1Ijdele en bedriegelijke hoop is goed voor een zot, En droomgezichten brengen de dwazen van streek;stylus2Zoals iemand naar een schaduw grijpt of de wind najaagt, Zo is hij, die op dromen vertrouwt.stylusJeremia 23:1, Jeremia 23:1, Jeremia 3:15, Jeremia 3:15, Jesaja 40:113Een droomgezicht: dat is het een in plaats van het ander; In plaats van een gelaat de schim van een gelaat.stylusZacharia 11:16, Zacharia 11:16, Jesaja 1:10, Ezechiël 33:25, Ezechiël 33:264Wat reins kan er komen van iets dat onrein is; En welke waarheid van de leugen?stylusMattheüs 18:12, Mattheüs 18:13, Mattheüs 18:12, Mattheüs 18:13, Ezechiël 34:165Waarzeggerij, wichelarij en dromen zijn ijdel; Want het hart beeldt zich in, wat het hoopt.stylusMattheüs 9:36, 2 Kronieken 18:16, Mattheüs 9:36, 2 Kronieken 18:16, Jeremia 23:26Komen ze niet van den Allerhoogste als een openbaring, Schenk er dan geen aandacht aan.stylusPsalmen 142:4, 1 Petrus 2:25, Psalmen 142:4, 1 Petrus 2:25, Jeremia 40:117Want de droom heeft reeds velen bedrogen, En die er op hoopten, teleurgesteld;stylusPsalmen 82:1, Psalmen 82:7, Ezechiël 34:9, Jeremia 22:2, Jeremia 22:38Maar de Wet gaat zonder bedrog in vervulling, De wijsheid in de mond van wetsgetrouwen komt uit.stylus2 Petrus 2:13, 2 Petrus 2:13, Ezechiël 34:18, Ezechiël 34:31, Ezechiël 34:109Een man van ervaring weet veel; Want wie veel heeft beleefd, kan verstandig spreken.stylus10Wie niets ondervond, weet weinig; Maar wie veel heeft gereisd, deed veel kennis op.stylusZacharia 10:3, Ezechiël 34:2, Zacharia 10:3, Ezechiël 34:2, Jeremia 21:1311Veel heb ik gezien op mijn tochten, En mij overkwam veel meer dan ik zeg:stylusLucas 19:10, Johannes 10:16, Lucas 19:10, Johannes 10:16, Jesaja 40:1012Zelfs was ik vaak in doodsgevaren, Maar door Gods hulp werd ik eruit gered.stylusJesaja 40:11, Johannes 10:11, Johannes 10:12, Jesaja 40:11, Johannes 10:1113De geest van die Jahweh vrezen, zal leven, Want hun hoop is op hun Redder gesteld.stylusEzechiël 28:25, Ezechiël 28:26, Ezechiël 28:25, Ezechiël 28:26, Ezechiël 11:1714Wie Jahweh vreest, is niet beangst En niet versaagd, want Hij zelf is zijn hoop.stylusJohannes 10:9, Johannes 10:9, Jeremia 31:25, Jeremia 31:25, Psalmen 23:115Wie Jahweh vreest, gelukkig zijn ziel! Wie is het, op wien hij vertrouwt, en Wie is zijn steun?stylusEzechiël 34:23, Jeremia 3:15, Johannes 21:15, Ezechiël 34:23, Jeremia 3:1516De ogen van Jahweh rusten op wie Hem beminnen; Hij is een machtig schild en een sterke steun, Een beschutting tegen de hitte, een schaduw voor de middagzon, Een stut bij struikelen en een hulp bij vallen;stylusLucas 19:10, Lucas 19:10, Jesaja 49:26, Ezechiël 34:4, Jesaja 49:2617Hij verkwikt de ziel, en verlicht de ogen, Hij schenkt genezing, leven en zegen.stylusZacharia 10:3, Ezechiël 34:20, Ezechiël 34:22, Mattheüs 25:32, Mattheüs 25:3318Een offer uit onrechtvaardig goed is een bezoedeld offer; Zo'n bespotting van de zondaren vindt geen behagen.stylusLucas 11:52, Mattheüs 23:13, Lucas 11:52, Mattheüs 23:13, Numeri 16:1319De offers der zondaars zijn niet welgevallig aan God, En om de veelheid der offers vergeeft Hij geen zonden.stylus20Al wie een zoon vermoordt voor het oog van zijn vader, Is hij, die offers brengt uit het bezit van de armen.stylusEzechiël 34:10, Psalmen 22:12, Psalmen 22:16, Mattheüs 25:31, Mattheüs 25:4621Het brood der behoeftigen is het leven der armen, En wie er van rooft, is een man des bloeds;stylusZacharia 11:5, Zacharia 11:16, Zacharia 11:17, Ezechiël 34:3, Ezechiël 34:522Wie den naaste zijn levensonderhoud ontrooft, is een moordenaar, En wie het loon onthoudt aan zijn knecht, vergiet bloed.stylusPsalmen 72:12, Psalmen 72:14, Jeremia 23:2, Jeremia 23:3, Psalmen 72:1223De een bouwt op, de ander breekt af; Wat hebben zij er meer van dan last?stylusEzechiël 37:24, Ezechiël 37:25, Jeremia 30:9, Ezechiël 37:24, Ezechiël 37:2524De een bidt en de ander vloekt; Naar wiens stem zal Jahweh nu horen?stylusJeremia 23:5, Jeremia 23:6, Jeremia 31:33, Ezechiël 36:28, Jeremia 23:525Zo iemand na zijn reiniging weer een lijk aanraakt, Wat baat hem dan zijn reiniging?stylusJesaja 11:6, Jesaja 11:9, Ezechiël 37:26, Jesaja 11:6, Jesaja 11:926Zo is het met hem, die vast om zijn zonden, En daarna weer hetzelfde gaat doen. Wie zal er luisteren naar zijn gebed; Wat baat hem dan zijn kastijding?stylusDeuteronomium 28:12, Deuteronomium 28:12, Jesaja 44:3, Jesaja 44:3, Leviticus 26:427stylusJeremia 30:8, Jeremia 30:8, Leviticus 26:13, Leviticus 26:4, Leviticus 26:1328stylusJeremia 46:27, Jeremia 30:10, Jeremia 46:27, Jeremia 30:10, Ezechiël 39:2629stylusEzechiël 36:29, Ezechiël 36:29, Jesaja 4:2, Ezechiël 34:26, Ezechiël 34:2730stylusEzechiël 37:27, Ezechiël 34:24, Ezechiël 37:27, Ezechiël 34:24, Psalmen 46:1131stylusPsalmen 100:3, Psalmen 100:3, Johannes 10:16, Johannes 10:16, Ezechiël 36:38