1Josuë, de zoon van Noen, was een machtig held, Moses' dienaar in het profetenambt; Die geschapen was, zoals zijn naam verluidt, Om een grote redding te zijn voor zijn uitverkorenen. Om wraak te nemen op den vijand, En Israël in het bezit van zijn erfdeel te stellen.stylusJesaja 66:23, Jesaja 66:23, Ezechiël 44:1, Ezechiël 44:2, Ezechiël 44:12Wat was hij groot, toen hij zijn hand verhief, En zijn lans zwaaide tegen de stad!stylusEzechiël 44:3, Ezechiël 44:3, Ezechiël 46:8, Ezechiël 46:8, 2 Kronieken 34:313Wie had er voor hem stand kunnen houden, Daar hij de krijg van Jahweh streed?stylusLucas 1:10, Lucas 1:10, Johannes 10:9, Hebreeën 10:19, Hebreeën 10:224Stond de zon niet stil op zijn bevel; Werd niet één dag toen als twee?stylusEzechiël 45:17, Ezechiël 45:17, Numeri 28:9, Numeri 28:10, Numeri 28:95Hij riep den Allerhoogste aan, Toen de vijanden hem rondom belaagden; En de allerhoogste God verhoorde hem, Met hagelstenen van geweldige kracht.stylusEzechiël 45:24, Ezechiël 45:24, Ezechiël 46:7, Ezechiël 46:7, Deuteronomium 16:176Hij slingerde ze neer op het vijandige volk, En verdelgde Kanaän op de helling der bergen, Opdat alle volkeren onder de ban zouden weten, Dat Jahweh neerzag op hun krijg.stylusEzechiël 46:1, Ezechiël 46:17Maar ook, omdat hij God had gehoorzaamd, En in de dagen van Moses Hem trouw was gebleven: Hij en Kaleb, de zoon van Jefoenne: Door stand te houden, toen het volk afviel, Door de toorn af te wenden van de gemeente, En het boze morren tot bedaren te brengen,stylusEzechiël 46:5, Ezechiël 46:58Daarom werden zij beiden alleen uitgezonderd Van de zesmaal honderdduizend zwervers, En binnengevoerd in hun erfdeel, In het land, dat druipt van melk en honing.stylusEzechiël 46:2, Ezechiël 46:2, Kolossenzen 1:18, Ezechiël 44:1, Ezechiël 44:39Aan Kaleb verleende hij bovendien kracht, Die hem bijbleef in zijn ouderdom. Hij voerde hem op naar de hoge streken, Waar zijn kroost zich een erfdeel verwierf;stylusDeuteronomium 16:16, Deuteronomium 16:16, Exodus 34:23, Psalmen 84:7, 2 Petrus 2:2010Opdat heel het geslacht van Jakob zou weten, Dat het goed is, Jahweh trouw te volgen!stylusPsalmen 42:4, Psalmen 42:4, 1 Kronieken 29:20, 1 Kronieken 29:22, 1 Kronieken 29:2011Ook de Rechters, ieder bij name, Allen, die onbedorven waren van hart En God niet ontrouw werden: Hun gedachtenis blijve in zegening,stylusEzechiël 46:5, Ezechiël 46:5, Ezechiël 46:7, Ezechiël 46:7, Leviticus 23:112Hun gebeente schiete nieuwe loten, En hun naam leve voort in hun zonen!stylusEzechiël 45:17, Ezechiël 46:1, Ezechiël 46:2, Ezechiël 45:17, Ezechiël 46:113Geëerd bij zijn volk, door zijn Schepper bemind, Was hij, wiens geboorte werd afgebeden: Aan Jahweh gewijd in het profetenambt, Samuël, de Rechter en Priester. Op Gods bevel stelde hij het koningschap in, En zalfde vorsten over het volk.stylusJesaja 50:4, Jesaja 50:4, Openbaring 13:8, Exodus 12:5, Psalmen 92:214Hij gaf bevelen aan het vergaderde volk, En trok de tenten van Jakob rond;stylusNumeri 28:5, Numeri 28:515Om zijn onkreukbaarheid was hij gezocht als profeet, Om zijn woord werd hij als ziener vertrouwd.stylusHebreeën 10:1, Hebreeën 10:10, Hebreeën 10:1, Hebreeën 10:10, Hebreeën 7:2716Hij riep tot Jahweh, toen de vijand rondom hem belaagde, En offerde een vlekkeloos lam.stylus2 Kronieken 21:3, 2 Kronieken 21:3, Galaten 4:7, Galaten 4:7, Romeinen 8:2917En Jahweh deed uit de hemel zijn donder weergalmen, Men hoorde zijn stem in machtig gedreun;stylusLeviticus 25:10, Leviticus 25:10, Galaten 4:30, Galaten 4:31, Mattheüs 25:1418Hij sloeg de aanvoerders van den vijand te pletter, En bracht al de vorsten der Filistijnen ten onderstylusEzechiël 45:8, Ezechiël 45:8, Ezechiël 22:27, 1 Koningen 21:19, Ezechiël 22:2719En toen de tijd was gekomen van zijn ontslapen, Riep hij Jahweh en zijn gezalfde tot zijn getuige: “Van wien heb ik geschenken, een schoen slechts genomen?” En niemand was er, die er antwoord op gaf.stylusEzechiël 42:9, Ezechiël 42:9, Ezechiël 44:4, Ezechiël 44:5, Ezechiël 40:4420Zelfs na zijn dood werd hij nog ondervraagd En voorspelde den koning zijn lot; Hij verhief uit de aarde zijn profetische stem, Om een einde te maken aan het kwaad van het volk.stylus2 Kronieken 35:13, 2 Kronieken 35:13, Ezechiël 44:29, Ezechiël 44:19, Leviticus 2:421stylus22stylus23stylus