Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Exodus Hoofdstuk 16

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
EXODUS

Exodus 16

1Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israëls in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinaï, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.
Numeri 33:10, Numeri 33:12, Numeri 33:10, Numeri 33:12, Exodus 17:1
2En de ganse vergadering der kinderen Israëls murmureerde tegen Mozes en tegen Aäron, in de woestijn.
Exodus 15:24, 1 Korintiërs 10:10, Exodus 15:24, 1 Korintiërs 10:10, Psalmen 106:25
3En de kinderen Israëls zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des Heeren, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden.
Numeri 11:4, Numeri 11:5, Numeri 11:4, Numeri 11:5, Numeri 20:3
4Toen zeide de Heere tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet.
Psalmen 78:24, Psalmen 78:25, 1 Korintiërs 10:3, Psalmen 78:24, Psalmen 78:25
5En het zal geschieden op den zesden dag, dat zij bereiden zullen hetgeen zij ingebracht zullen hebben; dat zal dubbel zijn boven hetgeen zij dagelijks zullen verzamelen.
Exodus 16:22, Exodus 16:23, Exodus 16:22, Exodus 16:23, Exodus 35:2
6Toen zeiden Mozes en Aäron tot al de kinderen Israëls: Aan den avond, dan zult gij weten, dat u de Heere uit Egypteland uitgeleid heeft;
Exodus 6:7, Exodus 6:7, Numeri 16:28, Exodus 16:12, Exodus 16:13
7En morgen, dan zult gij des Heeren heerlijkheid zien, dewijl Hij uw murmureringen tegen den Heere gehoord heeft; want wat zijn wij, dat gij tegen ons murmureert ?
Numeri 16:11, Jesaja 40:5, Numeri 16:11, Jesaja 40:5, Johannes 11:40
8Voorts zeide Mozes: Als de Heere ulieden aan den avond vlees te eten zal geven, en aan den morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat de Heere uw murmureringen gehoord heeft, die gij tegen Hem murmureert; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen den Heere.
Romeinen 13:2, Romeinen 13:2, 1 Samuël 8:7, 1 Samuël 8:7, Numeri 14:27
9Daarna zeide Mozes tot Aäron: Zeg tot de ganse vergadering der kinderen Israëls: Nadert voor het aangezicht des Heeren, want Hij heeft uw murmureringen gehoord.
Numeri 16:16, Numeri 16:16, Exodus 16:8, Exodus 16:2, Exodus 16:8
10En het geschiedde, als Aäron tot de ganse vergadering der kinderen Israëls sprak, en zij zich naar de woestijn keerden, zo ziet, de heerlijkheid des Heeren verscheen in de wolk.
Exodus 16:7, Exodus 16:7, Numeri 16:19, Numeri 16:42, Numeri 16:19
11Ook heeft de Heere tot Mozes gesproken, zeggende:
12Ik heb de murmureringen van de kinderen Israëls gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen de twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik de Heere uw God ben.
Joël 3:17, Joël 3:17, Ezechiël 39:22, Exodus 6:7, Ezechiël 39:22
13En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger.
Numeri 11:9, Numeri 11:9, Psalmen 105:40, Psalmen 78:27, Psalmen 78:28
14Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde.
Numeri 11:7, Numeri 11:9, Numeri 11:7, Numeri 11:9, Deuteronomium 8:3
15Toen het de kinderen Israëls zagen, zo zeiden zij, de een tot den ander: Het is Man, want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood, hetwelk de Heere ulieden te eten gegeven heeft.
Exodus 16:4, Exodus 16:4, Exodus 16:31, Johannes 6:58, Johannes 6:31
16Dit is het woord, dat de Heere geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn.
Exodus 16:36, Exodus 16:36, Exodus 16:18, Exodus 16:18, Exodus 16:32
17En de kinderen Israëls deden alzo, en verzamelden, de een veel en de ander weinig.
18Doch als zij het met den gomer maten, zo had hij, die veel verzameld had, niets over, en dien, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een iegelijk verzamelde zoveel, als hij eten mocht.
2 Korintiërs 8:14, 2 Korintiërs 8:15, 2 Korintiërs 8:14, 2 Korintiërs 8:15
19En Mozes zeide tot hen: Niemand late daarvan over tot den morgen.
Exodus 23:18, Exodus 12:10, Exodus 23:18, Exodus 12:10, Mattheüs 6:34
20Doch zij hoorden niet naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen. Toen wiesen er wormen in, en het werd stinkende; dies werd Mozes zeer toornig op hen.
Lucas 12:15, Mattheüs 6:19, Jakobus 5:2, Jakobus 5:3, Numeri 16:15
21Zij nu verzamelden het allen morgen, een iegelijk naardat hij eten mocht; want als de zon heet werd, zo versmolt het.
Spreuken 6:6, Spreuken 6:11, 2 Korintiërs 6:2, Prediker 12:1, Prediker 9:10
22En het geschiedde op den zesden dag, dat zij dubbel brood verzamelden, twee gomers voor een; en al de oversten der vergadering kwamen en verkondigden het aan Mozes.
Exodus 16:5, Exodus 16:5, Exodus 16:16, Exodus 34:31, Leviticus 25:22
23Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de Heere gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des Heeren! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen.
Leviticus 23:3, Leviticus 23:3, Exodus 20:8, Exodus 20:11, Exodus 31:15
24En zij leiden het op tot den morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in.
Exodus 16:20, Exodus 16:20, Exodus 16:33, Exodus 16:33
25Toen zeide Mozes: Eet dat heden, want het is heden de sabbat des Heeren; gij zult het heden op het veld niet vinden.
Exodus 16:23, Exodus 16:23, Nehemia 9:14, Exodus 16:29, Nehemia 9:14
26Zes dagen zult gij het verzamelen; doch op den zevenden dag is het sabbat, op denzelven zal het niet zijn.
Lucas 13:14, Deuteronomium 5:13, Ezechiël 46:1, Exodus 20:9, Exodus 20:11
27En het geschiedde aan den zevenden dag, dat sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen; doch zij vonden niet.
Spreuken 20:4, Spreuken 20:4
28Toen zeide de Heere tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?
Psalmen 78:10, Psalmen 78:10, Psalmen 106:13, Psalmen 106:13, Ezechiël 20:13
29Ziet, omdat de Heere ulieden den sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u aan den zesden dag voor twee dagen brood; een ieder blijve in zijn plaats! dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag!
Exodus 31:13, Jesaja 58:13, Jesaja 58:14, Exodus 31:13, Jesaja 58:13
30Alzo rustte het volk op den zevenden dag.
Hebreeën 4:9, Leviticus 23:3, Deuteronomium 5:12, Deuteronomium 5:14, Hebreeën 4:9
31En het huis Israëls noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken.
Exodus 16:15, Numeri 11:6, Numeri 11:9, Hooglied 2:3, Exodus 16:15
32Voorts zeide Mozes: Dit is het woord, hetwelk de Heere bevolen heeft: Vul een gomer daarvan tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij zien het brood, dat Ik ulieden heb te eten gegeven in deze woestijn, toen Ik u uit Egypteland uitleidde.
Psalmen 105:5, Psalmen 105:5, Psalmen 111:4, Psalmen 111:5, Lucas 22:19
33Ook zeide Mozes tot Aäron: Neem een kruik, en doe een gomer vol Man daarin; en zet die voor het aangezicht des Heeren, tot bewaring voor uw geslachten.
Hebreeën 9:4, Hebreeën 9:4
34Gelijk als de Heere aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aäron voor de getuigenis tot bewaring.
Exodus 27:21, Exodus 27:21, Exodus 25:16, Exodus 25:21, Exodus 25:16
35En de kinderen Israëls aten Man veertig jaren, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten Man, totdat zij kwamen aan de pale van het land Kanaän.
Nehemia 9:20, Nehemia 9:21, Nehemia 9:20, Nehemia 9:21, Jozua 5:12
36Een gomer nu is het tiende deel van een efa.
Exodus 16:16, Exodus 16:16, Exodus 16:32, Exodus 16:33, Exodus 16:32

Andere Boeken

ExodusLeviticusNumeri+

Andere Boeken

ExodusHfst. 16
LeviticusNumeriDeuteronomiumJozuaRichteren
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward