1Om geld hebben velen gezondigd, Want wie rijk wil worden, doet een oogje toe.stylus2Zoals men een pin slaat tussen de voegen der stenen, Zo wringt de zonde zich vast tussen koop en verkoop.stylusEzechiël 28:12, Jeremia 9:17, Jeremia 9:20, Ezechiël 19:1, Jeremia 9:103Houdt iemand zich niet nauwgezet aan de vreze des Heren, Dan gaat zijn huis weldra te gronde.stylusEzechiël 27:4, Ezechiël 27:4, Openbaring 18:11, Openbaring 18:15, Ezechiël 27:104Schudt men de zeef, dan blijft het kaf; Zo 's mensen fouten, als men hem nader beschouwt.stylusEzechiël 26:5, Ezechiël 26:55Het werk van den pottenbakker wordt beproefd in de oven; Zo beproeft men een mens door een gesprek.stylusDeuteronomium 3:9, Deuteronomium 3:9, Hooglied 4:8, Jesaja 14:8, Hooglied 4:86Aan de vrucht erkent men, hoe een boom is gekweekt, Het hart van den mens aan wat hij zegt.stylusJesaja 2:13, Genesis 10:4, Jesaja 2:13, Genesis 10:4, Zacharia 11:27Prijs daarom niemand, vóór ge hem hoort spreken; Want dat is de toetssteen voor den mens.stylusExodus 25:4, Jeremia 10:9, Exodus 25:4, Jeremia 10:9, Jesaja 19:98Jaagt ge de gerechtigheid na, ge zult haar bereiken, En ge trekt haar aan als een erekleed.stylusGenesis 10:18, Genesis 10:18, 1 Koningen 9:27, 1 Koningen 9:27, Ezechiël 27:119Zoals de vogels zich neerzetten bij hun soort, Zo blijft de trouw bij die haar beoefenen;stylus1 Koningen 5:18, 1 Koningen 5:18, Jozua 13:5, Jozua 13:5, Psalmen 83:710Maar zoals de leeuw loert op buit, Zo loert de zonde op wie onrecht doet.stylusEzechiël 30:5, Ezechiël 38:5, Ezechiël 30:5, Ezechiël 38:5, Jeremia 46:911Het spreken van den rechtvaardige is altijd wijs, Maar de dwaas is veranderlijk als de maan.stylusEzechiël 27:3, Ezechiël 27:4, Ezechiël 27:3, Ezechiël 27:412Zijt ge bij dwazen, let op uw tijd; Maar in de kring van verstandigen kunt ge altijd vertoeven.stylusGenesis 10:4, 1 Koningen 10:22, Jesaja 23:10, Ezechiël 38:13, Genesis 10:413De gesprekken van dwazen geven maar aanstoot, Hun lachen gaat met zondige uitspatting gepaard.stylusGenesis 10:2, Genesis 10:2, Jesaja 66:19, Jesaja 66:19, Ezechiël 39:114Wie onophoudelijk zweren, doen de haren te berge rijzen, En hun kijven maakt iemand de oren doof.stylusEzechiël 38:6, Genesis 10:3, Ezechiël 38:6, Genesis 10:3, 1 Kronieken 1:615De twist van gelijkhebbers loopt uit op bloedvergieten, En hun kijven is niet aan te horen.stylus1 Koningen 10:22, Openbaring 18:12, Genesis 10:7, 1 Koningen 10:22, Openbaring 18:1216Wie geheimen verraadt, verliest het vertrouwen, En vindt geen vriend meer naar zijn hart,stylusRichteren 10:6, Richteren 10:6, Ezechiël 28:13, Ezechiël 28:13, Jesaja 7:117Heb uw vriend lief en blijf hem trouw, Maar loop hem niet meer na, als ge zijn geheim hebt verklapt.stylusRichteren 11:33, Richteren 11:33, 1 Koningen 5:9, 1 Koningen 5:9, Genesis 43:1118Want zoals iemand zijn vermogen verliest, Zo hebt ge de vriendschap van uw vriend verbeurd;stylusJesaja 7:8, Jesaja 7:8, Genesis 14:15, Handelingen 9:2, Ezechiël 47:1619En zoals ge een vogel uit uw hand laat vliegen, Hebt ge uw vriend laten gaan, en ge krijgt hem niet terug.stylusExodus 30:23, Exodus 30:24, Exodus 30:23, Exodus 30:24, Richteren 18:2920Loop hem niet na, want hij is reeds ver; Hij is gevlucht als een ree uit de strik.stylusGenesis 25:3, Genesis 25:3, Ezechiël 27:15, Ezechiël 27:1521Een wonde kan men verbinden, een belediging vergeven, Maar wie geheimen verklapt, heeft niets meer te hopen.stylusJesaja 60:7, Jesaja 60:7, Genesis 25:13, Genesis 25:13, Handelingen 2:1122Wie knipoogjes geeft, broedt op kwaad, En wie het bemerkt, trekt zich van hem terug.stylusGenesis 10:7, Genesis 10:7, Jesaja 60:6, Jesaja 60:6, Psalmen 72:1023In uw bijzijn spreekt hij mooie woorden, En staat verrukt over wat ge zegt. Maar later spreekt hij andere taal, En verwekt aanstoot met uw woorden.stylus2 Koningen 19:12, 2 Koningen 19:12, Jesaja 37:12, Jesaja 37:12, Amos 1:524Veel dingen haat ik, maar niets zo zeer als hem; Ook voor Jahweh is hij een afschuw.stylus2 Koningen 2:8, 2 Koningen 2:825Wie een steen omhoog werpt, krijgt hem zelf op het hoofd; Een verraderlijke slag slaat diepe wonden.stylusJesaja 2:16, Jesaja 2:16, Psalmen 48:7, Jesaja 23:14, Psalmen 48:726Wie een kuil graaft, valt er zelf in; Wie strikken zet, wordt er zelf in gevangen.stylusPsalmen 48:7, Psalmen 48:7, Ezechiël 26:19, Jeremia 18:17, Handelingen 27:1427Wie kwaad beraamt, wordt er zelf door getroffen, Zonder dat hij weet, vanwaar het komt.stylusSpreuken 11:4, Spreuken 11:4, Ezechiël 27:24, Ezechiël 26:12, Ezechiël 27:3428Spot en hoon zijn het lot van de trotsen, Want de wraak loert op hem als een leeuw.stylusEzechiël 26:10, Ezechiël 26:10, Ezechiël 26:15, Ezechiël 26:18, Nahum 2:329Wie blij zijn met het ongeluk van gerechten, lopen zelf in de val, En smart verteert hen vóór hun dood.stylusEzechiël 26:16, Openbaring 18:17, Openbaring 18:24, Ezechiël 32:10, Ezechiël 26:1630Wrok en toorn, ook die zijn afschuwelijk; Alleen een zondig mens loopt er mee rond.stylusJeremia 6:26, Jeremia 6:26, Klaagliederen 2:10, 2 Samuël 1:2, Klaagliederen 2:1031stylusJesaja 22:12, Ezechiël 7:18, Jesaja 22:12, Ezechiël 7:18, Jesaja 16:932stylusEzechiël 26:17, Ezechiël 26:17, Ezechiël 27:2, Openbaring 18:18, Ezechiël 27:233stylusOpenbaring 18:19, Openbaring 18:19, Jesaja 23:3, Jesaja 23:8, Ezechiël 27:12