1Wie zo doet, wordt zeker niet rijk; Want wie het kleine versmaadt, gaat te gronde.stylus2 Koningen 24:6, Ezechiël 27:2, Ezechiël 26:17, 2 Koningen 24:6, Ezechiël 27:22Wijn en vrouwen maken het hart overmoedig, En wie met deernen zich afgeeft, is nog vermeteler;stylusSefanja 3:1, Sefanja 3:4, Nahum 2:11, Nahum 2:12, Job 4:113Verrotting en wormen nemen hem in bezit, Want een vermetel mens wordt weggerukt.stylusEzechiël 22:25, Ezechiël 19:6, 2 Kronieken 36:1, 2 Kronieken 36:2, 2 Koningen 23:314Wie lichtvaardig gelooft, is lichtzinnig van hart; Wie zo zich bezondigt, misdoet tegen zichzelf.stylus2 Kronieken 36:4, 2 Koningen 23:33, 2 Koningen 23:34, 2 Kronieken 36:4, 2 Koningen 23:335Want wie zich over boosheid verheugt, wordt veracht,stylus2 Koningen 23:34, 2 Koningen 23:37, Ezechiël 19:3, 2 Koningen 23:34, 2 Koningen 23:376En wie praatjes herhaalt, heeft geen verstand.stylus2 Koningen 24:1, 2 Koningen 24:7, Jeremia 26:1, Jeremia 26:24, 2 Kronieken 36:57Wil daarom nooit iets oververtellen, Dan zal men ook u niet bekladden.stylusEzechiël 30:12, Ezechiël 30:12, Spreuken 19:12, Micha 1:2, Amos 6:88Hetzij vriend of vijand, vertel het niet; Kan het zonder zonde, breng het niet aan.stylusEzechiël 12:13, Ezechiël 19:4, Ezechiël 12:13, Ezechiël 19:4, 2 Koningen 24:19Want men hoort u aan, en is voor u op zijn hoede, En ter gelegener tijd zal men u er om haten.stylus2 Kronieken 36:6, 2 Kronieken 36:6, Ezechiël 6:2, Ezechiël 6:2, Jeremia 36:3010Hebt ge iets gehoord, laat het met u sterven; Wees gerust: het doet u niet bersten.stylusPsalmen 80:8, Psalmen 80:11, Psalmen 80:8, Psalmen 80:11, Deuteronomium 8:711De dwaas krijgt weeën van een nieuwtje, Zoals de barende van haar dracht;stylusEzechiël 31:3, Ezechiël 31:3, Daniël 4:11, Psalmen 80:15, Daniël 4:1112Zoals een pijl vasthaakt in het vlees van de schenkel, Zo een nieuwtje in het hart van den dwaas.stylusHosea 13:15, Ezechiël 17:10, Hosea 13:15, Ezechiël 17:10, Jesaja 27:1113Ondervraag uw vriend, of hij het niet heeft gedaan; En deed hij het wel, dat hij het niet weer doe.stylusHosea 2:3, Hosea 2:3, Ezechiël 19:10, Ezechiël 19:10, Psalmen 68:614Ondervraag uw vriend, of hij het niet heeft gezegd, En zei hij het wel, dat hij het niet weer zegge.stylusEzechiël 19:1, Jesaja 9:18, Jesaja 9:19, 2 Koningen 24:20, Ezechiël 19:1115Ondervraag uw vriend, want men lastert veel; Geloof dus niet al wat men zegt.stylus16Men doet soms een misstap, maar zonder bedoeling; Maar wie heeft er niet met zijn tong gezondigd?stylus17Ondervraag uw vriend, eer ge hem bedreigt, En neem de Wet van den Allerhoogste in acht.stylus18stylus19stylus20Volmaakte wijsheid is de vreze des Heren, Volkomen wijsheid streeft naar het volbrengen der Wet;stylus21stylus22Maar de kennis der boosheid is geen wijsheid, En de raad der zondaars geen verstand.stylus23Er is een schranderheid, die een gruwel is, En er zijn onverstandigen zonder boosheid.stylus24Beter zwak van inzicht, maar godvrezend, Dan een groot verstand, maar de Wet overtredend.stylus25Er is een geslepen sluwheid, maar onrechtvaardig, Die het recht verdraait, als ze vonnis velt.stylus26Men gaat soms rond, als gebukt onder rouw, Maar zijn binnenste is vol bedrog;stylus27Met gebogen hoofd, als wezenloos, Maar onverhoeds zal hij u overvallen.stylus28Hij mist de kracht, om zonde te doen, Maar zo gauw hij de kans ziet, doet hij kwaad.stylus