1En de Heere sprak tot Mozes, zeggende:stylus2Gebied den kinderen Israëls, dat zij tot u brengen zuivere gestoten olijfolie, voor den luchter, om de lampen gedurig aan te steken.stylus2 Korintiërs 4:6, 2 Korintiërs 4:6, Exodus 27:20, Exodus 27:21, Efeziërs 5:83Aäron zal die voor het aangezicht des Heeren gedurig toerichten, van den avond tot den morgen, buiten den voorhang van de getuigenis, in de tent der samenkomst; het is een eeuwige inzetting voor uw geslachten.stylus4Hij zal op den louteren kandelaar die lampen voor het aangezicht des Heeren gedurig toerichten.stylusExodus 31:8, Exodus 31:8, Exodus 39:37, Exodus 37:17, Exodus 37:245Gij zult ook meelbloem nemen, en twaalf koeken daarvan bakken; van twee tienden zal een koek zijn.stylusExodus 25:30, Exodus 25:30, Exodus 40:23, Exodus 40:23, 1 Koningen 18:316En gij zult ze in twee rijen leggen, zes in een rij, op de reine tafel, voor het aangezicht des Heeren.stylus1 Koningen 7:48, 1 Koningen 7:48, Exodus 25:23, Exodus 25:24, Exodus 25:237En op elke rij zult gij zuiveren wierook leggen, welke het brood ten gedenkoffer zal zijn; het is een vuuroffer den Heere.stylusLeviticus 2:2, Leviticus 2:2, Openbaring 8:3, Openbaring 8:4, Openbaring 8:38Op elken sabbatdag gedurig zal men dat voor het aangezicht des Heeren toerichten, vanwege de kinderen Israëls, tot een eeuwig verbond.stylus2 Kronieken 2:4, Numeri 4:7, 2 Kronieken 2:4, Numeri 4:7, 1 Kronieken 9:329En het zal voor Aäron en zijn zonen zijn, die dat in de heilige plaats zullen eten; want het is voor hem een heiligheid der heiligheden uit de vuurofferen des Heeren, een eeuwige inzetting.stylusLeviticus 8:31, Leviticus 8:31, Marcus 2:26, Mattheüs 12:4, Lucas 6:410En er ging de zoon ener Israëlietische vrouw uit, die, in het midden der kinderen Israëls, de zoon van een Egyptische man was; en de zoon van deze Israëlietische en een Israëlietisch man twistten in het leger.stylusNumeri 11:4, Exodus 12:38, Numeri 11:4, Exodus 12:3811Toen lasterde de zoon der Israëlietische vrouw uitdrukkelijk den NAAM, en vloekte; daarom brachten zij hem tot Mozes; de naam nu zijner moeder was Selomith, de dochter van Dibri, van den stam Dan.stylusExodus 3:15, Exodus 18:26, Exodus 18:22, Job 2:5, Leviticus 24:1512En zij leidden hem in de gevangenis, opdat hem, naar den mond des Heeren, verklaring geschieden zou.stylusExodus 18:15, Exodus 18:16, Exodus 18:15, Exodus 18:16, Numeri 27:513En de Heere sprak tot Mozes, zeggende:stylus14Breng den vloeker uit tot buiten het leger, en allen, die het gehoord hebben, zullen hun handen op zijn hoofd leggen; daarna zal hem de gehele vergadering stenigen.stylusDeuteronomium 17:7, Deuteronomium 17:7, Leviticus 20:27, Deuteronomium 21:21, Leviticus 20:2715En tot de kinderen Israëls zult gij spreken, zeggende: Een ieder, als hij zijn God gevloekt zal hebben, zo zal hij zijn zonde dragen.stylusNumeri 9:13, Exodus 22:28, Leviticus 5:1, Numeri 9:13, Exodus 22:2816En wie den Naam des Heeren gelasterd zal hebben, zal zekerlijk gedood worden; de ganse vergadering zal hem zekerlijk stenigen; alzo zal de vreemdeling zijn, gelijk de inboorling, als hij den NAAM zal gelasterd hebben, hij zal gedood worden.stylusMattheüs 12:31, Mattheüs 12:31, Johannes 10:33, Johannes 10:36, Jakobus 2:717En als iemand enige ziel des mensen zal verslagen hebben, hij zal zekerlijk gedood worden.stylusGenesis 9:5, Genesis 9:6, Deuteronomium 19:11, Deuteronomium 19:12, Genesis 9:518Maar wie de ziel van enig vee zal verslagen hebben, hij zal het wedergeven, ziel voor ziel.stylusLeviticus 24:21, Leviticus 24:21, Exodus 21:34, Exodus 21:36, Exodus 21:3419Als ook iemand aan zijn naaste een gebrek zal aangebracht hebben; gelijk als hij gedaan heeft, zo zal ook aan hem gedaan worden:stylusDeuteronomium 19:21, Mattheüs 5:38, Mattheüs 7:2, Deuteronomium 19:21, Mattheüs 5:3820Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; gelijk als hij een gebrek een mens zal aangebracht hebben, zo zal ook hem aangebracht worden.stylusDeuteronomium 19:21, Mattheüs 5:38, Deuteronomium 19:21, Mattheüs 5:38, Exodus 21:2321Wie dan enig vee verslaat, die zal het wedergeven; maar wie een mens verslaat, die zal gedood worden.stylusLeviticus 24:17, Leviticus 24:18, Leviticus 24:17, Leviticus 24:18, Exodus 21:3322Enerlei recht zult gij hebben; zo zal de vreemdeling zijn, als de inboorling; want Ik ben de Heere, uw God!stylusExodus 12:49, Exodus 12:49, Numeri 9:14, Numeri 15:15, Numeri 15:1623En Mozes zeide tot de kinderen Israëls, dat zij den vloeker tot buiten het leger uitbrengen, en hem met stenen stenigen zouden. En de kinderen Israëls deden, gelijk als de Heere Mozes geboden had.stylusHebreeën 2:2, Hebreeën 2:3, Leviticus 24:14, Leviticus 24:16, Hebreeën 10:28