1Zo werden hemel en aarde voltooid met heel hun heir.stylusPsalmen 33:6, Exodus 31:17, Psalmen 33:6, Exodus 31:17, Exodus 20:112En toen God op de zevende dag het werk had voltooid, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij had gedaan.stylusHebreeën 4:4, Hebreeën 4:4, Exodus 31:17, Exodus 31:17, Deuteronomium 5:143God zegende de zevende dag, en verklaarde die heilig, omdat God toen rustte van al het werk, dat Hij geschapen en tot stand had gebracht.stylusLeviticus 23:3, Leviticus 23:3, Ezechiël 20:12, Marcus 2:27, Ezechiël 20:124Dit is de scheppingsgeschiedenis van hemel en aarde. Toen Jahweh God aarde en hemel gemaakt had,stylusGenesis 5:1, Genesis 5:1, Openbaring 1:8, Openbaring 1:8, Genesis 36:15groeide er op aarde nog geen enkele struik in het wild, en evenmin ontsproot er gras op de velden; want Jahweh God had het nog niet laten regenen op aarde, en er was nog geen mens, om het land te bewerken;stylusGenesis 3:23, Genesis 3:23, Job 5:10, Hebreeën 6:7, Job 5:106maar een damp steeg op uit de aarde, die heel de aardbodem drenkte.stylus7Toen vormde Jahweh God den mens uit kleiaarde, en blies levensadem in zijn neus; zo werd de mens een levend wezen.stylus1 Korintiërs 15:45, Job 33:4, 1 Korintiërs 15:45, Job 33:4, Prediker 12:78Nu plantte Jahweh God een tuin in Eden, in het oosten, en plaatste daarin den mens, dien Hij gemaakt had.stylusGenesis 3:24, Ezechiël 28:13, Genesis 3:24, Ezechiël 28:13, Genesis 13:109Uit de bodem liet Jahweh God allerlei bomen opschieten, prachtig van vorm en met heerlijke vruchten; en midden in de tuin stond de levensboom, en de boom der kennis van goed en kwaad.stylusGenesis 3:22, Genesis 3:22, Openbaring 22:14, Openbaring 2:7, Openbaring 22:1410In Eden ontsprong een rivier, die de tuin bevloeide, en zich verderop in vier takken splitste.stylusOpenbaring 22:1, Openbaring 22:1, Psalmen 46:4, Psalmen 46:411De eerste heet de Pisjon; deze stroomt om het hele land Chawila heen, waar het goud wordt gevonden;stylusGenesis 25:18, Genesis 25:18, 1 Samuël 15:7, Genesis 10:29, 1 Samuël 15:712het goud van dat land is voortreffelijk; men vindt daar ook balsemhars en robijnen.stylusExodus 28:20, Ezechiël 28:13, Job 28:16, Numeri 11:7, Exodus 28:2013De tweede stroom heet de Gichon, en deze omspoelt het hele land van Koesj.stylusJesaja 11:11, Genesis 10:6, Jesaja 11:11, Genesis 10:614De derde stroom heet de Tigris, en loopt ten oosten van Assjoer. De vierde is de Eufraat.stylusDaniël 10:4, Daniël 10:4, Genesis 15:18, Genesis 15:18, Genesis 10:1115Daarop plaatste Jahweh God den mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en te bewaken.stylusPsalmen 128:2, Psalmen 128:2, Genesis 2:8, Genesis 2:8, Efeziërs 4:2816En Jahweh God gaf den mens het volgend gebod: Van alle bomen uit de tuin moogt ge eten;stylus1 Samuël 15:22, 1 Samuël 15:22, 1 Timotheüs 4:4, 1 Timotheüs 4:4, 1 Timotheüs 6:1717maar van de boom der kennis van goed en kwaad moogt ge niet eten; want wanneer ge daarvan eet, zult ge sterven.stylusRomeinen 6:23, Romeinen 6:23, Jakobus 1:15, Jakobus 1:15, Genesis 3:1918En Jahweh God sprak: Het is niet goed voor den mens, dat hij alleen blijft. Ik zal dus een hulp voor hem maken, die hem past.stylusPrediker 4:9, Prediker 4:12, Prediker 4:9, Prediker 4:12, 1 Korintiërs 11:719Toen vormde Jahweh God uit de klei alle dieren op het land en alle vogels in de lucht, en voerde ze naar den mens, om te zien, hoe hij ze zou noemen; want zoals de mens elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten.stylusPsalmen 8:4, Psalmen 8:8, Psalmen 8:4, Psalmen 8:8, Genesis 1:2820De mens gaf dan namen aan alle tamme dieren en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren in het wild, maar vond geen hulp, die hem paste.stylusGenesis 2:18, Genesis 2:1821Nu bracht Jahweh God den mens in een diepe slaap; en terwijl hij sliep, nam Hij een van zijn ribben, en zette er vlees voor in de plaats.stylusGenesis 15:12, Genesis 15:12, Job 4:13, 1 Samuël 26:12, Job 4:1322Dan bouwde Jahweh God een vrouw uit de rib, die Hij uit den mens had genomen, en leidde haar tot den mens.stylus1 Korintiërs 11:8, 1 Korintiërs 11:9, 1 Korintiërs 11:8, 1 Korintiërs 11:9, 1 Timotheüs 2:1323Toen sprak de mens: Deze is eindelijk been van mijn gebeente En vlees van mijn vlees. Mannin zal zij heten, Omdat zij van den man is genomen.stylusEfeziërs 5:28, Efeziërs 5:30, Efeziërs 5:28, Efeziërs 5:30, 1 Korintiërs 11:824Daarom verlaat de man zijn vader en moeder, en hecht zich geheel aan zijn vrouw; en zij worden één vlees.stylusMattheüs 19:3, Mattheüs 19:9, Mattheüs 19:3, Mattheüs 19:9, Efeziërs 5:2825De mens en zijn vrouw waren allebei naakt, maar zij schaamden zich niet voor elkander.stylusGenesis 3:7, Genesis 3:10, Genesis 3:11, Genesis 3:7, Genesis 3:10