1Wie zint op wraak, vindt wraak bij God; Deze rekent hem zeker zijn zonden toe.stylus2Vergeef dus uw naaste het onrecht, Dan worden op uw bede ook uw zonden vergeven.stylusEzechiël 28:9, Ezechiël 28:9, 2 Tessalonicenzen 2:4, 2 Tessalonicenzen 2:4, Jesaja 14:133De ene mens koestert toorn tegen den ander; Toch verwacht hij genezing van God.stylusDaniël 1:20, Daniël 1:20, Daniël 2:22, Daniël 2:22, Daniël 2:274Voor een mens, zijns gelijke, heeft hij geen erbarming; Toch bidt hij om vergiffenis van zonden!stylusSpreuken 18:11, Deuteronomium 8:17, Deuteronomium 8:18, Spreuken 23:4, Spreuken 23:55Ofschoon ook hij vlees is, koestert hij wrok; Wie zal hem dan vergiffenis van zonden verwerven?stylusPsalmen 62:10, Psalmen 52:7, Psalmen 62:10, Psalmen 52:7, Ezechiël 28:26Denk aan de uitersten en houd op met uw vijandschap, Aan ontbinding en dood, en onderhoud de geboden;stylusEzechiël 28:2, Ezechiël 28:2, Exodus 9:17, Exodus 9:17, Job 40:97Denk aan de geboden en wrok niet tegen uw naaste, Aan het verbond van den Allerhoogste en vergeef zijn fout.stylusEzechiël 31:12, Ezechiël 31:12, Ezechiël 32:12, Ezechiël 30:11, Ezechiël 32:128Wacht u voor twist, en ge vermindert uw zonden; Want een toornig mens doet de strijd ontbranden.stylusEzechiël 27:34, Ezechiël 27:26, Ezechiël 27:27, Ezechiël 27:34, Ezechiël 27:269Een goddeloze zaait tweedracht zelfs tussen vrienden, En sticht vijandschap onder hen, die in vrede leven.stylusEzechiël 28:2, Ezechiël 28:2, Psalmen 82:7, Jesaja 31:3, Psalmen 82:710Naar gelang het hout is, brandt het vuur; Hoe machtiger de mens, hoe feller zijn toorn. Zijn gramschap groeit met zijn rijkdom; En hoe heftiger men is, des te harder de strijd.stylusEzechiël 31:18, Ezechiël 31:18, Ezechiël 32:19, Ezechiël 32:19, 1 Samuël 17:3611Hars en pek doen het vuur oplaaien; Onbezonnen strijd loopt op bloedvergieten uit.stylus12Als ge een vonk aanblaast, vlamt ze op; Spuwt ge er op, ze dooft uit, al komt het allebei uit één mond.stylusEzechiël 19:1, Ezechiël 19:1, Ezechiël 26:17, Ezechiël 26:17, 2 Korintiërs 1:2213Vervloekt de lasteraar en de dubbele tong; Want zij hebben velen, die in vrede leefden, ongelukkig gemaakt.stylusEzechiël 28:15, Ezechiël 28:15, Ezechiël 27:16, Genesis 2:8, Ezechiël 27:1614De tong van een derde heeft de rust van velen verstoord, En ze opgejaagd van volk tot volk; Versterkte steden heeft ze gesloopt En paleizen van groten verwoest; Ze heeft de macht van volken gebroken, En sterke naties vernield.stylusJesaja 14:12, Jesaja 14:15, Jesaja 14:12, Jesaja 14:15, Exodus 30:2615De tong van een derde heeft wakkere vrouwen verdreven, En van de vrucht van haar arbeid beroofd;stylus2 Petrus 2:4, 2 Petrus 2:4, Genesis 1:26, Genesis 1:27, Ezechiël 28:1716Wie er geloof aan slaat, heeft geen rust, Geen vrede meer in zijn huis.stylus1 Timotheüs 6:9, 1 Timotheüs 6:10, 1 Timotheüs 6:9, 1 Timotheüs 6:10, Habakuk 2:1717Een slag met de gesel maakt striemen, Maar een slag van de tong slaat de beenderen stuk;stylusEzechiël 28:5, Ezechiël 28:5, Ezechiël 31:10, Jakobus 4:6, Ezechiël 28:218Velen zijn gesneuveld door de scherpte van het zwaard, Maar niet zo veel als er door de tong zijn gevallen.stylusMaleachi 4:3, Maleachi 4:3, Openbaring 18:8, Openbaring 18:8, Amos 1:919Gelukkig hij, die er voor bleef bewaard En geen prooi werd van haar woede, Die haar juk niet behoefde te slepen En met haar boeien niet werd gebonden.stylusEzechiël 26:21, Ezechiël 26:21, Openbaring 18:21, Openbaring 18:15, Openbaring 18:1920Want haar juk is een ijzeren juk, Haar boeien zijn koperen boeien;stylus21Een vreselijke dood is de dood, die zij toebrengt, En de onderwereld is beter dan zij.stylusEzechiël 6:2, Ezechiël 6:2, Genesis 10:15, Genesis 10:15, Ezechiël 25:222Over de rechtvaardigen heeft ze geen macht; Die worden door haar vlam niet gebrand.stylusEzechiël 39:13, Ezechiël 39:13, Ezechiël 20:41, Exodus 14:4, Exodus 14:1723Maar wie den Heer verlaten, worden haar prooi, In hen vat ze vlam en wordt niet gedoofd; Op hen wordt ze losgelaten als een leeuw, Als een panter zal ze hen verscheuren.stylusEzechiël 38:22, Ezechiël 38:22, Ezechiël 25:11, Ezechiël 26:6, Ezechiël 25:1724Zie, uw wijngaard omheint ge met doornen; Stel deur en grendel dan ook aan uw mond!stylusNumeri 33:55, Jozua 23:13, Numeri 33:55, Jozua 23:13, 2 Korintiërs 12:725Uw goud en zilver weegt ge zorgvuldig; Maak schaal en gewicht dan ook voor uw mond.stylusJeremia 32:37, Jeremia 32:37, Ezechiël 20:41, Ezechiël 20:41, Ezechiël 36:2826Zie toe, dat ge niet door haar struikelt, En neervalt voor hem, die op u loert.stylusEzechiël 28:24, Ezechiël 28:24, Ezechiël 28:22, Ezechiël 28:22, Ezechiël 34:2527stylus28stylus29stylus30stylus