1Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:stylus2Spreek tot de ganse vergadering der kinderen Israëls, en zeg tot hen: Gij zult heilig zijn, want Ik, de Heere, uw God, ben heilig!stylusLeviticus 11:44, Leviticus 11:45, Leviticus 11:44, Leviticus 11:45, Leviticus 20:73Want ieder zal zijn moeder en zijn vader vrezen, en Mijn sabbatten houden; Ik ben de Heere, uw God!stylusExodus 20:12, Exodus 20:12, Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:3, Exodus 20:84Gij zult u tot de afgoden niet keren, en u geen gegoten goden maken; Ik ben de Heere, uw God!stylusLeviticus 26:1, Leviticus 26:1, Exodus 20:23, Psalmen 115:4, Psalmen 115:75En wanneer gij een dankoffer den Heere offeren zult, naar uw welgevallen zult gij dat offeren.stylusLeviticus 7:16, Leviticus 22:29, Leviticus 7:16, Leviticus 22:29, Leviticus 22:196Op den dag van uw offeren, en des anderen daags, zal het gegeten worden; maar wat tot op den derden dag overblijft zal met vuur verbrand worden.stylusLeviticus 7:11, Leviticus 7:17, Leviticus 7:11, Leviticus 7:177En zo het op den derden dag enigszins gegeten wordt, het is een afgrijselijk ding, het zal niet aangenaam zijn.stylusLeviticus 7:18, Leviticus 7:21, Leviticus 7:18, Leviticus 7:21, Jesaja 66:38En zo wie dat eet, zal zijn ongerechtigheid dragen, omdat hij het heilige des Heeren ontheiligd heeft; daarom zal dezelve ziel, uit haar volken uitgeroeid worden.stylusLeviticus 22:15, Leviticus 22:15, Leviticus 5:1, Leviticus 5:19Als gij ook den oogst uws lands inoogsten zult, gij zult den hoek uws velds niet ganselijk afoogsten, en dat van uw oogst op te zamelen is, niet opzamelen.stylusLeviticus 23:22, Leviticus 23:22, Deuteronomium 24:19, Deuteronomium 24:22, Deuteronomium 24:1910Insgelijks zult gij uw wijngaard niet nalezen, en de afgevallen bezien van uw wijngaard niet opzamelen; den arme en den vreemdeling zult gij die overlaten; Ik ben de Heere, uw God!stylusJesaja 17:6, Leviticus 25:6, Jesaja 24:13, Jesaja 17:6, Leviticus 25:611Gij zult niet stelen, en gij zult niet liegen, noch valselijk handelen, een iegelijk tegen zijn naaste.stylusExodus 20:15, Exodus 20:15, Kolossenzen 3:9, Efeziërs 4:25, Psalmen 101:712Gij zult niet valselijk bij Mijn Naam zweren; want gij zoudt den Naam uws Gods ontheiligen; Ik ben de Heere.stylusExodus 20:7, Exodus 20:7, Deuteronomium 5:11, Deuteronomium 5:11, Leviticus 18:2113Gij zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; des dagloners arbeidsloon zal bij u niet vernachten tot aan den morgen.stylusJakobus 5:4, Jakobus 5:4, Maleachi 3:5, Maleachi 3:5, Deuteronomium 24:1414Gij zult den dove niet vloeken, en voor het aangezicht des blinden geen aanstoot zetten; maar gij zult voor uw God vrezen; Ik ben de Heere!stylusDeuteronomium 27:18, Deuteronomium 27:18, Leviticus 19:32, Leviticus 19:32, Leviticus 25:1715Gij zult geen onrecht doen in het gericht; gij zult het aangezicht des geringen niet aannemen, noch het aangezicht des groten voortrekken; in gerechtigheid zult gij uw naaste richten.stylusDeuteronomium 1:17, Deuteronomium 1:17, Spreuken 24:23, Spreuken 24:23, Deuteronomium 27:1916Gij zult niet wandelen als een achterklapper onder uw volken; gij zult niet staan tegen het bloed van uw naaste; Ik ben de Heere!stylusExodus 23:1, Exodus 23:1, Exodus 23:7, Exodus 23:7, Spreuken 20:1917Gij zult uw broeder in uw hart niet haten; gij zult uw naaste naarstiglijk berispen, en zult de zonde in hem niet verdragen.stylus1 Johannes 2:9, 1 Johannes 2:9, Lucas 17:3, Lucas 17:3, 1 Johannes 2:1118Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de Heere!stylusRomeinen 13:9, Romeinen 13:9, Mattheüs 22:39, Mattheüs 22:40, Mattheüs 22:3919Gij zult Mijn inzettingen houden; gij zult geen tweeërlei aard uwer beesten laten samen te doen hebben; uwen akker zult gij niet met tweeërlei zaad bezaaien, en een kleed van tweeërlei stof, dooreen vermengd, zal aan u niet komen.stylus2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:17, 2 Korintiërs 6:14, 2 Korintiërs 6:17, Deuteronomium 22:920En wanneer een man, door bijligging des zaads, bij een vrouw zal gelegen hebben, die een dienstmaagd is, bij den man versmaad, en geenszins gelost is, en haar geen vrijheid is gegeven; die zullen gegeseld worden; zij zullen niet gedood worden; want zij was niet vrij gemaakt.stylusDeuteronomium 22:23, Deuteronomium 22:24, Deuteronomium 22:23, Deuteronomium 22:24, Exodus 21:2021En hij zal zijn schuldoffer den Heere aan de deur van de tent der samenkomst brengen, een ram ten schuldoffer.stylusLeviticus 6:6, Leviticus 6:7, Leviticus 6:6, Leviticus 6:7, Leviticus 5:122En de priester zal met den ram des schuldoffers, voor hem over zijn zonde, die hij gezondigd heeft, voor het aangezicht des Heeren verzoening doen; en hem zal vergeving geschieden van zijn zonde, die hij gezondigd heeft.stylusLeviticus 4:20, Leviticus 4:26, Leviticus 4:20, Leviticus 4:2623Als gij ook in dat land gekomen zult zijn, en alle geboomte ter spijze geplant zult hebben, zo zult gij de voorhuid daarvan, deszelfs vrucht, besnijden; drie jaren zal het u onbesneden zijn, daarvan zal niet gegeten worden.stylusHandelingen 7:51, Leviticus 22:27, Handelingen 7:51, Leviticus 22:27, Jeremia 9:2524Maar in het vierde jaar zal al zijn vrucht een heilig ding zijn, ter lofzegging voor den Heere.stylusSpreuken 3:9, Deuteronomium 18:4, Spreuken 3:9, Deuteronomium 18:4, Deuteronomium 14:2825En in het vijfde jaar zult gij deszelfs vrucht eten, om het inkomen daarvan voor u te vermeerderen; Ik ben de Heere, uw God!stylusHaggaï 1:9, Haggaï 1:11, Haggaï 1:9, Haggaï 1:11, Maleachi 3:826Gij zult niets met het bloed eten. Gij zult op geen vogelgeschrei acht geven, noch guichelarij plegen.stylus2 Koningen 17:17, Deuteronomium 18:10, Deuteronomium 18:14, 2 Koningen 17:17, Deuteronomium 18:1027Gij zult de hoeken uws hoofds niet rond afscheren; ook zult gij de hoeken uws baards niet verderven.stylusLeviticus 21:5, Deuteronomium 14:1, Leviticus 21:5, Deuteronomium 14:1, Ezechiël 44:2028Gij zult om een dood lichaam geen snijding in uw vlees maken, noch schrift van een ingedrukt teken in u maken; Ik ben de Heere!stylusDeuteronomium 14:1, Deuteronomium 14:1, Leviticus 21:5, 1 Koningen 18:28, Leviticus 21:529Gij zult uw dochter niet ontheiligen, haar ter hoererij houdende; opdat het land niet hoerere, en het land met schandelijke daden vervuld worde.stylusDeuteronomium 23:17, Deuteronomium 23:18, Deuteronomium 23:17, Deuteronomium 23:18, 1 Korintiërs 6:1530Gij zult Mijn sabbatten houden, en Mijn heiligdom zult gij vrezen; Ik ben de Heere!stylusLeviticus 26:2, Leviticus 26:2, Prediker 5:1, Leviticus 19:3, Prediker 5:131Gij zult u niet keren tot de waarzeggers, en tot de duivelskunstenaars; zoekt hen niet, u met hen verontreinigende; Ik ben de Heere, uw God!stylusJesaja 8:19, Jesaja 8:19, Leviticus 20:27, Leviticus 20:27, Leviticus 20:632Voor het grauwe haar zult gij opstaan, en zult het aangezicht des ouden vereren; en gij zult vrezen voor uw God; Ik ben de Heere!stylus1 Timotheüs 5:1, 1 Timotheüs 5:1, Spreuken 16:31, Klaagliederen 5:12, Spreuken 16:3133En wanneer een vreemdeling bij u in uw land als vreemdeling verkeren zal, gij zult hem niet verdrukken.stylusExodus 23:9, Exodus 22:21, Exodus 23:9, Exodus 22:21, Maleachi 3:534De vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, zal onder u zijn als een inboorling van ulieden; gij zult hem liefhebben als uzelven; want gij zijt vreemdeling geweest in Egypteland; Ik ben de Heere, uw God!stylusDeuteronomium 10:19, Leviticus 19:18, Deuteronomium 10:19, Leviticus 19:18, Exodus 12:4835Gij zult geen onrecht doen in het gericht, met de el, met het gewicht, of met de maat.stylusDeuteronomium 25:15, Deuteronomium 25:13, Deuteronomium 25:15, Deuteronomium 25:13, Mattheüs 7:236Gij zult een rechte wage hebben, rechte weegstenen, een rechte efa, en een rechte hin; Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland uitgevoerd heb!stylusExodus 20:2, Spreuken 11:1, Exodus 20:2, Spreuken 11:1, Deuteronomium 25:1337Daarom zult gij al Mijn inzettingen en al Mijn rechten onderhouden, en zult ze doen; Ik ben de Heere!stylusDeuteronomium 8:1, Deuteronomium 8:1, Leviticus 18:4, Leviticus 18:5, Leviticus 18:4