 17:17, 1 Petrus 3:6, Lucas 1:1813Maar Jahweh sprak tot Abraham: Waarom lacht Sara toch, en denkt ze: zal ik dan werkelijk nog baren op mijn oude dag?stylusJohannes 2:25, Johannes 2:2514Is er dan iets te moeilijk voor Jahweh? Over een jaar om deze tijd kom Ik bij u terug, en dan heeft Sara een zoon.stylusLucas 1:37, Lucas 1:37, Mattheüs 19:26, Mattheüs 19:26, Marcus 10:2715Sara ontkende het in haar angst, en zei: Ik heb niet gelachen. Maar Hij sprak: Ge hebt wèl gelachen.stylusSpreuken 28:13, 1 Johannes 1:8, Spreuken 28:13, 1 Johannes 1:8, Psalmen 44:2116Daarop stonden de mannen op, en namen de richting van Sodoma, terwijl Abraham mee ging, om ze uitgeleide te doen.stylusHandelingen 21:5, Handelingen 15:3, Handelingen 20:38, Handelingen 21:5, Handelingen 15:317Toen dacht Jahweh bij Zichzelf: Waarom zou Ik voor Abraham geheim houden, wat Ik ga doen?stylusPsalmen 25:14, Amos 3:7, Psalmen 25:14, Amos 3:7, Johannes 15:1518Want Abraham zal zeker een groot en machtig volk worden, en alle volken der aarde zullen in hem worden gezegend.stylusGalaten 3:8, Galaten 3:8, Genesis 26:4, Genesis 26:4, Galaten 3:1419Daarom juist heb Ik hem uitverkoren, opdat hij aan zijn zonen en zijn nageslacht zou bevelen, de weg van Jahweh te bewaren door gerechtigheid en recht te beoefenen; en Jahweh dus aan Abraham vervullen kan, wat Hij hem heeft beloofd.stylusDeuteronomium 6:6, Deuteronomium 6:7, Deuteronomium 4:9, Deuteronomium 4:10, Deuteronomium 6:620Daarom sprak Jahweh: Luid schreit het wraakgeroep over Sodoma en Gomorra, en hun zonde is buitengewoon zwaar.stylusGenesis 19:13, Genesis 19:13, Ezechiël 16:49, Ezechiël 16:50, Jesaja 3:921Ik wil er heen, om te zien, of zij zich werkelijk zo gedragen, als het wraakgeroep klinkt, dat tot Mij is doorgedrongen; Ik wil Mij ervan op de hoogte stellen.stylusExodus 3:8, Exodus 3:8, Genesis 11:5, Genesis 11:5, Genesis 11:722Maar toen de mannen vandaar de weg naar Sodoma wilden inslaan, bleef Abraham voor Jahweh staan,stylusGenesis 19:1, Genesis 19:1, Psalmen 106:23, Ezechiël 22:30, Handelingen 7:5523trad nader, en sprak: Zult Gij nu werkelijk den goede met den kwade verdelgen?stylusNumeri 16:22, Numeri 16:22, 2 Samuël 24:17, 2 Samuël 24:17, Genesis 20:424Misschien dat er toch vijftig rechtvaardigen in de stad worden gevonden; zoudt Gij de plaats dan verdelgen, of zoudt Gij haar niet liever vergiffenis schenken om die vijftig rechtvaardigen, die er worden gevonden?stylusJeremia 5:1, Jesaja 1:9, Jeremia 5:1, Jesaja 1:9, Mattheüs 7:1325Het zij verre van U, zo te handelen, en de goeden met de kwaden te doden, zodat het den rechtvaardige vergaat als den boze. Neen, dat zij verre van U! Zou Hij, die heel de aarde richt, geen recht laten gelden?stylusJob 8:3, Job 8:3, Job 8:20, Job 8:20, Jesaja 3:1026Jahweh sprak: Als Ik vijftig rechtvaardigen in de stad Sodoma vind, dan zal Ik de hele plaats om hunnentwil vergiffenis schenken.stylusJeremia 5:1, Jeremia 5:1, Mattheüs 24:22, Mattheüs 24:22, Ezechiël 22:3027Abraham hernam: Zie, ik waag het, tot mijn Heer te spreken, ofschoon ik maar stof ben en as.stylusJesaja 6:5, Jesaja 6:5, Genesis 3:19, Lucas 5:8, Genesis 3:1928Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf; zoudt Gij dan toch om die vijf de hele stad verdelgen? Hij sprak: Ik zal ze niet verdelgen, als Ik er maar vijf en veertig vind.stylus1 Koningen 20:32, 1 Koningen 20:33, Genesis 18:26, Genesis 18:29, Job 23:329Nu ging hij voort: Misschien worden er veertig gevonden? Hij sprak: Dan zal Ik het niet doen om wille van die veertig.stylusHebreeën 4:16, Efeziërs 6:18, Hebreeën 4:16, Efeziërs 6:1830Nu zeide hij weer: Laat mijn Heer nu niet toornig worden, als ik blijf spreken; misschien worden er maar dertig gevonden. Hij sprak: Ik zal het niet doen, als Ik er dertig vind.stylusEsther 4:11, Esther 4:16, Richteren 6:39, Jesaja 6:5, Psalmen 9:1231Hij zeide opnieuw: Zie, ik heb het nu toch al gewaagd, tot mijn Heer te spreken; misschien dat er twintig worden gevonden. Hij sprak: Ik zal ze niet verdelgen om wille van die twintig.stylusHebreeën 4:16, Genesis 18:27, Hebreeën 10:20, Hebreeën 10:22, Lucas 18:132Hij hield aan: Laat mijn Heer niet toornig worden, als ik nu nog één keer spreek; misschien worden er maar tien gevonden. Hij zeide: Ik zal ze niet verdelgen om die tien.stylusRichteren 6:39, Richteren 6:39, Mattheüs 7:7, Jakobus 5:15, Jakobus 5:1733Toen Jahweh het gesprek met Abraham had beëindigd, ging Hij heen, en keerde Abraham naar zijn woonplaats terug.stylusGenesis 18:22, Genesis 18:22, Genesis 32:26, Genesis 32:26, Genesis 31:55