Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Leviticus Hoofdstuk 19

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
LEVITICUS

Leviticus 19

1Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de ganse vergadering der kinderen Israëls, en zeg tot hen: Gij zult heilig zijn, want Ik, de Heere, uw God, ben heilig!
Leviticus 11:44, Leviticus 11:45, Leviticus 11:44, Leviticus 11:45, Leviticus 20:7
3Want ieder zal zijn moeder en zijn vader vrezen, en Mijn sabbatten houden; Ik ben de Heere, uw God!
Exodus 20:12, Exodus 20:12, Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:3, Exodus 20:8
4Gij zult u tot de afgoden niet keren, en u geen gegoten goden maken; Ik ben de Heere, uw God!
Leviticus 26:1, Leviticus 26:1, Exodus 20:23, Psalmen 115:4, Psalmen 115:7
5En wanneer gij een dankoffer den Heere offeren zult, naar uw welgevallen zult gij dat offeren.
Leviticus 7:16, Leviticus 22:29, Leviticus 7:16, Leviticus 22:29, Leviticus 22:19
6Op den dag van uw offeren, en des anderen daags, zal het gegeten worden; maar wat tot op den derden dag overblijft zal met vuur verbrand worden.
Leviticus 7:11, Leviticus 7:17, Leviticus 7:11, Leviticus 7:17
7En zo het op den derden dag enigszins gegeten wordt, het is een afgrijselijk ding, het zal niet aangenaam zijn.
Leviticus 7:18, Leviticus 7:21, Leviticus 7:18, Leviticus 7:21, Jesaja 66:3
8En zo wie dat eet, zal zijn ongerechtigheid dragen, omdat hij het heilige des Heeren ontheiligd heeft; daarom zal dezelve ziel, uit haar volken uitgeroeid worden.
Leviticus 22:15, Leviticus 22:15, Leviticus 5:1, Leviticus 5:1
9Als gij ook den oogst uws lands inoogsten zult, gij zult den hoek uws velds niet ganselijk afoogsten, en dat van uw oogst op te zamelen is, niet opzamelen.
Leviticus 23:22, Leviticus 23:22, Deuteronomium 24:19, Deuteronomium 24:22, Deuteronomium 24:19
10Insgelijks zult gij uw wijngaard niet nalezen, en de afgevallen bezien van uw wijngaard niet opzamelen; den arme en den vreemdeling zult gij die overlaten; Ik ben de Heere, uw God!
Jesaja 17:6, Leviticus 25:6, Jesaja 24:13, Jesaja 17:6, Leviticus 25:6
11Gij zult niet stelen, en gij zult niet liegen, noch valselijk handelen, een iegelijk tegen zijn naaste.
Exodus 20:15, Exodus 20:15, Kolossenzen 3:9, Efeziërs 4:25, Psalmen 101:7
12Gij zult niet valselijk bij Mijn Naam zweren; want gij zoudt den Naam uws Gods ontheiligen; Ik ben de Heere.
Exodus 20:7, Exodus 20:7, Deuteronomium 5:11, Deuteronomium 5:11, Leviticus 18:21
13Gij zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; des dagloners arbeidsloon zal bij u niet vernachten tot aan den morgen.
Jakobus 5:4, Jakobus 5:4, Maleachi 3:5, Maleachi 3:5, Deuteronomium 24:14
14Gij zult den dove niet vloeken, en voor het aangezicht des blinden geen aanstoot zetten; maar gij zult voor uw God vrezen; Ik ben de Heere!
Deuteronomium 27:18, Deuteronomium 27:18, Leviticus 19:32, Leviticus 19:32, Leviticus 25:17
15Gij zult geen onrecht doen in het gericht; gij zult het aangezicht des geringen niet aannemen, noch het aangezicht des groten voortrekken; in gerechtigheid zult gij uw naaste richten.
Deuteronomium 1:17, Deuteronomium 1:17, Spreuken 24:23, Spreuken 24:23, Deuteronomium 27:19
16Gij zult niet wandelen als een achterklapper onder uw volken; gij zult niet staan tegen het bloed van uw naaste; Ik ben de Heere!
Exodus 23:1, Exodus 23:1, Exodus 23:7, Exodus 23:7, Spreuken 20:19
17Gij zult uw broeder in uw hart niet haten; gij zult uw naaste naarstiglijk berispen, en zult de zonde in hem niet verdragen.
1 Johannes 2:9, 1 Johannes 2:9, Lucas 17:3, Lucas 17:3, 1 Johannes 2:11
18Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de Heere!
Romeinen 13:9, Romeinen 13:9, Mattheüs 22:39, Mattheüs 22:40, Mattheüs 22:39
19Gij zult Mijn inzettingen houden; gij zult geen tweeërlei aard uwer beesten laten samen te doen hebben; uwen akker zult gij niet met tweeërlei zaad bezaaien, en een kleed van tweeërlei stof, dooreen vermengd, zal aan u niet komen.
2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:17, 2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:17, Deuteronomium 22:9
