1Wie Jahweh vreest, hem treft geen onheil; En wordt hij beproefd, hij wordt telkens bevrijd.stylus2Het is niet verstandig, de Wet te haten, Want men verliest de koers als een schip in de storm.stylusEzechiël 33:30, Ezechiël 33:30, Ezechiël 14:17, Ezechiël 33:17, Ezechiël 3:113Een verstandig man geeft acht op Gods woord, En vertrouwt op zijn Wet als op een orakel.stylusNehemia 4:20, Hosea 8:1, Nehemia 4:20, Hosea 8:1, Jesaja 58:14Bereid uw zaak voor en handel dan; Zorg eerst voor een rusthuis en neem dan rust.stylusEzechiël 18:13, Ezechiël 18:13, Handelingen 18:6, Handelingen 18:6, Jeremia 6:175Als het rad van een wagen is het hart van een dwaas, Als een wentelend wiel zijn gedachten.stylusExodus 9:19, Exodus 9:21, Hebreeën 11:7, Exodus 9:19, Exodus 9:216Wie telkens wisselt van vriend, gelijkt op een hengst, Die hinnikt onder iederen ruiter.stylusEzechiël 3:18, Ezechiël 3:20, Ezechiël 3:18, Ezechiël 3:20, Genesis 42:227Waarom verschilt de ene dag van de ander? Het licht komt toch van dezelfde zon!stylusEzechiël 3:17, Ezechiël 3:21, Ezechiël 3:17, Ezechiël 3:21, Jeremia 26:28Door Jahweh's wijsheid zijn ze onderscheiden, Sommige er van zijn dagen van feest;stylusHandelingen 20:26, Handelingen 20:27, Handelingen 20:26, Handelingen 20:27, Ezechiël 33:69Want sommige heeft Hij gezegend en geheiligd, En andere tot gewone dagen gemaakt.stylusEzechiël 3:19, Ezechiël 3:19, Handelingen 20:26, Handelingen 20:26, Ezechiël 3:2110Zo is iedere mens uit stof, Omdat de mens uit aarde is gemaakt.stylusJesaja 49:14, Ezechiël 37:11, Ezechiël 24:23, Jesaja 49:14, Ezechiël 37:1111Maar Jahweh's wijsheid deed hen uiteengaan, En maakte hun wegen verschillend.stylus1 Timotheüs 2:4, 1 Timotheüs 2:4, Ezechiël 18:23, Ezechiël 18:23, 2 Petrus 3:912Sommigen van hen heeft Hij gezegend en verheven; Hen geheiligd, en tot Zich getrokken; Anderen heeft Hij gevloekt en vernederd, En ze verdreven uit hun woonsteden.stylus2 Kronieken 7:14, 2 Kronieken 7:14, Ezechiël 33:18, Ezechiël 33:19, Ezechiël 33:1813Zoals de klei in de hand van den pottenbakker Vorm ontvangt naar zijn verkiezing, Zo is de mens in de hand van zijn Schepper: Van Hem ontvangt hij zijn taak.stylusEzechiël 18:24, Ezechiël 18:24, Hebreeën 10:38, Hebreeën 10:38, Ezechiël 18:414Tegenover het kwaad staat het goed, Tegenover het leven de dood; Tegenover den goede staat de slechte, Zoals licht tegenover duisternis staat.stylusEzechiël 18:27, Ezechiël 18:27, Jeremia 18:7, Jeremia 18:8, Jesaja 55:715Zie naar al de werken Gods; Altijd zijn het er twee, het een tegenover het ander.stylusEzechiël 20:11, Ezechiël 20:11, Lucas 19:8, Lucas 19:8, Exodus 22:116Al ben ik als laatste gekomen, Als een arenlezer achter de maaiers,stylusEzechiël 18:22, Ezechiël 18:22, Jesaja 43:25, Jesaja 43:25, Micha 7:1817Toch snelde