1Wie de Wet onderhoudt, brengt vele offers; Wie de geboden vervult, een vrede-offer.stylusEzechiël 34:1, Ezechiël 22:1, Ezechiël 21:1, 2 Petrus 1:21, Ezechiël 34:12Wie de liefde beoefent, draagt een spijsoffer op; Wie een aalmoes geeft, een offer van dank.stylusGenesis 32:3, Ezechiël 25:8, Ezechiël 6:2, Genesis 32:3, Ezechiël 25:83Een Gode behaaglijk offer is het, de zonde te mijden, En een zoenoffer, zich te onthouden van kwaad.stylusJeremia 6:12, Jeremia 6:12, Ezechiël 6:14, Jeremia 15:6, Ezechiël 35:74Verschijn dus niet met lege handen voor Jahweh; Want dit alles moet geschieden, zoals het is voorgeschreven.stylusEzechiël 35:9, Ezechiël 35:9, Maleachi 1:3, Maleachi 1:4, Maleachi 1:35Het offer van den brave is als vet op het altaar, Als een lieflijke geur voor den Allerhoogste;stylusPsalmen 137:7, Psalmen 137:7, Amos 1:11, Amos 1:11, Obadja 1:106Het offer van een rechtvaardige is welbehaaglijk, En zal voortdurend in herinnering blijven.stylusJesaja 63:2, Jesaja 63:6, Jesaja 63:2, Jesaja 63:6, Openbaring 18:247Breng met gulheid Jahweh uw lof, En verminder de eerstelingen uwer handen niet;stylusEzechiël 35:3, Ezechiël 29:11, Richteren 5:6, Richteren 5:7, Ezechiël 35:38Zet een vrolijk gezicht bij iedere gave, En offer blijmoedig uw tienden.stylusEzechiël 31:12, Ezechiël 31:12, Ezechiël 32:4, Ezechiël 32:5, Ezechiël 39:49Geef aan God, naar gelang Hij u schonk, Met vreugde en naar uw vermogen;stylusEzechiël 25:13, Ezechiël 25:13, Maleachi 1:3, Maleachi 1:4, Ezechiël 35:410Want Hij is een God van vergelding, Die u zevenvoudig teruggeeft.stylusEzechiël 36:5, Ezechiël 36:5, Ezechiël 48:35, Psalmen 83:4, Psalmen 83:1211Tracht niet, Hem om te kopen, want Hij neemt het niet aan, En vertrouw niet op een offer van onrecht;stylusMattheüs 7:2, Psalmen 9:16, Mattheüs 7:2, Psalmen 9:16, Psalmen 73:1712Want Hij is een rechtvaardig God, Hij kent geen aanzien des persoons.stylusEzechiël 36:2, Ezechiël 36:2, Psalmen 83:12, Psalmen 83:12, Ezechiël 35:913Hij is niet partijdig tegen den arme; Neen, Hij luistert naar het geween der verdrukten.stylusDaniël 11:36, Daniël 11:36, Jesaja 36:20, 1 Samuël 2:3, Jeremia 29:2314Hij wijst het zuchten der wezen niet af, Noch dat van de weduwe, als zij blijft klagen.stylusJesaja 65:13, Jesaja 65:15, Jeremia 51:48, Jesaja 14:7, Jesaja 14:815Lopen de tranen haar niet langs de wangen, En getuigt niet haar zuchten tegen wie ze deed stromen?stylusJesaja 34:5, Jesaja 34:6, Ezechiël 35:3, Ezechiël 35:4, Klaagliederen 4:2116Haar klagen zal genade vinden, En haar smeken dringt door de wolken heen.stylus17Het schreien van den verdrukte dringt door de wolken, En rust niet, voordat het God heeft bereikt;stylus18Het wijkt niet, totdat de Allerhoogste er op neerziet, En de rechtvaardige Rechter recht heeft verschaft.stylus19Neen, God zal niet dralen; Als een krijgsheld deinst Hij niet terug,stylus20Tot Hij den verdrukker de lenden heeft verbrijzeld, En op de volkeren zijn wraak heeft gekoeld;stylus21Tot Hij de staf der trotsen heeft veroverd, En de schepter der bozen gebroken;stylus22Tot Hij den mens zijn werk heeft vergolden: Het eigenmachtige doen van de mensen;stylus23Tot Hij de zaak van zijn volk heeft beslecht, En het heeft verblijd met zijn heil!stylus24Lieflijk is zijn ontferming ten tijde van druk, Als een onweersbui ten tijde van droogte.stylus25stylus26stylus