Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 27

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 27

1En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!
Genesis 48:10, Genesis 48:10, 1 Samuël 3:2, 1 Samuël 3:2, Genesis 25:23
2En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet.
Spreuken 27:1, Marcus 13:35, Jakobus 4:14, Prediker 9:10, Spreuken 27:1
3Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog, en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad;
Genesis 25:27, Genesis 25:28, Genesis 25:27, Genesis 25:28, Genesis 10:9
4En maak mij smakelijke spijzen, zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.
Hebreeën 11:20, Hebreeën 11:20, Genesis 48:9, Genesis 48:9, Genesis 49:28
5Rebekka nu hoorde toe, als Izak tot zijn zoon Ezau sprak; en Ezau ging in het veld, om een wildbraad te jagen, dat hij het inbracht.
6Toen sprak Rebekka tot Jakob, haar zoon, zeggende: Zie, ik heb uw vader tot Ezau, uw broeder, horen spreken, zeggende:
Genesis 25:28, Genesis 25:28
7Breng mij een wildbraad, en maak mij smakelijke spijzen toe, dat ik ete; en ik zal u zegenen voor het aangezicht des Heeren, voor mijn dood.
Jozua 6:26, Jozua 6:26, 1 Samuël 24:19, Deuteronomium 33:1, 1 Samuël 24:19
8Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede.
Efeziërs 6:1, Efeziërs 6:1, Genesis 27:13, Genesis 27:13, Genesis 27:43
9Ga nu heen tot de kudde, en haal mij van daar twee goede geitenbokjes; en ik zal die voor uw vader maken tot smakelijke spijzen, gelijk als hij gaarne heeft.
Richteren 13:15, Richteren 13:15, 1 Samuël 16:20, 1 Samuël 16:20
10En gij zult ze tot uw vader brengen, en hij zal eten, opdat hij u zegene voor zijn dood.
11Toen zeide Jakob tot Rebekka, zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een harig man, en ik ben een glad man.
Genesis 25:25, Genesis 25:25
12Misschien zal mij mijn vader betasten, en ik zal in zijn ogen zijn als een bedrieger; zo zoude ik een vloek over mij halen, en niet een zegen.
Deuteronomium 27:18, Deuteronomium 27:18, Genesis 25:27, 1 Tessalonicenzen 5:22, Genesis 27:36
13En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem, en ga, haal ze mij.
Mattheüs 27:25, Mattheüs 27:25, 1 Samuël 25:24, 2 Samuël 14:9, 1 Samuël 25:24
14Toen ging hij, en hij haalde ze, en bracht ze zijn moeder; en zijn moeder maakte smakelijke spijzen, gelijk als zijn vader gaarne had.
Genesis 27:31, Genesis 27:4, Psalmen 141:4, Genesis 27:9, Lucas 21:34
15Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan.
Genesis 27:27, Genesis 27:27, Lucas 20:46, Lucas 20:46, Lucas 15:22
16En de vellen van de geitenbokjes trok zij over zijn handen, en over de gladdigheid van zijn hals.
17En zij gaf de smakelijke spijzen, en het brood, welke zij toegemaakt had, in de hand van Jakob, haar zoon.
18En hij kwam tot zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik; wie zijt gij, mijn zoon?
19En Jakob zeide tot zijn vader: Ik ben Ezau uw eerstgeborene; ik heb gedaan, gelijk als gij tot mij gesproken hadt; sta toch op, zit, en eet van mijn wildbraad, opdat uw ziel mij zegene.
Mattheüs 26:70, Mattheüs 26:74, Jesaja 28:15, Zacharia 13:3, Zacharia 13:4
20Toen zeide Izak tot zijn zoon: Hoe is dit, dat gij het zo haast gevonden hebt, mijn zoon? En hij zeide: Omdat de Heere uw God dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht.
Exodus 20:7, Genesis 24:12, Job 13:7, Exodus 20:7, Genesis 24:12
21En Izak zeide tot Jakob: Nader toch, dat ik u betaste, mijn zoon! of gij mijn zoon Ezau zelf zijt, of niet.
Jesaja 57:19, Jakobus 4:8, Jesaja 57:19, Jakobus 4:8, Genesis 27:12
22Toen kwam Jakob bij, tot zijn vader Izak, die hem betastte; en hij zeide: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau’s handen.
23Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk zijns broeders Ezau’s handen; en hij zegende hem.
Hebreeën 11:20, Genesis 27:16, Hebreeën 11:20, Genesis 27:16, Romeinen 9:11
24En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het!
Kolossenzen 3:9, Kolossenzen 3:9, Efeziërs 4:25, Spreuken 12:22, Efeziërs 4:25
25Toen zeide hij: Stel het nabij mij, dat ik van het wildbraad mijns zoons ete, opdat mijn ziel u zegene. En hij stelde het nabij hem, en hij at; hij bracht hem ook wijn, en hij dronk.
Genesis 27:4, Genesis 27:4
26En zijn vader Izak zeide tot hem: Kom toch bij, en kus mij, mijn zoon!
27En hij kwam bij, en hij kuste hem; toen rook hij de reuk zijner klederen, en zegende hem; en hij zeide: Zie, de reuk mijns zoons is als de reuk des velds, hetwelk de Heere gezegend heeft.
Hebreeën 6:7, Hebreeën 6:7, Psalmen 65:10, Psalmen 65:10, Genesis 26:12
28Zo geve u dan God van den dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most.
Deuteronomium 33:28, Deuteronomium 33:28, Deuteronomium 33:13, Deuteronomium 33:13, Psalmen 133:3
29Volken zullen u dienen, en natiën zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!
Genesis 12:3, Numeri 24:9, Genesis 12:3, Numeri 24:9, Jesaja 49:23
30En het geschiedde, als Izak voleindigd had Jakob te zegenen, zo geschiedde het, toen Jakob maar even van het aangezicht van zijn vader Izak uitgegaan was, dat Ezau, zijn broeder, van zijn jacht kwam.
31Hij nu maakte smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader; en hij zeide tot zijn vader: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad zijns zoons, opdat uw ziel mij zegene.
Genesis 27:4, Genesis 27:4
32En Izak, zijn vader, zeide tot hem: Wie zijt gij? En hij zeide: Ik ben uw zoon, uw eerstgeborene, Ezau.
Genesis 27:18, Genesis 27:18
33Toen verschrikte Izak met zeer grote verschrikking, gans zeer, en zeide: Wie is hij dan, die het wildbraad gejaagd en tot mij gebracht heeft? en ik heb van alles gegeten, eer gij kwaamt, en heb hem gezegend; ook zal hij gezegend wezen.
Genesis 28:3, Genesis 28:4, Genesis 28:3, Genesis 28:4, Romeinen 11:29
34Als Ezau de woorden zijns vaders hoorde, zo schreeuwde hij met een groten en bitteren schreeuw, gans zeer; en hij zeide tot zijn vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader!
Hebreeën 12:17, Hebreeën 12:17, Spreuken 1:31, Spreuken 1:31, 1 Samuël 30:4
35En hij zeide: Uw broeder is gekomen met bedrog, en heeft uw zegen weggenomen.
1 Tessalonicenzen 4:6, 1 Tessalonicenzen 4:6, 2 Koningen 10:19, Romeinen 3:7, Romeinen 3:8
36Toen zeide hij: Is het niet omdat men zijn naam noemt Jakob, dat hij mij nu twee reizen heeft bedrogen? mijn eerstgeboorte heeft hij genomen, en zie, nu heeft hij mijn zegen genomen! Voorts zeide hij: Hebt gij dan geen zegen voor mij uitbehouden?
Genesis 25:26, Genesis 25:26, Johannes 1:47, Genesis 32:28, Genesis 25:31
37Toen antwoordde Izak, en zeide tot Ezau: Zie, ik heb hem tot een heer over u gezet, en al zijn broeders heb ik hem tot knechten gegeven; en ik heb hem met koorn en most ondersteund; wat zal ik u dan nu doen, mijn zoon?
Romeinen 9:10, Romeinen 9:12, Genesis 27:28, Genesis 27:29, 2 Samuël 8:14
38En Ezau zeide tot zijn vader: Hebt gij maar dezen enen zegen, mijn vader? Zegen mij, ook mij, mijn vader! En Ezau hief zijn stem op, en weende.
Hebreeën 12:17, Hebreeën 12:17, Genesis 27:34, Genesis 27:34, Spreuken 1:24
39Toen antwoordde zijn vader Izak en zeide tot hem: Zie, de vettigheden der aarde zullen uw woningen zijn, en van den dauw des hemels van boven af zult gij gezegend zijn.
Genesis 27:28, Genesis 27:28, Hebreeën 11:20, Hebreeën 11:20, Genesis 36:6
40En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken.
2 Koningen 8:20, 2 Koningen 8:22, 2 Koningen 8:20, 2 Koningen 8:22, Genesis 25:23
41En Ezau haatte Jakob om dien zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had; en Ezau zeide in zijn hart: De dagen van den rouw mijns vaders naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden.
Genesis 37:4, 1 Johannes 3:12, 1 Johannes 3:15, Genesis 37:4, 1 Johannes 3:12
42Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootsten zoon, geboodschapt werden, zo zond zij heen, en ontbood Jakob, haar kleinsten zoon, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich over u, dat hij u doden zal.
Genesis 42:21, Genesis 42:22, Spreuken 4:16, Spreuken 4:17, Genesis 37:18
43Nu dan, mijn zoon! hoor naar mijn stem, en maak u op, vlied gij naar Haran, tot Laban, mijn broeder.
Genesis 27:8, Genesis 11:31, Genesis 27:8, Genesis 11:31, Genesis 27:13
44En blijf bij hem enige dagen, totdat de hittige gramschap uws broeders kere;
Genesis 31:38, Genesis 31:38, Genesis 31:41, Genesis 31:41
45Totdat de toorn uws broeders van u afkere, en hij vergeten hebbe, hetgeen gij hem gedaan hebt; dan zal ik zenden, en u van daar nemen; waarom zoude ik ook van u beiden beroofd worden op een dag?
Jakobus 4:13, Jakobus 4:15, Spreuken 19:21, 2 Samuël 14:6, 2 Samuël 14:7
46En Rebekka zeide tot Izak: Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Heths! Indiën Jakob een vrouw neemt van de dochteren Heths, gelijk deze zijn, van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?
Genesis 26:34, Genesis 26:35, Genesis 24:3, Genesis 26:34, Genesis 26:35

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 27
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward