1Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem.stylusGenesis 46:4, Genesis 46:4, Efeziërs 6:4, 2 Koningen 13:14, Handelingen 8:22En Jozef gebood zijn knechten, den medicijnmeesters, dat zij zijn vader balsemen zouden; en de medicijnmeesters balsemden Israël.stylus2 Kronieken 16:14, Genesis 50:26, 2 Kronieken 16:14, Genesis 50:26, Marcus 16:13En veertig dagen werden aan hem vervuld; want alzo werden vervuld de dagen dergenen, die gebalsemd werden; en de Egyptenaars beweenden hem zeventig dagen.stylusNumeri 20:29, Deuteronomium 34:8, Numeri 20:29, Deuteronomium 34:8, Genesis 50:104Als nu de dagen zijns bewenens over waren, zo sprak Jozef tot het huis van Farao, zeggende: Indiën ik nu genade gevonden heb in uw ogen, spreekt toch voor de oren van Farao, zeggende:stylusEsther 4:2, Genesis 18:3, Esther 4:2, Genesis 18:35Mijn vader heeft mij doen zweren, zeggende: Zie, ik sterf; in mijn graf, dat ik mij in het land Kanaän gegraven heb, daar zult gij mij begraven! Nu dan, laat mij toch optrekken, dat ik mijn vader begrave, dan zal ik wederkomen.stylusJesaja 22:16, 2 Kronieken 16:14, Jesaja 22:16, 2 Kronieken 16:14, Mattheüs 27:606En Farao zeide: Trek op en begraaf uw vader, gelijk als hij u heeft doen zweren.stylusGenesis 48:21, Genesis 48:217En Jozef toog op, om zijn vader te begraven; en met hem togen op alle Farao’s knechten, de oudsten van zijn huis, en al de oudsten des lands van Egypte;stylusGenesis 14:16, Genesis 14:168Daartoe het ganse huis van Jozef, en zijn broeders, en het huis zijns vaders; alleen hun kleine kinderen, en hun schapen, en hun runderen lieten zij in het land Gosen.stylusExodus 10:26, Exodus 10:8, Exodus 10:9, Numeri 32:24, Numeri 32:279En met hem togen op, zo wagenen als ruiteren; en het was een zeer zwaar heir.stylusGenesis 46:29, Exodus 14:7, Exodus 14:28, Genesis 41:43, Handelingen 8:210Toen zij nu aan het plein van het doornbos kwamen, dat aan gene zijde van de Jordaan is, hielden zij daar een grote en zeer zware rouwklage; en hij maakte zijn vader een rouw van zeven dagen.stylusHandelingen 8:2, Job 2:13, Handelingen 8:2, Job 2:13, 2 Samuël 1:1711Als de inwoners des lands, de Kanaänieten, dien rouw zagen op het plein van het doornbos, zo zeiden zij: Dit is een zware rouw der Egyptenaren; daarom noemde men haar naam Abel-mizraim, die aan het veer van de Jordaan is.stylusGenesis 10:15, Genesis 10:19, Genesis 24:6, Genesis 10:15, Genesis 10:1912En zijn zonen deden hem, gelijk als hij hun geboden had;stylusGenesis 49:29, Genesis 49:32, Handelingen 7:16, Genesis 49:29, Genesis 49:3213Want zijn zonen voerden hem in het land Kanaän, en begroeven hem in de spelonk des akkers van Machpela, welke Abraham met den akker gekocht had tot een erfbegrafenis van Efron, den Hethiet, tegenover Mamre.stylusGenesis 23:16, Genesis 23:18, Genesis 49:29, Genesis 49:31, Handelingen 7:1614Daarna keerde Jozef weder in Egypte, hij en zijn broeders, en allen, die met hem opgetogen waren, om zijn vader te begraven, nadat hij zijn vader begraven had.stylus15Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader dood was, zo zeiden zij: Misschien zal ons Jozef haten, en hij zal ons gewisselijk vergelden al het kwaad, dat wij hem aangedaan hebben.stylusSpreuken 28:1, Spreuken 28:1, Genesis 27:41, Genesis 27:42, Leviticus 26:3616Daarom ontboden zij aan Jozef, zeggende: Uw vader heeft bevolen voor zijn dood, zeggende:stylusSpreuken 29:25, Spreuken 29:2517Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken.stylusMattheüs 6:14, Mattheüs 6:15, Mattheüs 6:14, Mattheüs 6:15, Genesis 49:2518Daarna kwamen ook zijn broeders, en vielen voor hem neder, en zeiden: Zie, wij zijn u tot knechten!stylusGenesis 37:7, Genesis 37:11, Genesis 37:7, Genesis 37:11, Genesis 42:619En Jozef zeide tot hen: Vreest niet; want ben ik in de plaats van God?stylusRomeinen 12:19, Romeinen 12:19, Genesis 45:5, Genesis 30:2, Genesis 45:520Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden.stylusRomeinen 8:28, Romeinen 8:28, Psalmen 119:71, Psalmen 119:71, Genesis 45:521Nu dan, vreest niet! Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen, en sprak naar hun hart.stylusGenesis 47:12, Genesis 47:12, 1 Petrus 3:9, 1 Petrus 3:9, Genesis 45:1022Jozef dan woonde in Egypte, hij en het huis zijns vaders; en Jozef leefde honderd en tien jaren.stylus23En Jozef zag van Efraïm kinderen, van het derde gelid; ook werden de zonen van Machir, den zoon van Manasse, op Jozefs knieën geboren.stylusNumeri 32:39, Numeri 32:39, Genesis 30:3, Job 42:16, Genesis 30:324En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik sterf; maar God zal u gewisselijk bezoeken, en Hij zal u doen optrekken uit dit land, in het land, hetwelk hij aan Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft.stylusGenesis 35:12, Exodus 3:16, Exodus 3:17, Genesis 35:12, Exodus 3:1625En Jozef deed de zonen van Israël zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren!stylusExodus 13:19, Jozua 24:32, Exodus 13:19, Jozua 24:32, Genesis 47:2926En Jozef stierf, honderd en tien jaren oud zijnde; en zij balsemden hem, en men leide hem in een kist in Egypte.stylusGenesis 50:22, Genesis 47:9, Genesis 47:28, Genesis 50:2, Genesis 50:3