1De slapeloosheid van een rijke teert zijn lichaam uit, En tobben verdrijft hem de slaap;stylusEzechiël 30:20, Ezechiël 30:20, Jeremia 52:5, Jeremia 52:6, Jeremia 52:52De zorg voor zijn onderhoud houdt hem wakker, En brengt meer slapeloosheid dan een ernstige kwaal.stylusEzechiël 29:19, Ezechiël 29:19, Ezechiël 31:18, Ezechiël 30:10, Ezechiël 31:183De rijke slooft zich af, om schatten op te hopen, En houdt hij er mee op, hij kan genieten;stylusJesaja 10:33, Jesaja 10:34, Jesaja 10:33, Jesaja 10:34, Daniël 4:104Maar de arme slooft zich af en verspilt zijn kracht, En gaat hij rusten, hij lijdt gebrek.stylusOpenbaring 17:15, Openbaring 17:1, Ezechiël 17:8, Spreuken 14:28, Ezechiël 17:55Wie het goud najaagt, blijft niet zonder schuld, En wie het geld bemint, geraakt in zonde.stylusDaniël 4:11, Daniël 4:11, Ezechiël 17:5, Ezechiël 17:5, Jesaja 36:186Velen reeds werden verstrikt door het goud, Of door hun vertrouwen te stellen in paarlen;stylusMattheüs 13:32, Ezechiël 17:23, Mattheüs 13:32, Ezechiël 17:23, Daniël 4:217Want het is een struikelblok voor de dwazen, Wie onverstandig is, raakt erin verstrikt.stylus8Gelukkig de rijke, die ongerept wordt bevonden, En de mammon niet na loopt.stylusEzechiël 28:13, Ezechiël 28:13, Psalmen 80:10, Jesaja 51:3, Genesis 13:109Wie is hij: dan gaan wij hem prijzen; Want iets groots volbracht hij bij zijn volk.stylusGenesis 13:10, Daniël 2:37, Daniël 2:38, Ezechiël 28:13, Jesaja 51:310Wie werd er beproefd en ongerept bevonden? Het zal hem strekken tot roem. Wie kon zondigen en deed het niet, Kwaad doen en wilde het niet?stylusEzechiël 28:17, Daniël 5:20, Ezechiël 28:17, Daniël 5:20, 2 Kronieken 32:2511Daarom is zijn geluk bestendig, En de gemeente verkondigt zijn lof.stylusNahum 3:18, Daniël 5:18, Daniël 5:19, Ezechiël 32:11, Ezechiël 32:1212Als ge aanzit aan de dis van een grote, Zet dan geen gulzige mond daarbij op. Zeg niet: “Er is van alles genoeg;”stylusEzechiël 28:7, Ezechiël 28:7, Ezechiël 35:8, Ezechiël 35:8, Nahum 3:1713Bedenk, dat jaloerse ogen een ramp zijn. Jaloerser dan het oog heeft God niet geschapen; Daarom stort het bij alles tranen.stylusEzechiël 32:4, Ezechiël 32:4, Ezechiël 29:5, Jesaja 18:6, Ezechiël 29:514Kijkt iemand naar iets, strek er uw hand niet naar uit, En tast niet met hem in dezelfde schotel.stylusPsalmen 63:9, Psalmen 63:10, 2 Petrus 2:6, Nehemia 13:18, Ezechiël 26:2015Bedenk, dat uw disgenoot is als gij zelf: Let dus op alles, waar ge hekel aan hebt;stylusOpenbaring 18:18, Openbaring 18:19, Openbaring 18:9, Openbaring 18:11, Maleachi 3:416Eet als een man van wat men u voorzet, En niet met lange tanden, anders wordt ge veracht.stylusJesaja 14:15, Jesaja 14:15, Jesaja 14:8, Ezechiël 26:15, Jesaja 14:817Houd het eerst op, uit beleefdheid; Smak niet bij het eten, anders wordt ge bespot;stylusPsalmen 9:17, Ezechiël 31:6, Psalmen 9:17, Ezechiël 31:6, Ezechiël 31:318En zijt ge met velen aangezeten, Steek dan uw hand niet voor den ander heen.stylusEzechiël 32:19, Ezechiël 32:19, Ezechiël 32:21, Ezechiël 28:10, Ezechiël 32:2119Heeft een verstandig mens niet aan weinig genoeg? Hij zal er geen hinder van hebben op bed. Maar de dwaas heeft last van slapeloosheid, Van pijn en draaien der ingewanden.stylus20Gezond is de slaap bij een lege maag; En als men 's morgens opstaat, is men fris.stylus21Dwingt men u dus, veel te eten, Spuw het uit, het zal u verlichten.stylus22Luister, mijn zoon, en versmaad mij niet; Dan zult ge ten slotte mijn woorden verstaan: Wees bescheiden bij al uw doen, Dan zal geen schade u treffen.stylus23Wie aan tafel wellevend is, wordt geprezen, Zijn goede manieren worden altijd geloofd;stylus24Maar over een lomperd spreekt men schande in de poort, Men vergeet zijn ongemanierdheid niet.stylus25Wees ook geen held bij de wijn; Want de wijn bracht velen ten val.stylus26Zoals het werk van den smid wordt beproefd in de oven, Zo ontpopt zich grootspraak door de wijn.stylus27De wijn is voor den mens een levenswater, Als hij hem met mate drinkt. Wat is het leven zonder wijn? Hij werd in den beginne voor de vreugde geschapen!stylus28Vreugde voor het hart, blijdschap en genot, Is de wijn, wordt hij matig gedronken;stylus29Maar hoofdpijn, schelden en twist brengt de wijn, Wordt hij te haastig en driftig gezwolgen.stylus30Veel wijn is voor den dwaas een valstrik, Het verteert zijn kracht en veroorzaakt wonden.stylus31Berisp uw vriend niet bij een wijngelag, En minacht hem niet bij zijn vreugde; Spreek hem geen harde woorden toe, En plaag hem niet met oude schulden.stylus32stylus33stylus34stylus35stylus36stylus37stylus38stylus39stylus40stylus41stylus42stylus