1Grote kommer heeft God beschikt, Een zwaar juk drukt op den mens Van de dag af, dat Hij komt uit de schoot van zijn moeder, Tot de dag, dat hij terugkeert tot de moeder van allen!stylusEzechiël 33:21, Ezechiël 33:21, Ezechiël 32:17, Ezechiël 1:2, Ezechiël 1:32Angstige bezorgdheid en hartevrees, Zorg voor de toekomst tot aan de dag van de doodstylusDaniël 7:1, Daniël 7:7, Ezechiël 1:1, Daniël 7:1, Daniël 7:73Is het lot van hem, die op een eretroon zetelt, Als van hem, die neerzit in zak en as;stylusOpenbaring 11:1, Ezechiël 47:3, Openbaring 11:1, Ezechiël 47:3, Daniël 10:54Van hem, die de mijter draagt met gouden band, Als van hem, die gekleed gaat in dierenvellen. Toorn, naijver, zorg en vrees, Angst voor de dood, twist en strijd zijn zijn deel,stylusEzechiël 44:5, Ezechiël 44:5, Ezechiël 2:7, Ezechiël 2:8, Ezechiël 43:105Zelfs als hij rust op zijn legerstede, Ontstelt de nachtelijke slaap nog zijn hart;stylusEzechiël 42:20, Ezechiël 42:20, Jesaja 26:1, Jesaja 26:1, Openbaring 21:126Een kort ogenblik slechts heeft hij rust, Dan ziet hij in de droom, als was hij klaar wakker.stylusEzechiël 8:16, Ezechiël 43:1, Ezechiël 8:16, Ezechiël 43:1, Ezechiël 40:207Hij slaat op de vlucht voor de droom van zijn geest, Als een vluchteling, die wegholt voor zijn vervolger; Maar is hij ontkomen, dan schiet hij wakker, En ziet verbaasd, dat hij niets had te vrezen.stylusEzechiël 40:36, Ezechiël 40:36, Jeremia 35:4, Ezra 8:29, Ezechiël 40:338Op alle vlees van mens en dier, Maar op den zondaar zevenvoudig,stylus9Drukt pest en bloed, en koorts en zwaard, Verwoesting, vernieling, honger en dood.stylusEzechiël 45:19, Ezechiël 45:1910Wel werd om den slechte het zwaard geschapen, En komt de ondergang om zijnentwil;stylus11Maar al wat uit de aarde komt, keert terug naar de aarde, Doch wat van boven komt, naar boven.stylus12Ieder onrechtvaardig geschenk gaat te niet, Maar eerlijkheid houdt eeuwig stand.stylus13Onrechtvaardig goed is als een woeste stroom, Als een machtige vloed bij een onweersbui:stylus14Ze rukken wel rotsen mee in hun vaart, Maar weldra zijn ze voor altijd voorbij.stylusExodus 27:9, Exodus 27:9, Ezechiël 8:7, Ezechiël 42:1, Psalmen 100:415Een goddeloos geslacht zal geen loten doen spruiten; Want de wortel van den boze ligt op puntige rotsen.stylus16Het riet aan de oever van de stroom, Verdwijnt vóór alle andere planten:stylus1 Koningen 6:4, 2 Kronieken 3:5, Ezechiël 41:26, 1 Koningen 6:4, 2 Kronieken 3:517Maar de liefde wijkt in eeuwigheid niet, En rechtvaardigheid houdt eeuwig stand.stylusOpenbaring 11:2, Ezechiël 42:1, Openbaring 11:2, Ezechiël 42:1, 1 Kronieken 9:2618Een leven van wijn en most mag zoet zijn, Maar daarboven gaat het, een schat te vinden;stylus19Kind en stad houden de naam in stand, Maar daarboven gaat, wie wijsheid vindt. Vee en land verhogen het aanzien, Maar daarboven gaat een wijze vrouw;stylusEzechiël 40:23, Ezechiël 40:27, Ezechiël 40:23, Ezechiël 40:27, Ezechiël 46:120Wijn en lied verblijden het hart, Maar daarboven gaat de liefde van vrienden.stylusEzechiël 40:6, Ezechiël 40:621Luit en harp veraangenamen het lied, Maar daarboven gaat een zachte tong;stylusEzechiël 40:29, Ezechiël 40:30, Ezechiël 40:29, Ezechiël 40:30, Ezechiël 40:3622Schoonheid en bevalligheid trekken het oog, Maar daarboven gaat het gewas op het veld.stylusEzechiël 40:31, Ezechiël 40:37, Ezechiël 40:31, Ezechiël 40:37, Ezechiël 40:4923Vriend en makker geven op tijd hun raad, Maar daarboven gaat een verstandige vrouw;stylusEzechiël 40:19, Ezechiël 40:19, Ezechiël 40:27, Ezechiël 40:28, Ezechiël 40:2724Broer en helper steunen in tijden van nood, Maar daarboven gaat de hulp van de deugd.stylusEzechiël 40:6, Ezechiël 46:9, Ezechiël 40:20, Ezechiël 40:21, Ezechiël 40:625Goud en zilver schragen de voet, Maar daarboven gaat een goede raad;stylusEzechiël 40:33, Ezechiël 40:33, Ezechiël 40:21, Ezechiël 40:22, Ezechiël 40:2926Rijkdom en weelde verblijden het hart, Maar daarboven gaat de vreze Gods. Bij de vreze Gods is er aan niets gebrek, Naast haar behoeft men geen andere hulp;stylusEzechiël 40:22, Ezechiël 40:22, Ezechiël 40:16, Ezechiël 40:16, Ezechiël 40:627De vreze Gods is als een paradijs vol zegen, Een baldakijn, dat alle glorie overtreft.stylusEzechiël 40:23, Ezechiël 40:23, Ezechiël 40:32, Ezechiël 40:32, Ezechiël 40:1928Mijn zoon, wil niet van aalmoezen leven; Beter dood dan een bedelaar.stylusEzechiël 40:35, Ezechiël 40:35, Ezechiël 40:32, Ezechiël 40:3229Een man, die naar andermans tafel moet snakken, Diens leven heet geen leven meer. Men bezoedelt zich met gekregen brokken; Een verstandig man krijgt er maagpijn van.stylusEzechiël 40:25, Ezechiël 40:25, Ezechiël 40:7, Ezechiël 40:16, Ezechiël 40:730Een brutale mond smaakt het gebedelde zoet; Maar in zijn binnenste brandt het als vuur.stylusEzechiël 40:21, Ezechiël 40:21, Ezechiël 40:33, Ezechiël 40:36, Ezechiël 40:2931stylusEzechiël 40:26, Ezechiël 40:26, Ezechiël 40:22, Ezechiël 40:34, Ezechiël 40:2232stylusEzechiël 40:28, Ezechiël 40:31, Ezechiël 40:35, Ezechiël 40:28, Ezechiël 40:31