Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Leviticus Hoofdstuk 17

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
LEVITICUS

Leviticus 17

1Verder sprak de Heere tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot Aäron, en tot zijn zonen, en tot al de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Dit is het woord, hetwelk de Heere geboden heeft, zeggende:
3Een ieder van het huis Israëls, die een os, of lam, of geit in het leger slachten zal, of die ze slachten zal buiten het leger;
Deuteronomium 12:20, Deuteronomium 12:22, Leviticus 17:8, Deuteronomium 12:26, Deuteronomium 12:27
4En dezelve aan de deur van de tent der samenkomst niet brengen zal, om een offerande den Heere voor den tabernakel des Heeren te offeren; het bloed zal dienzelven man toegerekend worden, hij heeft bloed vergoten; daarom zal dezelve man uit het midden zijns volks uitgeroeid worden;
Jesaja 66:3, Johannes 10:9, Ezechiël 20:40, Johannes 10:7, Deuteronomium 12:5
5Opdat, wanneer de kinderen Israëls hun slachtofferen brengen, welke zij op het veld slachten, dat zij die den Heere toebrengen, aan de deur van de tent der samenkomst tot den priester, en dezelve tot dankofferen den Heere slachten.
2 Koningen 17:10, Ezechiël 20:28, Genesis 22:2, Exodus 24:5, Leviticus 7:11
6En de priester zal het bloed op het altaar des Heeren, aan de deur van de tent der samenkomst, sprengen; en hij zal het vet aansteken, tot een liefelijken reuk den Heere.
Numeri 18:17, Numeri 18:17, Leviticus 3:2, Leviticus 3:2, Leviticus 3:13
7En zij zullen ook niet meer hun slachtofferen den duivelen, welke zij nahoereren, offeren; dat zal hun een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten.
1 Korintiërs 10:20, 1 Korintiërs 10:20, Exodus 34:15, Exodus 34:15, Deuteronomium 32:17
8Zeg dan tot hen: Een ieder van het huis Israëls, en van de vreemdelingen, die in het midden van hen als vreemdelingen verkeren, die een brandoffer of slachtoffer zal offeren,
Leviticus 1:2, Leviticus 1:3, Leviticus 1:2, Leviticus 1:3, Maleachi 1:11
9En dat tot de deur van de tent der samenkomst niet zal brengen, om hetzelve den Heere te bereiden; diezelve man zal uit zijn volken uitgeroeid worden.
Leviticus 17:4, Leviticus 17:4
10En een ieder uit het huis Israëls, en uit de vreemdelingen, die in het midden van hen als vreemdelingen verkeren, die enig bloed zal gegeten hebben, tegen diens ziel, die dat bloed zal gegeten hebben, zal Ik Mijn aangezicht zetten, en zal die uit het midden haars volks uitroeien.
Leviticus 17:11, Leviticus 17:11, Deuteronomium 12:16, Leviticus 3:17, Deuteronomium 12:23
11Want de ziel van het vlees is in het bloed; daarom heb Ik het u op het altaar gegeven, om over uw zielen verzoening te doen; want het is het bloed, dat voor de ziel verzoening zal doen.
Hebreeën 9:22, Hebreeën 9:22, 1 Johannes 1:7, 1 Johannes 1:7, Romeinen 3:25
12Daarom heb Ik tot de kinderen Israëls gezegd: Geen ziel van u zal bloed eten; noch de vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert, zal bloed eten.
Exodus 12:49, Exodus 12:49
13Een ieder ook van de kinderen Israëls en van de vreemdelingen, die als vreemdelingen in het midden van hen verkeren, die enig wild gedierte, of gevogelte, dat gegeten wordt, in de jacht gevangen zal hebben; die zal deszelfs bloed vergieten, en zal dat met stof bedekken.
Deuteronomium 12:16, Deuteronomium 12:16, Ezechiël 24:7, Deuteronomium 15:23, Leviticus 7:26
14Want het is de ziel van alle vlees; zijn bloed is voor zijn ziel; daarom heb Ik tot de kinderen Israëls gezegd: Gij zult geens vleses bloed eten; want de ziel van alle vlees, dat is zijn bloed; zo wie dat eet, zal uitgeroeid worden.
Genesis 9:4, Genesis 9:4, Deuteronomium 12:23, Deuteronomium 12:23, Leviticus 17:11
15En alle ziel onder de inboorlingen of onder de vreemdelingen, die een dood aas of het verscheurde zal gegeten hebben, die zal zijn klederen wassen, en zich met water baden, en onrein zijn tot aan den avond; daarna zal hij rein zijn.
Exodus 22:31, Leviticus 22:8, Deuteronomium 14:21, Exodus 22:31, Leviticus 22:8
16Maar indien hij die niet wast, en zijn vlees niet baadt, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen.
Leviticus 5:1, Leviticus 5:1, Numeri 19:19, Numeri 19:20, Leviticus 20:19

Andere Boeken

LeviticusNumeriDeuteronomium+

Andere Boeken

LeviticusHfst. 17
NumeriDeuteronomiumJozuaRichterenRuth
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward