Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Sirach Hoofdstuk 39

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
SIRACH

Sirach 39

1Geheel anders is hij, die zijn geest er op richt, Om de Wet van den Allerhoogste te begrijpen: Die de wijsheid van alle ouden doorvorst, En zich bezighoudt met de profetieën;
Ezechiël 38:2, Ezechiël 38:3, Ezechiël 38:2, Ezechiël 38:3, Ezechiël 35:3
2Die vasthoudt, wat beroemde mannen hebben geleerd, En tracht door te dringen in spreuken en strofen;
Jesaja 37:29, Ezechiël 38:15, Psalmen 40:14, Jesaja 37:29, Ezechiël 38:15
3Die duistere gelijkenissen achterhaalt, En zich bezighoudt met raadselachtige spreuken.
Psalmen 76:3, Psalmen 76:3, Hosea 1:5, Hosea 1:5, Jeremia 21:4
4Temidden der groten verricht hij zijn dienst, En durft voor den vorst te verschijnen; Door het land van vreemde volken trekt hij rond, Want hij beproeft goed en kwaad bij de mensen.
Ezechiël 33:27, Ezechiël 39:17, Ezechiël 39:20, Ezechiël 33:27, Ezechiël 39:17
5Hij staat er op, vroeg te verschijnen voor zijn Schepper en Heer, Om voor het aanschijn van den Allerhoogste te bidden; Hij opent zijn mond tot gebed, En vraagt om vergeving van zijn zonden.
Jeremia 8:2, Jeremia 22:19, Ezechiël 29:5, Ezechiël 32:4, Jeremia 8:2
6Zo het den oppersten Heer behaagt, Zal Hij hem vervullen met de geest van verstand; Dan zal hij woorden van wijsheid doen stromen, En Jahweh loven in zijn gebed.
Ezechiël 30:16, Ezechiël 30:8, Amos 1:4, Ezechiël 30:16, Ezechiël 30:8
7Hij zal Gods wil en beleid verstaan, En zijn geheimenissen overwegen,
Ezechiël 38:16, Ezechiël 38:23, Ezechiël 38:16, Ezechiël 38:23, Ezechiël 20:39
8De tucht van zijn leer onderrichten, En roemen op de Wet van Jahweh's verbond.
Ezechiël 38:17, Ezechiël 38:17, Ezechiël 7:2, Ezechiël 7:10, Jesaja 33:10
9Velen zullen zijn wijsheid prijzen, En nimmer wordt zij vergeten; Zijn gedachtenis zal nooit vergaan, Want zijn naam blijft leven van geslacht tot geslacht.
Psalmen 46:9, Psalmen 46:9, Jesaja 66:24, Jesaja 66:24, Maleachi 1:5
10De volkeren zullen zijn wijsheid roemen, En de gemeente zal zijn lof verkonden;
Jesaja 33:1, Jesaja 33:1, Jesaja 14:2, Jesaja 14:2, Micha 5:8
11Zolang hij leeft, wordt hij boven duizend geprezen, En gaat hij te ruste, dan nog meer.
Numeri 11:34, Johannes 6:1, Numeri 34:11, Ezechiël 47:18, Ezechiël 38:2
12Zevende reeks. De wijsheid en de wederwaardigheden des levens. Inleiding. Lofzang op gods wijze leiding. Nog eenmaal wil ik mijn gedachten uiten; Want vol ben ik als de volle maan!
Deuteronomium 21:23, Deuteronomium 21:23, Ezechiël 39:14, Ezechiël 39:14, Ezechiël 39:16
13Luistert naar mij, gij vrome zonen, dan schiet gij loten Als een roos, die opbloeit aan een beek op het veld;
Ezechiël 28:22, Ezechiël 28:22, Sefanja 3:19, Sefanja 3:20, Sefanja 3:19
14Dan verspreidt gij goede geur als wierook, En laat bloemen ontluiken als een lelie. Verheft uw stem en zingt een lied; Looft den Heer om al zijn werken.
Ezechiël 39:12, Numeri 19:11, Numeri 19:19, Ezechiël 39:12, Numeri 19:11
15Geeft glorie aan zijn Naam, En prijst Hem met een jubellied, Met harpgezang en citerspel; En zo moet gij uw loflied zingen:
Lucas 11:44, Lucas 11:44
16De werken Gods zijn alle goed; Al wat nodig is, geeft Hij in overvloed op zijn tijd.
17Door zijn woord stelt Hij de wateren als een muur, Of door het bevel van zijn mond in zijn voorraadskamer
Openbaring 19:17, Openbaring 19:18, Sefanja 1:7, Openbaring 19:17, Openbaring 19:18
18Wat Hem behaagt, komt ook tot stand, Geen hindernis is er, als Hij helpt.
Psalmen 22:12, Psalmen 22:12, Openbaring 19:17, Openbaring 19:18, Jeremia 51:40
19Het doen van iedere mens ligt voor Hem open, Niets blijft verborgen voor zijn oog;
20Hij blikt van eeuwigheid tot eeuwigheid, Geen grenzen zijn er voor zijn heil. Niets is Hem klein of gering, Maar ook niets wonderlijk of te zwaar.
Openbaring 19:18, Openbaring 19:18, Haggaï 2:22, Haggaï 2:22, Ezechiël 38:4
21Men moet dus niet zeggen: Waarom dit of dat? Want alles werd voor zijn doel bestemd. Niet zeggen: Dit is slechter dan dat; Want op zijn tijd is alles voortreffelijk.
Jesaja 37:20, Ezechiël 38:23, Exodus 9:16, Ezechiël 38:16, Ezechiël 36:23
22Hij doet zijn zegen stromen als de Nijl, En verkwikt de aarde als de Eufraat.
Jeremia 24:7, Jeremia 24:7, Ezechiël 39:28, Jeremia 31:34, Ezechiël 39:7
23Maar zijn toorn verdrijft de volken, Zoals Hij de gouwen veranderde in zout.
Jeremia 22:8, Jeremia 22:9, Jeremia 22:8, Jeremia 22:9, Jesaja 59:2
24Voor de gerechten zijn zijn paden effen, Maar onbegaanbaar voor de slechten;
Ezechiël 36:19, Ezechiël 36:19, Jeremia 4:18, Jeremia 2:17, Jeremia 2:19
25Goed schonk Hij aan de goeden van de aanvang af, Maar voor de kwaden maakte Hij goed tot kwaad.
Ezechiël 34:13, Ezechiël 34:13, Jesaja 27:12, Jesaja 27:13, Jesaja 27:12
26De eerste behoefte voor 's mensen leven Zijn water en vuur, ijzer en zout, Het meel van de tarwe, melk en honing, Het sap van de druif, met olie en kleding.
1 Koningen 4:25, Micha 4:4, 1 Koningen 4:25, Micha 4:4, Ezechiël 16:63
27Goed is dit alles voor de goeden, Maar voor de slechten wordt het slecht.
Ezechiël 38:23, Ezechiël 36:23, Ezechiël 36:24, Ezechiël 38:16, Ezechiël 38:23
28Er zijn winden, die tot straf zijn geschapen, En de bergen doen schudden, als ze razen; Die op de dag van gramschap hun kracht laten zien, En de toorn van hun Schepper bedaren.
Ezechiël 39:22, Ezechiël 39:22, Jesaja 27:12, Amos 9:9, Romeinen 9:6
29Vuur en hagel, honger en pest, Ook die zijn geschapen als straf.
Joël 2:28, Joël 2:28, 1 Johannes 3:24, Jesaja 32:15, 1 Johannes 3:24
30Verscheurende dieren, schorpioenen en adders Zijn een wrekend zwaard, om de slechten te doden;
31Zij allen werden met bedoeling geschapen, In zijn schuren bewaard, op hun tijd ontboden. Als Hij ze gebiedt, jubelen ze het uit; Worden ze geroepen, zijn bevelen weerstreven ze niet.
32Daarom was ik er van de aanvang van overtuigd, Begreep het en legde het schriftelijk vast:
33De werken Gods zijn alle goed, Al wat nodig is, geeft Hij in overvloed op zijn tijd!
34Zeg dus niet: Dit is slechter dan dat; Want op zijn tijd is alles voortreffelijk.
35Juicht daarom met heel uw hart En zegent de Naam van den Heilige!
36
37
38
39
40
41

Andere Boeken

SirachJesajaJeremia+

Andere Boeken

SirachHfst. 39
JesajaJeremiaKlaagliederenBaruchEzechiël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward