1Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israëls in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinaï, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.stylusNumeri 33:10, Numeri 33:12, Numeri 33:10, Numeri 33:12, Exodus 17:12En de ganse vergadering der kinderen Israëls murmureerde tegen Mozes en tegen Aäron, in de woestijn.stylusExodus 15:24, 1 Korintiërs 10:10, Exodus 15:24, 1 Korintiërs 10:10, Psalmen 106:253En de kinderen Israëls zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des Heeren, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden.stylusNumeri 11:4, Numeri 11:5, Numeri 11:4, Numeri 11:5, Numeri 20:34Toen zeide de Heere tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet.stylusPsalmen 78:24, Psalmen 78:25, 1 Korintiërs 10:3, Psalmen 78:24, Psalmen 78:255En het zal geschieden op den zesden dag, dat zij bereiden zullen hetgeen zij ingebracht zullen hebben; dat zal dubbel zijn boven hetgeen zij dagelijks zullen verzamelen.stylusExodus 16:22, Exodus 16:23, Exodus 16:22, Exodus 16:23, Exodus 35:26Toen zeiden Mozes en Aäron tot al de kinderen Israëls: Aan den avond, dan zult gij weten, dat u de Heere uit Egypteland uitgeleid heeft;stylusExodus 6:7, Exodus 6:7, Numeri 16:28, Exodus 16:12, Exodus 16:137En morgen, dan zult gij des Heeren heerlijkheid zien, dewijl Hij uw murmureringen tegen den Heere gehoord heeft; want wat zijn wij, dat gij tegen ons murmureert ?stylusNumeri 16:11, Jesaja 40:5, Numeri 16:11, Jesaja 40:5, Johannes 11:408Voorts zeide Mozes: Als de Heere ulieden aan den avond vlees te eten zal geven, en aan den morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat de Heere uw murmureringen gehoord heeft, die gij tegen Hem murmureert; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen den Heere.stylusRomeinen 13:2, Romeinen 13:2, 1 Samuël 8:7, 1 Samuël 8:7, Numeri 14:279Daarna zeide Mozes tot Aäron: Zeg tot de ganse vergadering der kinderen Israëls: Nadert voor het aangezicht des Heeren, want Hij heeft uw murmureringen gehoord.stylusNumeri 16:16, Numeri 16:16, Exodus 16:8, Exodus 16:2, Exodus 16:810En het geschiedde, als Aäron tot de ganse vergadering der kinderen Israëls sprak, en zij zich naar de woestijn keerden, zo ziet, de heerlijkheid des Heeren verscheen in de wolk.stylusExodus 16:7, Exodus 16:7, Numeri 16:19, Numeri 16:42, Numeri 16:1911Ook heeft de Heere tot Mozes gesproken, zeggende:stylus12Ik heb de murmureringen van de kinderen Israëls gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen de twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik de Heere uw God ben.stylusJoël 3:17, Joël 3:17, Ezechiël 39:22, Exodus 6:7, Ezechiël 39:2213En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger.stylusNumeri 11:9, Numeri 11:9, Psalmen 105:40, Psalmen 78:27, Psalmen 78:2814Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde.stylusNumeri 11:7, Numeri 11:9, Numeri 11:7, Numeri 11:9, Deuteronomium 8:315Toen het de kinderen Israëls zagen, zo zeiden zij, de een tot den ander: Het is Man, want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood, hetwelk de Heere ulieden te eten gegeven heeft.stylusExodus 16:4, Exodus 16:4, Exodus 16:31, Johannes 6:58, Johannes 6:3116Dit is het woord, dat de Heere geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn.stylusExodus 16:36, Exodus 16:36, Exodus 16:18, Exodus 16:18, Exodus 16:3217En de kinderen Israëls deden alzo, en verzamelden, de een veel en de ander weinig.stylus18Doch als zij het met den gomer maten, zo had hij, die veel verzameld had, niets over, en dien, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een iegelijk verzamelde zoveel, als hij eten mocht.stylus2 Korintiërs 8:14, 2 Korintiërs 8:15, 2 Korintiërs 8:14, 2 Korintiërs 8:1519En Mozes zeide tot hen: Niemand late daarvan over tot den morgen.stylusExodus 23:18, Exodus 12:10, Exodus 23:18, Exodus 12:10, Mattheüs 6:3420Doch zij hoorden niet naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen. Toen wiesen er wormen in, en het werd stinkende; dies werd Mozes zeer toornig op hen.stylusLucas 12:15, Mattheüs 6:19, Jakobus 5:2, Jakobus 5:3, Numeri 16:1521Zij nu verzamelden het allen morgen, een iegelijk naardat hij eten mocht; want als de zon heet werd, zo versmolt het.stylusSpreuken 6:6, Spreuken 6:11, 2 Korintiërs 6:2, Prediker 12:1, Prediker 9:1022En het geschiedde op den zesden dag, dat zij dubbel brood verzamelden, twee gomers voor een; en al de oversten der vergadering kwamen en verkondigden het aan Mozes.stylusExodus 16:5, Exodus 16:5, Exodus 16:16, Exodus 34:31, Leviticus 25:2223Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de Heere gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des Heeren! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen.stylusLeviticus 23:3, Leviticus 23:3, Exodus 20:8, Exodus 20:11, Exodus 31:1524En zij leiden het op tot den morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in.stylusExodus 16:20, Exodus 16:20, Exodus 16:33, Exodus 16:3325Toen zeide Mozes: Eet dat heden, want het is heden de sabbat des Heeren; gij zult het heden op het veld niet vinden.stylusExodus 16:23, Exodus 16:23, Nehemia 9:14, Exodus 16:29, Nehemia 9:1426Zes dagen zult gij het verzamelen; doch op den zevenden dag is het sabbat, op denzelven zal het niet zijn.stylusLucas 13:14, Deuteronomium 5:13, Ezechiël 46:1, Exodus 20:9, Exodus 20:1127En het geschiedde aan den zevenden dag, dat sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen; doch zij vonden niet.stylusSpreuken 20:4, Spreuken 20:428Toen zeide de Heere tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?stylusPsalmen 78:10, Psalmen 78:10, Psalmen 106:13, Psalmen 106:13, Ezechiël 20:1329Ziet, omdat de Heere ulieden den sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u aan den zesden dag voor twee dagen brood; een ieder blijve in zijn plaats! dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag!stylusExodus 31:13, Jesaja 58:13, Jesaja 58:14, Exodus 31:13, Jesaja 58:1330Alzo rustte het volk op den zevenden dag.stylusHebreeën 4:9, Leviticus 23:3, Deuteronomium 5:12, Deuteronomium 5:14, Hebreeën 4:931En het huis Israëls noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken.stylusExodus 16:15, Numeri 11:6, Numeri 11:9, Hooglied 2:3, Exodus 16:1532Voorts zeide Mozes: Dit is het woord, hetwelk de Heere bevolen heeft: Vul een gomer daarvan tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij zien het brood, dat Ik ulieden heb te eten gegeven in deze woestijn, toen Ik u uit Egypteland uitleidde.stylusPsalmen 105:5, Psalmen 105:5, Psalmen 111:4, Psalmen 111:5, Lucas 22:1933Ook zeide Mozes tot Aäron: Neem een kruik, en doe een gomer vol Man daarin; en zet die voor het aangezicht des Heeren, tot bewaring voor uw geslachten.stylusHebreeën 9:4, Hebreeën 9:434Gelijk als de Heere aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aäron voor de getuigenis tot bewaring.stylusExodus 27:21, Exodus 27:21, Exodus 25:16, Exodus 25:21, Exodus 25:1635En de kinderen Israëls aten Man veertig jaren, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten Man, totdat zij kwamen aan de pale van het land Kanaän.stylusNehemia 9:20, Nehemia 9:21, Nehemia 9:20, Nehemia 9:21, Jozua 5:1236Een gomer nu is het tiende deel van een efa.stylusExodus 16:16, Exodus 16:16, Exodus 16:32, Exodus 16:33, Exodus 16:32