1Toen zeide de Heere tot Mozes: Houw u twee stenen tafelen, gelijk de eerste waren, zo zal Ik op de tafelen schrijven dezelfde woorden, die op de eerste tafelen geweest zijn, die gij gebroken hebt.stylusExodus 32:19, Exodus 32:19, Psalmen 119:89, Exodus 31:18, Deuteronomium 10:12En wees bereid tegen den morgenstond; dat gij in den morgenstond op den berg Sinaï klimt, en stel u aldaar voor Mij, op den top des bergs.stylusExodus 19:20, Exodus 19:20, Deuteronomium 9:25, Exodus 19:11, Deuteronomium 9:253En niemand zal met u opklimmen; dat er ook niemand gezien worde op den gansen berg; ook het kleine vee, noch runderen zullen tegenover dezen berg niet weiden.stylusExodus 19:12, Exodus 19:13, Exodus 19:12, Exodus 19:13, Exodus 19:214Toen hieuw hij twee stenen tafelen, gelijk de eerste; en Mozes stond des morgens vroeg op, en klom op den berg Sinaï, gelijk als hem de Heere geboden had; en hij nam de twee stenen tafelen in zijn hand.stylus5De Heere nu kwam nederwaarts in een wolk, en stelde Zich aldaar bij hem; en Hij riep uit den Naam des Heeren.stylusExodus 33:19, Exodus 33:19, Lucas 9:34, Lucas 9:35, Lucas 9:346Als nu de Heere voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: Heere, Heere, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid.stylusPsalmen 86:15, Psalmen 86:15, Joël 2:13, Joël 2:13, Psalmen 103:87Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.stylusExodus 20:5, Exodus 20:6, Exodus 20:5, Exodus 20:6, Psalmen 103:38Mozes nu haastte zich en neigde het hoofd ter aarde, en hij boog zich.stylusExodus 4:31, Exodus 4:31, 2 Kronieken 20:18, Genesis 17:3, 2 Kronieken 20:189En hij zeide: Heere! indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo ga nu de Heere in het midden van ons, want dit is een hardnekkig volk; doch vergeef onze ongerechtigheid en onze zonde, en neem ons aan tot een erfdeel!stylusPsalmen 33:12, Psalmen 33:12, Deuteronomium 32:9, Psalmen 94:14, Deuteronomium 32:910Toen zeide Hij: Zie, Ik maak een verbond; voor uw ganse volk zal Ik wonderen doen, die niet geschapen zijn op de ganse aarde, noch onder enige volken; alzo dat dit ganse volk, in welks midden gij zijt, des Heeren werk zien zal, dat het schrikkelijk is, hetwelk Ik met u doe.stylusDeuteronomium 10:21, Deuteronomium 10:21, Psalmen 77:14, Psalmen 77:14, Jesaja 64:311Onderhoudt gij hetgeen Ik u heden gebiede! zie, Ik zal voor uw aangezicht uitdrijven de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Hethieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten.stylusExodus 33:2, Exodus 3:17, Exodus 33:2, Exodus 3:17, Deuteronomium 6:2512Wacht u, dat gij toch geen verbond maakt met den inwoner des lands, waarin gij komen zult; dat hij misschien niet tot een strik worde in het midden van u.stylusExodus 23:32, Exodus 23:33, Exodus 23:32, Exodus 23:33, Jozua 23:1213Maar hun altaren zult gijlieden omwerpen, en hun opgerichte beelden zult gij verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen.stylus2 Koningen 18:4, 2 Koningen 18:4, Exodus 23:24, Exodus 23:24, Deuteronomium 16:2114(Want gij zult u niet buigen voor een anderen god; want des Heeren Naam is Ijveraar! een ijverig God is Hij!)stylusDeuteronomium 4:24, Deuteronomium 4:24, Deuteronomium 32:21, Deuteronomium 32:21, 1 Korintiërs 10:2215Opdat gij misschien geen verbond maakt met den inwoner van dat land; en zij hun goden niet nahoereren, noch hun goden offerande doen, en hij u nodigende, gij van hun offerande etet.stylusRichteren 2:17, Richteren 2:17, Psalmen 106:28, 1 Korintiërs 8:4, Numeri 25:216En gij voor uw zonen vrouwen neemt van hun dochteren; en hun dochteren, haar goden nahoererende, maken, dat ook uw zonen haar goden nahoereren.stylusEzra 9:2, Deuteronomium 7:3, Deuteronomium 7:4, 1 Koningen 11:2, 1 Koningen 11:417Gij zult u geen gegoten goden maken.stylusLeviticus 19:4, Leviticus 19:4, Exodus 32:8, Exodus 32:8, Jesaja 46:618Het feest der ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, gelijk Ik u geboden heb, ter gezetter tijd der maand Abib; want in de maand Abib zijt gij uit Egypte uitgegaan.stylusLeviticus 23:6, Exodus 13:4, Leviticus 23:6, Exodus 13:4, Deuteronomium 16:119Al wat de baarmoeder opent, is Mijn; ja, al uw vee, dat mannelijk zal geboren worden, openende de baarmoeder van het grote en kleine vee.stylusExodus 13:2, Exodus 13:2, Exodus 22:29, Exodus 22:29, Exodus 13:1220Doch den ezel, die de baarmoeder opent, zult gij met een stuk klein vee lossen; maar indien gij hem niet zult lossen, zo zult gij hem den nek breken. Al de eerstgeborenen uwer zonen zult gij lossen, en men zal voor Mijn aangezicht niet ledig verschijnen.stylusDeuteronomium 16:16, Exodus 23:15, Exodus 13:13, Deuteronomium 16:16, Exodus 23:1521Zes dagen zult gij arbeiden, maar op den zevenden dag zult gij rusten; in den ploegtijd en in den oogst zult gij rusten.stylusExodus 23:12, Exodus 23:12, Lucas 13:14, 1 Samuël 8:12, Exodus 35:222Het feest der weken zult gij ook houden, zijnde het feest der eerstelingen van den tarweoogst, en het feest der inzameling, als het jaar om is.stylusExodus 23:16, Exodus 23:16, Deuteronomium 16:10, Deuteronomium 16:15, Deuteronomium 16:1023Al wat mannelijk is onder u zal driemaal in het jaar verschijnen voor het aangezicht des Heeren Heeren, den God van Israël.stylusExodus 23:14, Exodus 23:14, Deuteronomium 16:16, Exodus 23:17, Deuteronomium 16:1624Wanneer Ik de volken voor uw aangezicht uit de bezitting zal verdrijven, en uw landpalen verwijden, dan zal niemand uw land begeren, terwijl gij henen opgaan zult, om te verschijnen voor het aangezicht des Heeren uws Gods, driemaal in het jaar.stylusPsalmen 78:55, Psalmen 78:55, Exodus 33:2, Exodus 33:2, Handelingen 18:1025Gij zult het bloed van Mijn slachtoffer niet offeren met gedesemd brood; het slachtoffer van het paasfeest zal ook niet vernachten tot den morgen.stylusExodus 23:18, Exodus 23:18, Exodus 12:10, Exodus 12:10, Leviticus 7:1526De eerstelingen van de eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des Heeren uws Gods brengen. Gij zult het bokje in de melk zijner moeder niet koken.stylusExodus 23:19, Exodus 23:19, Deuteronomium 14:21, Deuteronomium 14:21, Deuteronomium 26:227Verder zeide de Heere tot Mozes: Schrijf u deze woorden; want naar luid dezer woorden heb Ik een verbond met u en met Israël gemaakt.stylusExodus 24:4, Exodus 24:4, Deuteronomium 31:9, Deuteronomium 31:9, Exodus 17:1428En hij was aldaar met den Heere, veertig dagen en veertig nachten; hij at geen brood, en hij dronk geen water; en Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.stylusExodus 34:1, Exodus 34:1, Exodus 24:18, Deuteronomium 4:13, Exodus 24:1829En het geschiedde, toen Mozes van den berg Sinaï afging (de twee tafelen der getuigenis nu waren in de hand van Mozes, als hij van den berg afging), zo wist Mozes niet, dat het vel zijns aangezichts glinsterde, toen Hij met hem sprak.stylusMattheüs 17:2, Mattheüs 17:2, Exodus 32:15, Lucas 9:29, Exodus 32:1530Als nu Aäron en al de kinderen Israëls Mozes aanzagen, ziet, zo glinsterde het vel zijns aangezichts; daarom vreesden zij tot hem toe te treden.stylusMarcus 9:3, Marcus 9:3, Lucas 5:8, Lucas 5:8, Marcus 9:1531Toen riep Mozes hen; en Aäron, en al de oversten in de vergadering keerden weder tot hem; en Mozes sprak tot hen.stylusExodus 3:15, Exodus 3:15, Exodus 24:1, Exodus 24:3, Exodus 24:132En daarna traden al de kinderen Israëls toe; en hij gebood hun al wat de Heere met hem gesproken had op den berg Sinaï.stylus1 Korintiërs 15:3, Mattheüs 28:20, Numeri 15:40, 1 Koningen 22:14, Exodus 24:333Alzo eindigde Mozes met hen te spreken, en hij had een deksel op zijn aangezicht gelegd.stylus2 Korintiërs 4:4, 2 Korintiërs 4:6, 2 Korintiërs 4:4, 2 Korintiërs 4:6, 2 Korintiërs 3:1334Doch als Mozes voor het aangezicht des Heeren kwam, om met Hem te spreken, zo nam hij het deksel af, totdat hij uitging; en nadat hij uitgegaan was, zo sprak hij tot de kinderen Israëls, wat hem geboden was.stylus2 Korintiërs 3:16, 2 Korintiërs 3:16, Hebreeën 10:19, Hebreeën 10:22, Hebreeën 4:1635Zo zagen dan de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes, dat het vel van het aangezicht van Mozes glinsterde; derhalve deed Mozes het deksel weder op zijn aangezicht, totdat hij inging om met Hem te spreken.stylusExodus 34:29, Exodus 34:30, Exodus 34:29, Exodus 34:30, Prediker 8:1