1Uit hem liet Hij een man ontspruiten, Die genade vond in aller oog, Bemind bij God en bij de mensen: Moses, zijn gedachtenis blijve in ere!stylusEzechiël 48:29, Ezechiël 48:29, Zacharia 14:20, Zacharia 14:21, Numeri 34:132Want Hij eerde hem als een god, En maakte hem machtig door vreselijke werken.stylusEzechiël 42:16, Ezechiël 42:20, Ezechiël 42:16, Ezechiël 42:20, Ezechiël 27:283Op zijn woord geschiedden onmiddellijk wonderen; Zo maakte Hij hem sterk voor den vorst. Hij gaf hem geboden voor het volk, En liet hem zijn Glorie aanschouwen;stylusEzechiël 48:10, Ezechiël 48:104Om zijn trouw en zijn deemoed Koos Hij hem uit onder alle vlees.stylusEzechiël 43:19, Ezechiël 40:45, Numeri 16:5, Ezechiël 43:19, Ezechiël 40:455Hij liet hem zijn eigen stem vernemen, Toen Hij hem binnenvoerde in de wolk; Hij legde de geboden in zijn hand, De wet des levens en der wijsheid, Om aan Jakob zijn wetten te leren, Zijn beschikkingen en voorschriften aan Israël.stylusEzechiël 48:13, Ezechiël 48:13, Nehemia 10:38, Nehemia 10:39, 1 Korintiërs 9:136Hij verhief Aäron, even heilig als hij, Zijn broeder uit de stam van Levi.stylusEzechiël 48:15, Ezechiël 48:18, Ezechiël 48:15, Ezechiël 48:18, Ezechiël 48:307Hij sloot met hem een eeuwig verbond, En verleende hem een ereambt; Hij maakte hem gelukkig met zijn luister En bond hem buffelhoornen aan.stylusEzechiël 48:21, Ezechiël 48:21, Ezechiël 34:24, Ezechiël 46:16, Ezechiël 46:188Hij bekleedde hem met volle pracht, En tooide hem met kostelijke gewaden: Met heupkleed, onder- en opperkleed,stylusJesaja 11:3, Jesaja 11:5, Ezechiël 46:18, Jesaja 11:3, Jesaja 11:59Rondom met granaten bezet. Met belletjes volop in het rond, Om te klingelen bij het gaan, En hun klank te doen horen in het heiligdom, Als een teken voor zijn volksgenoten.stylusZacharia 8:16, Zacharia 8:16, Jeremia 22:3, Ezechiël 44:6, Jeremia 22:310Met een heilig gewaad van goud en blauw, En purper: een kunstgewrocht; Met de borsttas voor de orakelstenen, Uit scharlaken: een werk van weefkunst.stylusAmos 8:4, Amos 8:6, Micha 6:10, Micha 6:11, Amos 8:411Met de edelstenen op de borsttas, Als een zegel gesneden, in goud gevat: Een gedachtenis, in letters gegrift, Voor al de stammen van Israël.stylusJesaja 5:10, Jesaja 5:1012Met de gouden diadeem op de mijter, De plaat, met het inschrift: “Aan Jahweh gewijd;” Een heerlijke luister en grootse statie, Een lust voor de ogen, volmaakte pracht.stylusExodus 30:13, Exodus 30:13, Leviticus 27:25, Numeri 3:47, Leviticus 27:2513Vóór hem heeft zo iets nimmer bestaan, En zo zal in eeuwigheid geen onbevoegde zich kleden; Alleen voor zijn zonen werd het zo verordend, En zo zal het blijven van geslacht tot geslacht.stylus14Zijn offer werd geheel verteerd, Bestendig, tweemaal iedere dag.stylus15Moses stelde hem tot priester aan, En zalfde hem met heilige olie. Het werd voor hem een eeuwig verbond, En voor zijn geslacht, als de dagen des hemels: Om Hem te dienen, zijn priester te zijn, En zijn volk te zegenen met zijn Naam.stylusLeviticus 1:4, Leviticus 1:4, Leviticus 6:30, Leviticus 6:30, Spreuken 3:916Uit alle levenden koos Hij hem uit, Om brandoffers en de beste stukken te offeren, Om geurige wierook en het reukoffer te branden, En om verzoening te verkrijgen voor zijn volk.stylusExodus 30:14, Exodus 30:15, Jesaja 16:1, Exodus 30:14, Exodus 30:1517Hij vertrouwde hem zijn geboden toe, En gaf hem macht over recht en wet: Om aan zijn volk de wet te leren, Het recht aan de kinderen van Israël.stylus2 Kronieken 31:3, Jesaja 66:23, Ezechiël 46:4, Ezechiël 46:12, 2 Kronieken 31:318Onbevoegden stonden tegen hem op Uit afgunst in de woestijn: De mannen van Datan en Abiram, En de bent van Kore in hevige twist.stylusLeviticus 16:16, Leviticus 16:16, Leviticus 22:20, Hebreeën 9:14, Exodus 12:219Maar Jahweh zag het en ziedde van woede, En verdelgde hen in gloeiende toorn; Een wonder zelfs wrochtte Hij tegen hen, En verteerde hen in zijn laaiend vuur.stylusEzechiël 43:20, Ezechiël 43:20, Leviticus 16:18, Leviticus 16:20, Ezechiël 43:1420Maar aan Aäron gaf Hij nog hoger luister, Door hem een eigen erfdeel te schenken; Hij gaf voor zijn onderhoud de heilige tienden, En de offers van Jahweh mochten zij eten.stylusPsalmen 19:12, Psalmen 19:12, Ezechiël 45:18, Leviticus 16:20, Ezechiël 45:1521stylusLeviticus 23:5, Leviticus 23:8, Leviticus 23:5, Leviticus 23:8, Numeri 9:222Maar in het land van het volk bezat hij geen deel, In hun midden kreeg hij geen erfgoed; Want Jahweh is zijn deel, Zijn erfgoed onder Israëls zonen.stylusLeviticus 4:14, Leviticus 4:14, Mattheüs 26:26, Mattheüs 26:28, 2 Korintiërs 5:2123Vervolgens Pinechas, de zoon van Elazar: Hij was de derde, die dit ambt bekleedde, Omdat hij voor den God van het heelal had geijverd, En in de bres was gesprongen voor zijn volk; Zijn hart had hem daartoe aangedreven, Om verzoening te verwerven voor Israëls kinderen.stylusLeviticus 23:8, Job 42:8, Leviticus 23:8, Job 42:8, Numeri 23:124Daarom sloot Hij ook met hem een verbond, Een verbond van vrede, om het heiligdom te verzorgen, Zodat bij hem en bij zijn geslacht Het hogepriesterschap voor eeuwig zou blijven.stylusEzechiël 46:5, Ezechiël 46:7, Ezechiël 46:5, Ezechiël 46:7, Numeri 28:1225Het was dus een verbond als dat met David, Den zoon van Jesse, uit Juda's stam: Want zoals de erfenis des konings alleen overgaat op zijn zonen, Zo ook het erfdeel van Aäron op heel zijn geslacht. Zegent dus Jahweh, die zo goed voor u is, En die met luister u heeft gekroond!stylusNumeri 29:12, Numeri 29:38, Numeri 29:12, Numeri 29:38, 2 Kronieken 5:326Hij moge u wijsheid des harten verlenen, Om zijn volk rechtvaardig te richten, Opdat uw geluk niet zal tanen, Noch uw macht tot in verre geslachten.stylus27stylus28stylus29stylus30stylus31stylus