1Wie zijn zoon liefheeft, gewent hem aan de roede, Om ten slotte vreugde aan hem te beleven.stylus2Wie zijn zoon goed opvoedt, wordt om hem geprezen, En in de kring van bekenden kan hij groot op hem gaan.stylusJesaja 13:6, Jesaja 13:6, Joël 1:5, Joël 1:11, Jesaja 15:23Wie zijn zoon onderricht, maakt zijn vijand jaloers, En kan zich bij zijn vrienden over hem verheugen.stylusObadja 1:15, Obadja 1:15, Joël 2:1, Joël 2:2, Ezechiël 7:74Sterft zijn vader, het is alsof hij niet dood is; Want hij laat zijn evenbeeld achter.stylusEzechiël 29:19, Ezechiël 29:19, Ezechiël 29:8, Ezechiël 29:8, Jesaja 16:75Bij zijn leven zag hij het met vreugde, En bij zijn einde heeft hij geen kommer;stylusJeremia 25:20, Jeremia 25:20, Ezechiël 27:10, Ezechiël 27:10, Jeremia 25:246Want den vijand laat hij een wreker na, En de vrienden een, die hun goedheid vergeldt.stylusEzechiël 29:10, Ezechiël 29:10, Jesaja 20:3, Jesaja 20:6, Jesaja 20:37Wie zijn zoon vertroetelt, verdubbelt zijn smart; Want bij ieder geschrei wordt zijn hart ontsteld.stylusEzechiël 29:12, Ezechiël 29:12, Jeremia 25:18, Jeremia 25:26, Jeremia 25:188Een ongebreideld paard slaat op hol; Zo gaat een teugelloze zoon er van door.stylusEzechiël 29:6, Ezechiël 29:6, Amos 1:14, Amos 1:12, Ezechiël 22:319Vertroetel uw kind, en het maakt u benauwd; Scherts er mee, en het doet u pijn.stylusJesaja 18:1, Jesaja 18:2, Jesaja 18:1, Jesaja 18:2, Jesaja 23:510Lach het niet toe, anders doet het u wenen, En ge maakt ten slotte uw tanden stomp.stylusEzechiël 29:19, Ezechiël 29:19, Ezechiël 32:11, Ezechiël 32:16, Ezechiël 30:2411Laat het geen baas zijn in zijn jeugd, En duld zijn gebreken niet; Zoals ge een adder de kop verplet, Breek het de ribben, als het nog klein is.stylusEzechiël 28:7, Ezechiël 28:7, Ezechiël 32:12, Jeremia 51:20, Jeremia 51:2312Buig zijn nek in zijn jeugd, En kastijd het, zolang het nog klein is; Anders komt het in opstand en verzet tegen u, En berokkent u hartzeer.stylusEzechiël 29:3, Ezechiël 29:3, 1 Korintiërs 10:26, Nahum 1:4, Jeremia 51:3613Tuchtig uw kind en verzwaar zijn juk; Anders wordt het u in zijn dwaasheid de baas.stylusZacharia 10:11, Zacharia 10:11, Jeremia 46:14, Jeremia 2:16, Jeremia 46:1414Beter een arme, die gezond is van leden, Dan een rijke, geslagen met ziekte;stylusJeremia 46:25, Ezechiël 29:14, Jeremia 46:25, Ezechiël 29:14, Psalmen 78:1215Gezondheid van lichaam is mij liever dan goud, En opgewektheid van geest is beter dan paarlen.stylusOpenbaring 16:1, Psalmen 11:6, Nahum 1:6, Openbaring 16:1, Psalmen 11:616Geen schat is groter dan een sterke gezondheid, Geen goed meer waard dan blijheid van hart;stylusEzechiël 28:18, Ezechiël 30:8, Ezechiël 30:9, Ezechiël 28:18, Ezechiël 30:817Beter de dood dan een bitter leven, Beter eeuwige rust dan voortdurend leed.stylusGenesis 41:45, Genesis 41:4518Lekkernijen, opgediend aan een gesloten mond, Zijn als spijzen, neergezet voor een afgodsbeeld.stylusEzechiël 30:3, Ezechiël 30:3, Jeremia 2:16, Jesaja 10:27, Ezechiël 29:1519Wat heeft een afgodsbeeld aan een offer; Het kan immers niet eten of ruiken. Zo is ook hij, die door den Heer wordt gestraft, En rijkdom bezit, zonder ervan te kunnen genieten:stylusOpenbaring 17:1, Ezechiël 30:14, Openbaring 17:1, Ezechiël 30:14, Psalmen 9:1620Hij ziet het met zijn ogen en steunt, Als een ontmande, die zuchtend een meisje omhelst.stylusEzechiël 29:17, Ezechiël 26:1, Ezechiël 29:17, Ezechiël 26:1, Ezechiël 29:121Geef u niet over aan droefheid, Opdat ge door uw tobben niet te gronde gaat;stylusJeremia 46:11, Jeremia 30:13, Jeremia 46:11, Jeremia 30:13, Jeremia 48:2522Want blijheid van hart is 's mensen leven, En vreugde maakt zijn dagen lang.stylusPsalmen 37:17, Psalmen 37:17, 2 Koningen 24:7, Jeremia 37:7, Ezechiël 29:323Houd kalm uw ziel en rustig uw hart, En jaag alle neerslachtigheid verre van u; Want droefheid is voor velen de dood geweest, En neerslachtigheid dient tot niets.stylusEzechiël 30:17, Ezechiël 30:18, Ezechiël 30:26, Ezechiël 30:17, Ezechiël 30:1824Nijd en gramschap verkorten het leven, En zorg maakt oud voor de tijd; De slaap van een opgeruimd mens is als een lekkernij En zijn eten bekomt hem goed.stylusEzechiël 30:25, Sefanja 2:12, Ezechiël 30:25, Sefanja 2:12, Nehemia 6:925stylusEzechiël 38:16, Ezechiël 29:16, Ezechiël 39:21, Ezechiël 39:22, Ezechiël 32:1526stylusDaniël 11:42, Ezechiël 29:12, Daniël 11:42, Ezechiël 29:12, Ezechiël 30:1727stylus