ook ik onder Gods zegen toe, En heb als een oogster mijn wijnkuip gevuld.stylusMattheüs 25:24, Mattheüs 25:26, Ezechiël 18:29, Ezechiël 18:25, Mattheüs 25:2418Ziet, hoe ik niet alleen voor mijzelf heb gewerkt, Maar voor allen, die wijsheid zoeken.stylusEzechiël 33:12, Ezechiël 33:13, Ezechiël 33:12, Ezechiël 33:13, 2 Petrus 2:2019Hoort dus, prinsen van geheel het volk, Gij, leiders der gemeente, luistert naar mij!stylusEzechiël 18:27, Ezechiël 18:28, Ezechiël 18:27, Ezechiël 18:28, Ezechiël 33:1420Kind of vrouw, broer of vriend, Laat ze niet heersen over uw leven.stylusMattheüs 16:27, Mattheüs 16:27, Ezechiël 18:25, Ezechiël 18:25, Ezechiël 33:1721Zo lang er leven in u is en adem, Zij niemand over u de baas. Geef uw vermogen niet aan een ander, Opdat ge hem later niet behoeft te vragen.stylusEzechiël 1:2, Ezechiël 1:2, Ezechiël 24:26, Ezechiël 24:27, Ezechiël 32:122Want beter is het, dat uw kinderen u moeten bidden, Dan dat gij naar de hand van uw kinderen moet zien.stylusEzechiël 1:3, Ezechiël 1:3, Ezechiël 3:26, Ezechiël 3:27, Ezechiël 3:2623Blijf heer en meester bij al wat ge doet,stylus24En werp geen smet op uw eer; Als het getal van uw dagen voleind is, Op de dag van de dood, verdeel eerst dan uw bezit.stylusJesaja 51:2, Ezechiël 33:27, Handelingen 7:5, Jesaja 51:2, Ezechiël 33:2725Zoals hooi, stok en last bij den ezel, Zo passen straf en werk bij den slaaf.stylusGenesis 9:4, Jeremia 7:9, Jeremia 7:10, Deuteronomium 12:16, Genesis 9:426Laat uw slaaf werken, zonder verpozen, Want maakt ge het hem licht, dan wordt hij u ontrouw.stylusSefanja 3:3, Genesis 27:40, Micha 2:1, Micha 2:2, Sefanja 3:327Juk, boeien en roede maken hem gedwee; Bestraf dus een slechten slaaf met gestrengheid.stylus1 Samuël 13:6, Jeremia 42:22, 1 Samuël 13:6, Jeremia 42:22, Ezechiël 39:428Laat uw slaaf werken, en hij wordt niet opstandig; Want ledigheid veroorzaakt veel kwaad.stylusEzechiël 7:24, Ezechiël 7:24, Jeremia 44:22, Micha 7:13, Jeremia 44:229Zet hem aan het werk, zoals het hem past; En gehoorzaamt hij niet, sla zijn voeten in kluisters.stylusEzechiël 6:7, Ezechiël 6:7, Exodus 14:18, Ezechiël 25:11, Ezechiël 22:2530Maar ga u nooit tegen iemand te buiten, En doe nimmer iets zonder recht.stylusJesaja 29:13, Mattheüs 22:16, Mattheüs 22:17, Mattheüs 15:8, Jesaja 58:231Bezit ge een slaaf, heb hem lief als uzelf, Want ge hebt hem ook nodig als uzelf;stylusPsalmen 78:36, Psalmen 78:37, Mattheüs 13:22, Psalmen 78:36, Psalmen 78:3732Hebt ge een slaaf, beschouw hem als broeder, En woed niet tegen uw eigen bloed.stylusMarcus 6:20, Marcus 6:20, Johannes 5:35, Marcus 4:16, Marcus 4:1733Want behandelt ge hem slecht, dan loopt hij weg; En zijt ge hem kwijt, waar vindt ge hem terug?stylusJeremia 28:9, Ezechiël 2:5, 1 Samuël 3:19, 1 Samuël 3:20, Jeremia 28:9