20En wanneer een man, door bijligging des zaads, bij een vrouw zal gelegen hebben, die een dienstmaagd is, bij den man versmaad, en geenszins gelost is, en haar geen vrijheid is gegeven; die zullen gegeseld worden; zij zullen niet gedood worden; want zij was niet vrij gemaakt.
Deuteronomium 22:23, Deuteronomium 22:24, Deuteronomium 22:23, Deuteronomium 22:24, Exodus 21:20
21En hij zal zijn schuldoffer den Heere aan de deur van de tent der samenkomst brengen, een ram ten schuldoffer.
Leviticus 6:6, Leviticus 6:7, Leviticus 6:6, Leviticus 6:7, Leviticus 5:1
22En de priester zal met den ram des schuldoffers, voor hem over zijn zonde, die hij gezondigd heeft, voor het aangezicht des Heeren verzoening doen; en hem zal vergeving geschieden van zijn zonde, die hij gezondigd heeft.
Leviticus 4:20, Leviticus 4:26, Leviticus 4:20, Leviticus 4:26
23Als gij ook in dat land gekomen zult zijn, en alle geboomte ter spijze geplant zult hebben, zo zult gij de voorhuid daarvan, deszelfs vrucht, besnijden; drie jaren zal het u onbesneden zijn, daarvan zal niet gegeten worden.
Handelingen 7:51, Leviticus 22:27, Handelingen 7:51, Leviticus 22:27, Jeremia 9:25
24Maar in het vierde jaar zal al zijn vrucht een heilig ding zijn, ter lofzegging voor den Heere.
Spreuken 3:9, Deuteronomium 18:4, Spreuken 3:9, Deuteronomium 18:4, Deuteronomium 14:28
25En in het vijfde jaar zult gij deszelfs vrucht eten, om het inkomen daarvan voor u te vermeerderen; Ik ben de Heere, uw God!
Haggaï 1:9, Haggaï 1:11, Haggaï 1:9, Haggaï 1:11, Maleachi 3:8
26Gij zult niets met het bloed eten. Gij zult op geen vogelgeschrei acht geven, noch guichelarij plegen.
2 Koningen 17:17, Deuteronomium 18:10, Deuteronomium 18:14, 2 Koningen 17:17, Deuteronomium 18:10
27Gij zult de hoeken uws hoofds niet rond afscheren; ook zult gij de hoeken uws baards niet verderven.
Leviticus 21:5, Deuteronomium 14:1, Leviticus 21:5, Deuteronomium 14:1, Ezechiël 44:20
28Gij zult om een dood lichaam geen snijding in uw vlees maken, noch schrift van een ingedrukt teken in u maken; Ik ben de Heere!
Deuteronomium 14:1, Deuteronomium 14:1, Leviticus 21:5, 1 Koningen 18:28, Leviticus 21:5
29Gij zult uw dochter niet ontheiligen, haar ter hoererij houdende; opdat het land niet hoerere, en het land met schandelijke daden vervuld worde.
Deuteronomium 23:17, Deuteronomium 23:18, Deuteronomium 23:17, Deuteronomium 23:18, 1 Korintiërs 6:15
30Gij zult Mijn sabbatten houden, en Mijn heiligdom zult gij vrezen; Ik ben de Heere!
Leviticus 26:2, Leviticus 26:2, Prediker 5:1, Leviticus 19:3, Prediker 5:1
31Gij zult u niet keren tot de waarzeggers, en tot de duivelskunstenaars; zoekt hen niet, u met hen verontreinigende; Ik ben de Heere, uw God!
Jesaja 8:19, Jesaja 8:19, Leviticus 20:27, Leviticus 20:27, Leviticus 20:6
32Voor het grauwe haar zult gij opstaan, en zult het aangezicht des ouden vereren; en gij zult vrezen voor uw God; Ik ben de Heere!
1 Timotheüs 5:1, 1 Timotheüs 5:1, Spreuken 16:31, Klaagliederen 5:12, Spreuken 16:31
33En wanneer een vreemdeling bij u in uw land als vreemdeling verkeren zal, gij zult hem niet verdrukken.
Exodus 23:9, Exodus 22:21, Exodus 23:9, Exodus 22:21, Maleachi 3:5
34De vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, zal onder u zijn als een inboorling van ulieden; gij zult hem liefhebben als uzelven; want gij zijt vreemdeling geweest in Egypteland; Ik ben de Heere, uw God!
Deuteronomium 10:19, Leviticus 19:18, Deuteronomium 10:19, Leviticus 19:18, Exodus 12:48
35Gij zult geen onrecht doen in het gericht, met de el, met het gewicht, of met de maat.
Deuteronomium 25:15, Deuteronomium 25:13, Deuteronomium 25:15, Deuteronomium 25:13, Mattheüs 7:2
36Gij zult een rechte wage hebben, rechte weegstenen, een rechte efa, en een rechte hin; Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland uitgevoerd heb!
Exodus 20:2, Spreuken 11:1, Exodus 20:2, Spreuken 11:1, Deuteronomium 25:13
37Daarom zult gij al Mijn inzettingen en al Mijn rechten onderhouden, en zult ze doen; Ik ben de Heere!
Deuteronomium 8:1, Deuteronomium 8:1, Leviticus 18:4, Leviticus 18:5, Leviticus 18:4

Andere Boeken

LeviticusNumeriDeuteronomium+

Andere Boeken

LeviticusHfst. 19
NumeriDeuteronomiumJozuaRichterenRuth
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward