Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Leviticus Hoofdstuk 18

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
LEVITICUS

Leviticus 18

1Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israëls en zeg tot hen: Ik ben de Heere, uw God!
Exodus 6:7, Exodus 6:7, Leviticus 11:44, Leviticus 11:44, Ezechiël 20:5
3Gij zult niet doen naar de werken des Egyptischen lands, waarin gij gewoond hebt; en naar de werken des lands Kanaän, waarheen Ik u brenge, zult gij niet doen, en zult in hun inzettingen niet wandelen.
Leviticus 20:23, Exodus 23:24, Leviticus 20:23, Exodus 23:24, Ezechiël 23:8
4Mijn rechten zult gij doen, en Mijn inzettingen zult gij houden, om in die te wandelen; Ik ben de Heere, uw God!
Leviticus 18:2, Leviticus 18:2, Johannes 15:14, Leviticus 18:26, Ezechiël 36:27
5Ja, Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden; welk mens dezelve zal doen, die zal door dezelve leven; Ik ben de Heere!
Ezechiël 20:11, Romeinen 10:5, Ezechiël 20:11, Romeinen 10:5, Galaten 3:12
6Niemand zal tot enige nabestaande zijns vleses naderen, om de schaamte te ontdekken; Ik ben de Heere!
Leviticus 20:17, Leviticus 20:21, Leviticus 18:7, Leviticus 18:19, Leviticus 20:17
7Gij zult de schaamte uws vaders en de schaamte uwer moeder niet ontdekken; zij is uw moeder; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
Leviticus 20:11, Leviticus 20:11, Ezechiël 22:10, Ezechiël 22:10, Leviticus 18:8
8Gij zult de schaamte der huisvrouw uws vaders niet ontdekken; het is de schaamte uws vaders.
Leviticus 20:11, 1 Korintiërs 5:1, Leviticus 20:11, 1 Korintiërs 5:1, Deuteronomium 27:20
9De schaamte uwer zuster, der dochter uws vaders, of der dochter uwer moeder, te huis geboren of buiten geboren, haar schaamte zult gij niet ontdekken.
Leviticus 20:17, Leviticus 20:17, Ezechiël 22:11, 2 Samuël 13:11, 2 Samuël 13:14
10De schaamte der dochter uws zoons, of der dochter uwer dochter, haar schaamte zult gij niet ontdekken; want zij zijn uw schaamte.
11De schaamte van de dochter der huisvrouw uws vaders, die uw vader geboren is (zij is uw zuster), haar schaamte zult gij niet ontdekken.
12Gij zult de schaamte van de zuster uws vaders niet ontdekken; zij is uws vaders nabestaande.
Leviticus 20:19, Leviticus 20:19, Exodus 6:20, Exodus 6:20
13Gij zult de schaamte van de zuster uwer moeder niet ontdekken; want zij is uwer moeder nabestaande.
14Gij zult de schaamte van den broeder uws vaders niet ontdekken; tot zijn huisvrouw zult gij niet naderen; zij is uw moei.
Leviticus 20:20, Leviticus 20:20
15Gij zult de schaamte uwer schoondochter niet ontdekken; zij is uws zoons huisvrouw; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
Leviticus 20:12, Leviticus 20:12, Genesis 38:26, Ezechiël 22:11, Genesis 38:26
16Gij zult de schaamte der huisvrouw uws broeders niet ontdekken; het is de schaamte uws broeders.
Leviticus 20:21, Deuteronomium 25:5, Leviticus 20:21, Deuteronomium 25:5, Mattheüs 22:24
17Gij zult de schaamte ener vrouw en harer dochter niet ontdekken; de dochter haars zoons, noch de dochter van haar dochter zult gij nemen, om haar schaamte te ontdekken; zij zijn nabestaanden; het is een schandelijke daad.
Leviticus 20:14, Leviticus 20:14, Amos 2:7, Deuteronomium 27:23, Amos 2:7
18Gij zult ook geen vrouw tot haar zuster nemen, om haar te benauwen, mits haar schaamte nevens haar, in haar leven, te ontdekken.
Maleachi 2:15, Genesis 29:28, Genesis 30:15, Maleachi 2:15, Genesis 29:28
19Ook zult gij tot de vrouw in de afzondering van haar onreinigheid niet naderen, om haar schaamte te ontdekken.
Leviticus 20:18, Leviticus 15:24, Leviticus 20:18, Leviticus 15:24, Ezechiël 22:10
20En gij zult niet liggen bij uws naasten huisvrouw ter bezading, om met haar onrein te worden.
Exodus 20:14, Leviticus 20:10, Exodus 20:14, Leviticus 20:10, 1 Korintiërs 6:9
21En van uw zaad zult gij niet geven, niet geven om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de Heere!
Deuteronomium 12:31, Deuteronomium 12:31, Leviticus 19:12, Leviticus 20:2, Leviticus 20:5
22Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.
Leviticus 20:13, Leviticus 20:13, Romeinen 1:26, Romeinen 1:27, Romeinen 1:26
23Insgelijks zult gij bij geen beest liggen, om daarmede onrein te worden; een vrouw zal ook niet staan voor een beest, om daarmede te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging.
Exodus 22:19, Exodus 22:19, Leviticus 20:15, Leviticus 20:16, Leviticus 20:15
24Verontreinigt u niet met enige van deze; want de heidenen, die Ik van uw aangezicht uitwerpe, zijn met alle deze verontreinigd;
Deuteronomium 18:12, Deuteronomium 18:12, Leviticus 18:30, Leviticus 18:30, Leviticus 20:22
25Zodat het land onrein is, en Ik over hetzelve zijn ongerechtigheid bezoeke, en het land zijn inwoners uitspuwt.
Leviticus 18:28, Leviticus 18:28, Jeremia 2:7, Leviticus 20:22, Leviticus 20:23
26Maar gij zult Mijn inzettingen en Mijn rechten onderhouden, en van al die gruwelen niets doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.
Leviticus 18:5, Leviticus 18:5, Psalmen 105:44, Psalmen 105:45, Deuteronomium 4:40
27Want de lieden dezes lands, die voor u geweest zijn, hebben al deze gruwelen gedaan; en het land is onrein geworden.
Deuteronomium 25:16, Deuteronomium 20:18, Ezechiël 22:11, Deuteronomium 23:18, Deuteronomium 27:15
28Dat u dat land niet uitspuwe, als gij hetzelve zult verontreinigd hebben; gelijk als het het volk, dat voor u was, uitgespuwd heeft.
Openbaring 3:16, Openbaring 3:16, Leviticus 18:25, Leviticus 20:22, Leviticus 18:25
29Want al wie enige van deze gruwelen doen zal, die zielen, die ze doen, zullen uit het midden van haar volk uitgeroeid worden.
Exodus 12:15, Leviticus 17:10, Leviticus 20:6, Exodus 12:15, Leviticus 17:10
30Daarom zult gij Mijn bevel onderhouden, dat gij niet doet van die gruwelijke inzettingen, die voor u zijn gedaan geweest, en u daarmede niet verontreinigt; Ik ben de Heere, uw God!
Leviticus 20:23, Leviticus 20:23, Deuteronomium 18:9, Deuteronomium 18:12, Deuteronomium 18:9

Andere Boeken

LeviticusNumeriDeuteronomium+

Andere Boeken

LeviticusHfst. 18
NumeriDeuteronomiumJozuaRichterenRuth
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward