1Nu was er een man uit de stam van Levi, die een levietisch meisje tot vrouw had genomen.stylusNumeri 26:59, Numeri 26:59, 1 Kronieken 23:12, 1 Kronieken 23:14, Exodus 6:162De vrouw werd zwanger, en baarde een zoon; en daar ze zag, dat het een flinke jongen was, hield ze hem drie maanden lang verborgen.stylusHebreeën 11:23, Hebreeën 11:23, Handelingen 7:20, Handelingen 7:20, Psalmen 112:53Maar toen ze hem niet langer kon verbergen, haalde ze voor hem een biezen mandje, bestreek dat met asfalt en pek, legde het knaapje daarin, en zette het tussen het riet aan de oever van de Nijl,stylusExodus 1:22, Exodus 1:22, Handelingen 7:19, Genesis 6:14, Handelingen 7:194terwijl zijn zuster op enige afstand bleef staan, om te weten, wat er met hem zou gebeuren.stylusNumeri 26:59, Numeri 26:59, Exodus 15:20, Exodus 15:20, Micha 6:45Toen nu de dochter van Farao de Nijl inging om te baden, terwijl haar slavinnen langs de oever van de Nijl op en neer wandelden, zag zij het mandje tussen het riet, en liet het door haar dienstmeisje halen.stylusHandelingen 7:21, Handelingen 7:21, Psalmen 9:9, Psalmen 12:5, Psalmen 9:96Zij maakte het open en zag, dat er een jongetje in lag te schreien. Zij had er medelijden mee, en sprak: Dat is zeker een van de hebreeuwse jongetjes.stylus1 Petrus 3:8, 1 Petrus 3:8, Handelingen 7:21, 1 Koningen 8:50, Handelingen 7:217Nu zeide zijn zuster tot de dochter van Farao: Wil ik misschien bij de hebreeuwse vrouwen een min voor u roepen, om het knaapje voor u te voeden?stylusExodus 2:4, Exodus 2:4, Numeri 26:59, Numeri 26:59, Numeri 12:18De dochter van Farao antwoordde: Doe dat! Het meisje ging toen de eigen moeder van het kind roepen,stylusPsalmen 27:10, Jesaja 46:3, Jesaja 46:4, Psalmen 27:10, Jesaja 46:39en de dochter van Farao zeide haar: Neem dit kind mee, en voed het voor mij; ik zal u er voor betalen. De vrouw nam dus het kind mee, en voedde het.stylus10Toen de jongen groot genoeg was, bracht ze hem naar de dochter van Farao, die hem als haar zoon behandelde. Zij noemde hem Moses; want, zeide ze, ik heb hem uit het water gehaald.stylusHebreeën 11:24, Genesis 16:11, 1 Samuël 1:20, Handelingen 7:21, Handelingen 7:2211Toen Moses groot was geworden, ging hij eens naar zijn broeders. Terwijl hij daar naar hun dwangarbeid stond te kijken, zag hij, hoe een Egyptenaar een Hebreër, een van zijn broeders, neersloeg.stylusHebreeën 11:24, Hebreeën 11:26, Hebreeën 11:24, Hebreeën 11:26, Exodus 1:1112Hij keek naar alle kanten uit, en toen hij niemand zag, sloeg hij den Egyptenaar dood en verborg hem in het zand.stylusHandelingen 7:24, Handelingen 7:26, Handelingen 7:24, Handelingen 7:2613Daags daarop ging hij weer, en zag twee Hebreën met elkander vechten. Hij zei nu tot hem, die ongelijk had: Waarom slaat gij uw makker?stylusHandelingen 7:26, Handelingen 7:28, 1 Korintiërs 6:7, 1 Korintiërs 6:8, Handelingen 7:2614Hij antwoordde: Wie heeft u tot heer en rechter over ons aangesteld? Zijt gij soms van plan ook mij te vermoorden, zoals gij dien Egyptenaar hebt gedood? Nu werd Moses bang, want hij dacht: Het is dan toch bekend geworden.stylusLucas 12:14, Lucas 12:14, Mattheüs 21:23, Mattheüs 21:23, Genesis 37:1915Toen dan ook Farao er van hoorde, wilde hij Moses ter dood laten brengen. Maar Moses vluchtte voor Farao, en zocht een schuilplaats in het land Midjan. Terwijl hij daar neerzat bij een put,stylusHandelingen 7:29, Hebreeën 11:27, Handelingen 7:29, Hebreeën 11:27, Genesis 24:1116kwamen de zeven dochters van den priester van Midjan om water te scheppen en de drinkbakken te vullen voor de kudde van haar vader.stylusGenesis 24:11, Exodus 3:1, Genesis 24:11, Exodus 3:1, 1 Samuël 9:1117Maar daar de herders haar kwamen verjagen, sprong Moses haar te hulp, en gaf haar kudde te drinken.stylusGenesis 29:10, Genesis 29:10, Genesis 21:25, Genesis 21:25, Exodus 2:1218Toen ze bij haar vader Reoeël kwamen, vroeg hij: Waarom zijt ge vandaag zo vroeg terug?stylusExodus 3:1, Exodus 3:1, Exodus 4:18, Numeri 10:29, Exodus 4:1819Zij antwoordden: Een Egyptenaar heeft ons van de herders bevrijd, ook water voor ons geput, en de kudde laten drinken.stylusGenesis 29:10, Genesis 50:11, Genesis 29:10, Genesis 50:1120Toen zei hij tot zijn dochters: Waar is hij? Waarom hebt gij dien man daar laten staan? Nodigt hem uit, om mee te eten.stylusGenesis 31:54, Genesis 31:54, Genesis 43:25, Genesis 43:25, Genesis 19:221Zo besloot Moses bij dien man te blijven; en deze gaf Moses zijn dochter Sippora tot vrouw.stylusHebreeën 13:5, Genesis 31:38, Genesis 31:40, Hebreeën 13:5, Genesis 31:3822Zij baarde een zoon, dien hij Gersjom noemde; want hij zeide: Ik toef als gast in een vreemd land.stylusHebreeën 11:13, Hebreeën 11:14, Handelingen 7:29, Hebreeën 11:13, Hebreeën 11:1423In die lange tussentijd was de koning van Egypte wel gestorven, maar de Israëlieten zuchtten en klaagden nog steeds onder de zware arbeid, en hun geschrei om verlossing uit de slavernij steeg omhoog tot God.stylusGenesis 18:20, Genesis 18:21, Genesis 18:20, Genesis 18:21, Jakobus 5:424God hoorde hun kermen en was zijn Verbond met Abraham, Isaäk en Jakob indachtig.stylusGenesis 26:3, Genesis 26:3, Psalmen 105:42, Psalmen 105:42, Exodus 6:525God zag neer op Israëls kinderen en bekommerde Zich om hun lot.stylusExodus 4:31, Exodus 4:31, Exodus 3:7, Exodus 3:8, Psalmen 55:22