1Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den goddeloze, om een getuige tot geweld te zijn.stylusPsalmen 101:5, Psalmen 101:5, Spreuken 19:5, Spreuken 19:5, Deuteronomium 19:162Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen.stylusSpreuken 1:10, Spreuken 1:11, Spreuken 1:10, Spreuken 1:11, Spreuken 1:153Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.stylusJakobus 3:17, Jakobus 3:17, Leviticus 19:15, Psalmen 82:2, Psalmen 82:34Wanneer gij uws vijands os, of zijn dwalenden ezel, ontmoet, gij zult hem denzelven ganselijk wederbrengen.stylusDeuteronomium 22:1, Deuteronomium 22:4, Deuteronomium 22:1, Deuteronomium 22:4, 1 Tessalonicenzen 5:155Wanneer gij uws haters ezel onder zijn last ziet liggen, zult gij dan nalatig zijn, om het uwe te verlaten voor hem? Gij zult het in alle manier met hem verlaten.stylusDeuteronomium 22:4, Deuteronomium 22:46Gij zult het recht uws armen niet buigen in zijn twistige zaak.stylusMaleachi 3:5, Maleachi 3:5, Deuteronomium 16:19, Prediker 5:8, Exodus 23:27Zijt verre van valse zaken; en den onschuldige en gerechtige zult gij niet doden; want Ik zal den goddeloze niet rechtvaardigen.stylusEfeziërs 4:25, Efeziërs 4:25, Exodus 23:1, Deuteronomium 27:25, Exodus 34:78Ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de zienden, en het verkeert de zaak der rechtvaardigen.stylusDeuteronomium 16:19, Deuteronomium 16:19, Spreuken 17:23, Jesaja 5:23, Spreuken 17:239Gij zult ook den vreemdeling niet onderdrukken; want gij kent het gemoed des vreemdelings, dewijl gij vreemdelingen geweest zijt in Egypteland.stylusDeuteronomium 27:19, Exodus 22:21, Deuteronomium 27:19, Exodus 22:21, Mattheüs 18:3310Gij zult ook zes jaar uw land bezaaien, en deszelfs inkomst verzamelen;stylusLeviticus 25:3, Leviticus 25:4, Leviticus 25:3, Leviticus 25:411Maar in het zevende zult gij het rusten en stil liggen laten, dat de armen uws volks mogen eten, en het overige daarvan de beesten des velds eten mogen; alzo zult gij ook doen met uw wijngaard, en met uw olijfbomen.stylusLeviticus 25:11, Leviticus 25:12, Leviticus 26:34, Leviticus 26:35, Leviticus 25:212Zes dagen zult gij uw werken doen; maar op den zevenden dag zult gij rusten; opdat uw os en uw ezel ruste, en dat de zoon uwer dienstmaagd en de vreemdeling adem scheppe.stylusLucas 13:14, Lucas 13:14, Exodus 35:3, Exodus 20:8, Exodus 20:1113In alles, wat Ik tot ulieden gezegd heb, zult gij op uw hoede zijn; en den naam van andere goden zult gij niet gedenken; uit uw mond zal hij niet gehoord worden!stylusJozua 23:7, Jozua 23:7, 1 Timotheüs 4:16, Zacharia 13:2, 1 Timotheüs 4:1614Drie reizen in het jaar zult gij Mij feest houden.stylusDeuteronomium 16:16, Deuteronomium 16:16, Exodus 34:22, Exodus 34:24, Leviticus 23:1615Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.stylusNumeri 28:16, Numeri 28:25, Exodus 34:20, Lucas 22:7, Numeri 28:1616En het feest des oogstes, der eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben. En het feest der inzameling, op den uitgang des jaars, wanneer gij uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben.stylusExodus 34:22, Exodus 34:22, Leviticus 23:34, Leviticus 23:44, Leviticus 23:917Drie malen des jaars zullen al uw mannen voor het aangezicht des Heeren Heeren verschijnen.stylusDeuteronomium 16:16, Deuteronomium 16:16, Exodus 34:23, Exodus 34:23, Deuteronomium 12:518Gij zult het bloed Mijns offers met geen gedesemde broden offeren; ook zal het vette Mijns feestes tot op den morgen niet vernachten.stylusExodus 34:25, Leviticus 2:11, Exodus 34:25, Leviticus 2:11, Deuteronomium 16:419De eerstelingen der eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des Heeren uws Gods brengen. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.stylusExodus 34:26, Exodus 34:26, Deuteronomium 14:21, Deuteronomium 14:21, Deuteronomium 26:1020Ziet, Ik zende een Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb.stylusExodus 33:14, Exodus 33:14, Psalmen 91:11, Psalmen 91:11, Exodus 32:3421Hoedt u voor Zijn aangezicht, en weest Zijner stem gehoorzaam, en verbittert Hem niet; want Hij zal ulieder overtredingen niet vergeven; want Mijn Naam is in het binnenste van Hem.stylusPsalmen 78:40, Psalmen 78:56, Psalmen 78:40, Psalmen 78:56, Hebreeën 12:2522Maar zo gij Zijner stem naarstiglijk gehoorzaamt, en doet al wat Ik spreken zal, zo zal Ik uwer vijanden vijand, en uwer wederpartijders wederpartij zijn.stylusGenesis 12:3, Genesis 12:3, Deuteronomium 30:7, Deuteronomium 30:7, Zacharia 2:823Want Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan, en Hij zal u inbrengen tot de Amorieten, en Hethieten, en Ferezieten, en Kanaänieten, Hevieten, en Jebusieten; en Ik zal hen verdelgen.stylusExodus 23:20, Exodus 23:20, Jesaja 5:13, Jesaja 5:13, Genesis 15:1924Gij zult u voor hun goden niet buigen, noch hen dienen; ook zult gij naar hun werken niet doen; maar gij zult ze geheel afbreken, en hun opgerichte beelden ganselijk vermorzelen.stylusExodus 20:5, Exodus 20:5, Numeri 33:52, Numeri 33:52, Deuteronomium 12:3025En gij zult den Heere uw God dienen, zo zal Hij uw brood en uw water zegenen; en Ik zal de krankheden uit het midden van u weren.stylusDeuteronomium 7:15, Deuteronomium 7:15, Exodus 15:26, Exodus 15:26, Jozua 22:526Er zal geen misdrachtige, noch onvruchtbare in uw land zijn; Ik zal het getal uwer dagen vervullen.stylusDeuteronomium 7:14, Deuteronomium 7:14, Job 5:26, Deuteronomium 28:4, Job 5:2627Ik zal Mijn schrik voor uw aangezicht zenden, en al het volk, tot hetwelk gij komt, versaagd maken; en Ik zal maken, dat al uw vijanden u den nek toekeren.stylusDeuteronomium 2:25, Deuteronomium 2:25, Genesis 35:5, Genesis 35:5, Deuteronomium 7:2328Ik zal ook horzelen voor uw aangezicht zenden; die zullen van voor uw aangezicht uitstoten de Hevieten, de Kanaänieten en de Hethieten.stylusDeuteronomium 7:20, Deuteronomium 7:20, Jozua 24:11, Jozua 24:12, Jozua 24:1129Ik zal hen in een jaar van uw aangezicht niet uitstoten, opdat het land niet woest worde, en het wild gedierte boven u niet vermenigvuldigd worde.stylusDeuteronomium 7:22, Deuteronomium 7:22, Jozua 17:12, Jozua 17:13, Richteren 3:130Ik zal hen allengskens van uw aangezicht uitstoten, totdat gij gewassen zijt en het land erft.stylus31En Ik zal uw landpalen zetten van de zee Suf tot aan de zee der Filistijnen, en van de woestijn tot aan de rivier; want Ik zal de inwoners van dat land in uw hand geven, dat gij hen voor uw aangezicht uitstoot.stylusGenesis 15:18, Genesis 15:18, Deuteronomium 11:24, Deuteronomium 11:24, Jozua 21:4432Gij zult met hen, noch met hun goden, een verbond maken.stylusDeuteronomium 7:2, Exodus 34:12, Deuteronomium 7:2, Exodus 34:12, Exodus 34:1533Zij zullen in uw land niet wonen, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigen; indien gij hun goden dient, het zal u voorzeker tot een valstrik zijn.stylusPsalmen 106:36, Psalmen 106:36, Deuteronomium 7:16, Deuteronomium 7:16, Richteren 2:3