Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Exodus Hoofdstuk 15

DutSVVA
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
EXODUS

Exodus 15

1Toen zong Mozes en de kinderen Israëls den Heere dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den Heere zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.
Openbaring 15:3, Openbaring 15:3, Exodus 15:21, Exodus 15:21, Psalmen 106:12
2De Heere is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen!
Jesaja 12:2, Jesaja 12:2, Psalmen 118:14, Psalmen 118:14, Psalmen 18:46
3De Heere is een krijgsman; Heere is Zijn Naam!
Psalmen 24:8, Psalmen 24:8, Exodus 14:14, Exodus 14:14, Openbaring 19:11
4Hij heeft Farao’s wagenen en zijn heir in de zee geworpen; en de keure zijner hoofdlieden zijn verdronken in de Schelfzee.
Exodus 14:13, Exodus 14:28, Exodus 14:6, Exodus 14:7, Exodus 14:13
5De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen.
Nehemia 9:11, Nehemia 9:11, Exodus 14:28, Exodus 15:10, Exodus 14:28
6O Heere! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o Heere! heeft den vijand verbroken!
Psalmen 118:15, Psalmen 118:16, Psalmen 118:15, Psalmen 118:16, Jesaja 51:9
7En door Uw grote hoogheid hebt Gij, die tegen U opstonden, omgeworpen; Gij hebt Uw brandenden toorn uitgezonden, die hen verteerd heeft als een stoppel.
Jesaja 5:24, Jesaja 5:24, Jesaja 47:14, Maleachi 4:1, Jesaja 47:14
8En door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden; de stromen hebben overeind gestaan, als een hoop; de afgronden zijn stijf geworden in het hart der zee.
Job 4:9, Job 4:9, Psalmen 78:13, Psalmen 78:13, Exodus 14:21
9De vijand zeide: Ik zal vervolgen, ik zal achterhalen, ik zal den buit delen, mijn ziel zal van hen vervuld worden, ik zal mijn zwaard uittrekken, mijn hand zal hen uitroeien.
Richteren 5:30, Richteren 5:30, Exodus 14:5, Exodus 14:5, Jesaja 53:12
10Gij hebt met Uw wind geblazen; de zee heeft hen gedekt, zij zonken onder als lood in geweldige wateren!
Jesaja 11:15, Exodus 15:5, Exodus 14:21, Deuteronomium 11:4, Jesaja 11:15
11O Heere! wie is als Gij onder de goden? wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder?
1 Koningen 8:23, 1 Koningen 8:23, Psalmen 89:5, Psalmen 89:8, Psalmen 89:5
12Gij hebt Uw rechterhand uitgestrekt, de aarde heeft hen verslonden!
Exodus 15:6, Exodus 15:6
13Gij leiddet door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid.
Psalmen 77:20, Psalmen 77:20, 1 Petrus 1:5, 1 Petrus 1:5, Jesaja 63:12
14De volken hebben het gehoord, zij zullen sidderen; weedom heeft de ingezetenen van Palestina bevangen.
Deuteronomium 2:25, Deuteronomium 2:25, Jozua 2:9, Jozua 2:10, Jozua 2:9
15Dan zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen; beving zal de machtigen der Moabieten bevangen; al de ingezetenen van Kanaän zullen versmelten!
Jozua 5:1, Jozua 5:1, Jozua 2:11, Jozua 2:9, Jozua 2:11
16Verschrikking en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen, als een steen, totdat Uw volk, Heere! henen doorkome; totdat dit volk henen doorkome, dat Gij verworven hebt.
Psalmen 74:2, Deuteronomium 2:25, Psalmen 74:2, Deuteronomium 2:25, 1 Samuël 25:37
17Die zult Gij inbrengen, en planten hen op den berg Uwer erfenis, ter plaatse, welke Gij, o Heere! gemaakt hebt tot Uw woning, het heiligdom, hetwelk Uw handen gesticht hebben, o Heere!
Psalmen 44:2, Psalmen 44:2, Psalmen 80:8, Psalmen 80:8, Psalmen 78:54
18De Heere zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren!
Psalmen 29:10, Psalmen 10:16, Psalmen 29:10, Psalmen 10:16, Daniël 2:44
19Want Farao’s paard, met zijn wagen, met zijn ruiters, zijn in de zee gekomen, en de Heere heeft de wateren der zee over hen doen wederkeren; maar de kinderen Israëls zijn op het droge in het midden van de zee gegaan.
Exodus 14:28, Exodus 14:29, Exodus 14:28, Exodus 14:29, Hebreeën 11:29
20En Mirjam, de profetes, Aärons zuster, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien.
Psalmen 150:4, Psalmen 150:4, 1 Samuël 18:6, 1 Samuël 18:6, Richteren 11:34
21Toen antwoordde Mirjam hunlieden: Zingt den Heere; want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!
Exodus 15:1, Exodus 15:1, Openbaring 5:9, Openbaring 15:3, Openbaring 7:10
22Hierna deed Mozes de Israëlieten voortreizen van de Schelfzee af; en zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water.
Genesis 16:7, Genesis 16:7, 1 Samuël 15:7, Genesis 25:18, 1 Samuël 15:7
23Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd derzelver naam genoemd Mara.
Ruth 1:20, Numeri 33:8, Ruth 1:20, Numeri 33:8
24Toen murmureerde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken?
Exodus 16:2, Exodus 16:2, Exodus 14:11, Exodus 14:11, Numeri 20:2
25Hij dan riep tot den Heere; en de Heere wees hem een hout, dat wierp hij in dat water; toen werd het water zoet. Aldaar stelde Hij het volk een inzetting en recht, en aldaar verzocht Hij hetzelve,
Deuteronomium 8:2, Deuteronomium 8:2, Psalmen 66:10, Psalmen 66:10, Richteren 3:1
26En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des Heeren uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de Heere, uw Heelmeester!
Psalmen 103:3, Psalmen 103:3, Deuteronomium 7:15, Deuteronomium 7:15, Exodus 23:25
27Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.
Openbaring 22:2, Openbaring 22:2, Openbaring 7:17, Openbaring 7:17, Numeri 33:9

Andere Boeken

ExodusLeviticusNumeri+

Andere Boeken

ExodusHfst. 15
LeviticusNumeriDeuteronomiumJozuaRichteren
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward