Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Sirach Hoofdstuk 30

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
SIRACH

Sirach 30

1Wie zijn zoon liefheeft, gewent hem aan de roede, Om ten slotte vreugde aan hem te beleven.
2Wie zijn zoon goed opvoedt, wordt om hem geprezen, En in de kring van bekenden kan hij groot op hem gaan.
Jesaja 13:6, Jesaja 13:6, Joël 1:5, Joël 1:11, Jesaja 15:2
3Wie zijn zoon onderricht, maakt zijn vijand jaloers, En kan zich bij zijn vrienden over hem verheugen.
Obadja 1:15, Obadja 1:15, Joël 2:1, Joël 2:2, Ezechiël 7:7
4Sterft zijn vader, het is alsof hij niet dood is; Want hij laat zijn evenbeeld achter.
Ezechiël 29:19, Ezechiël 29:19, Ezechiël 29:8, Ezechiël 29:8, Jesaja 16:7
5Bij zijn leven zag hij het met vreugde, En bij zijn einde heeft hij geen kommer;
Jeremia 25:20, Jeremia 25:20, Ezechiël 27:10, Ezechiël 27:10, Jeremia 25:24
6Want den vijand laat hij een wreker na, En de vrienden een, die hun goedheid vergeldt.
Ezechiël 29:10, Ezechiël 29:10, Jesaja 20:3, Jesaja 20:6, Jesaja 20:3
7Wie zijn zoon vertroetelt, verdubbelt zijn smart; Want bij ieder geschrei wordt zijn hart ontsteld.
Ezechiël 29:12, Ezechiël 29:12, Jeremia 25:18, Jeremia 25:26, Jeremia 25:18
8Een ongebreideld paard slaat op hol; Zo gaat een teugelloze zoon er van door.
Ezechiël 29:6, Ezechiël 29:6, Amos 1:14, Amos 1:12, Ezechiël 22:31
9Vertroetel uw kind, en het maakt u benauwd; Scherts er mee, en het doet u pijn.
Jesaja 18:1, Jesaja 18:2, Jesaja 18:1, Jesaja 18:2, Jesaja 23:5
10Lach het niet toe, anders doet het u wenen, En ge maakt ten slotte uw tanden stomp.
Ezechiël 29:19, Ezechiël 29:19, Ezechiël 32:11, Ezechiël 32:16, Ezechiël 30:24
11Laat het geen baas zijn in zijn jeugd, En duld zijn gebreken niet; Zoals ge een adder de kop verplet, Breek het de ribben, als het nog klein is.
Ezechiël 28:7, Ezechiël 28:7, Ezechiël 32:12, Jeremia 51:20, Jeremia 51:23
12Buig zijn nek in zijn jeugd, En kastijd het, zolang het nog klein is; Anders komt het in opstand en verzet tegen u, En berokkent u hartzeer.
Ezechiël 29:3, Ezechiël 29:3, 1 Korintiërs 10:26, Nahum 1:4, Jeremia 51:36
13Tuchtig uw kind en verzwaar zijn juk; Anders wordt het u in zijn dwaasheid de baas.
Zacharia 10:11, Zacharia 10:11, Jeremia 46:14, Jeremia 2:16, Jeremia 46:14
14Beter een arme, die gezond is van leden, Dan een rijke, geslagen met ziekte;
Jeremia 46:25, Ezechiël 29:14, Jeremia 46:25, Ezechiël 29:14, Psalmen 78:12
15Gezondheid van lichaam is mij liever dan goud, En opgewektheid van geest is beter dan paarlen.
Openbaring 16:1, Psalmen 11:6, Nahum 1:6, Openbaring 16:1, Psalmen 11:6
16Geen schat is groter dan een sterke gezondheid, Geen goed meer waard dan blijheid van hart;
Ezechiël 28:18, Ezechiël 30:8, Ezechiël 30:9, Ezechiël 28:18, Ezechiël 30:8
17Beter de dood dan een bitter leven, Beter eeuwige rust dan voortdurend leed.
Genesis 41:45, Genesis 41:45
18Lekkernijen, opgediend aan een gesloten mond, Zijn als spijzen, neergezet voor een afgodsbeeld.
Ezechiël 30:3, Ezechiël 30:3, Jeremia 2:16, Jesaja 10:27, Ezechiël 29:15
19Wat heeft een afgodsbeeld aan een offer; Het kan immers niet eten of ruiken. Zo is ook hij, die door den Heer wordt gestraft, En rijkdom bezit, zonder ervan te kunnen genieten:
Openbaring 17:1, Ezechiël 30:14, Openbaring 17:1, Ezechiël 30:14, Psalmen 9:16
20Hij ziet het met zijn ogen en steunt, Als een ontmande, die zuchtend een meisje omhelst.
Ezechiël 29:17, Ezechiël 26:1, Ezechiël 29:17, Ezechiël 26:1, Ezechiël 29:1
21Geef u niet over aan droefheid, Opdat ge door uw tobben niet te gronde gaat;
Jeremia 46:11, Jeremia 30:13, Jeremia 46:11, Jeremia 30:13, Jeremia 48:25
22Want blijheid van hart is 's mensen leven, En vreugde maakt zijn dagen lang.
Psalmen 37:17, Psalmen 37:17, 2 Koningen 24:7, Jeremia 37:7, Ezechiël 29:3
23Houd kalm uw ziel en rustig uw hart, En jaag alle neerslachtigheid verre van u; Want droefheid is voor velen de dood geweest, En neerslachtigheid dient tot niets.
Ezechiël 30:17, Ezechiël 30:18, Ezechiël 30:26, Ezechiël 30:17, Ezechiël 30:18
24Nijd en gramschap verkorten het leven, En zorg maakt oud voor de tijd; De slaap van een opgeruimd mens is als een lekkernij En zijn eten bekomt hem goed.
Ezechiël 30:25, Sefanja 2:12, Ezechiël 30:25, Sefanja 2:12, Nehemia 6:9
25
Ezechiël 38:16, Ezechiël 29:16, Ezechiël 39:21, Ezechiël 39:22, Ezechiël 32:15
26
Daniël 11:42, Ezechiël 29:12, Daniël 11:42, Ezechiël 29:12, Ezechiël 30:17
27

Andere Boeken

SirachJesajaJeremia+

Andere Boeken

SirachHfst. 30
JesajaJeremiaKlaagliederenBaruchEzechiël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward