1Hij die in eeuwigheid leeft, en het heelal heeft geschapen,stylus2Jahweh alleen wordt rechtvaardig bevonden.stylusKlaagliederen 5:7, Klaagliederen 5:7, Jeremia 31:29, Jeremia 31:30, Jeremia 31:293stylusEzechiël 18:19, Ezechiël 18:20, Ezechiël 18:19, Ezechiël 18:20, Ezechiël 33:114Geen mens is in staat, zijn werken te melden; Wie zou zijn grootheid kunnen doorgronden?stylusEzechiël 18:20, Ezechiël 18:20, Romeinen 6:23, Romeinen 6:23, Numeri 16:225Wie zou zijn grote macht kunnen meten, Of wie zijn barmhartigheid kunnen verhalen?stylusEzechiël 33:14, Ezechiël 33:14, 1 Johannes 3:7, 1 Johannes 3:7, Jakobus 1:226Niets kan men er af doen en niets er aan toevoegen: Jahweh's wonderwerken zijn niet te doorgronden.stylusEzechiël 18:15, Ezechiël 18:15, Deuteronomium 4:19, Deuteronomium 4:19, Ezechiël 22:97Als de mens er mee eindigt, is het pas begonnen; Als hij er mee ophoudt, staat hij verlegen.stylusEzechiël 18:16, Ezechiël 18:16, Exodus 22:26, Ezechiël 18:12, Exodus 22:268Wat is de mens en waartoe van nut; Wat brengt hij voor voordeel of nadeel?stylusExodus 22:25, Exodus 22:25, Zacharia 8:16, Zacharia 8:16, Deuteronomium 23:199Het getal zijner dagen is op zijn hoogst honderd jaar;stylusHabakuk 2:4, Ezechiël 20:11, Habakuk 2:4, Ezechiël 20:11, Ezechiël 18:1710Een druppel water der zee, een korreltje zand.stylusExodus 21:12, Exodus 21:12, Johannes 18:40, Genesis 9:5, Genesis 9:611Daarom is Jahweh lankmoedig met hem, En stort Hij zijn erbarming over hem uit.stylusJakobus 2:17, Johannes 15:14, Lucas 11:28, Filippenzen 4:9, 1 Johannes 3:2212Hij ziet en weet, hoe moeilijk zij zich bekeren; Daarom vermeerdert Hij nog zijn erbarmen.stylusEzechiël 8:6, Ezechiël 8:17, Ezechiël 8:6, Ezechiël 8:17, 2 Koningen 21:1113Een mens ontfermt zich slechts over zijn naaste, Maar God ontfermt Zich over alle vlees. Hij tuchtigt, bestraft en onderricht, En leidt als een herder zijn kudde;stylusLeviticus 20:9, Ezechiël 3:18, Ezechiël 18:8, Exodus 22:25, Leviticus 20:914Hij ontfermt Zich over hen, die zijn tucht aanvaarden, En zich beijveren voor zijn wetten.stylus2 Kronieken 34:21, 2 Kronieken 34:21, Spreuken 23:24, Spreuken 23:24, Mattheüs 23:3215Kind, voeg bij uw gave geen verwijt, Geen krenkend woord bij een gift.stylusEzechiël 18:6, Ezechiël 18:7, Ezechiël 18:6, Ezechiël 18:7, Ezechiël 18:1116Brengt de dauw geen verkoeling na de hitte? Zo is een goed woord beter nog dan een gave.stylusEzechiël 18:7, Ezechiël 18:7, Spreuken 25:21, Prediker 11:1, Prediker 11:217Zie, gaat een goed woord niet een goede gave te boven? Een beminnelijk man beschikt over beide;stylusEzechiël 18:8, Ezechiël 18:9, Ezechiël 18:8, Ezechiël 18:9, Leviticus 18:418Maar een dwaas doet liefdeloos verwijten, En de gift van zo'n vitter perst tranen uit de ogen.stylusEzechiël 3:18, Ezechiël 3:18, Ezechiël 18:20, Johannes 8:21, Jesaja 3:1119Vóór ge spreekt, moet ge leren, En genezen, eer de ziekte er is.stylusExodus 20:5, Exodus 20:5, Jeremia 15:4, Zacharia 1:3, Zacharia 1:620Onderzoek uzelf vóór het oordeel, Om op het uur der bezoeking erbarming te vinden;stylus2 Koningen 14:6, 2 Koningen 14:6, Deuteronomium 24:16, Deuteronomium 24:16, Ezechiël 18:421Vóórdat ge ziek wordt, moet ge u vernederen, Ten tijde der zonden reeds bekering tonen.stylusEzechiël 33:19, Ezechiël 18:27, Ezechiël 18:28, Ezechiël 33:19, Ezechiël 18:2722Verzuim niet, op tijd een belofte te vervullen, En wacht niet tot de dood, om die schuld te voldoen.stylusMicha 7:19, Micha 7:19, Ezechiël 33:16, Jesaja 43:25, Ezechiël 33:1623Eer ge iets belooft, moet ge u bezinnen; Wees niet als een mens, die Jahweh beproeft.stylusEzechiël 33:11, Ezechiël 33:11, 1 Timotheüs 2:4, 1 Timotheüs 2:4, 2 Petrus 3:924Denk aan de toorn op de dag van het einde, Aan de tijd der vergelding, als God Zich afkeert;stylusEzechiël 33:18, Ezechiël 33:18, Spreuken 21:16, Spreuken 21:16, 2 Johannes 1:825Denk aan de honger ten tijde van weelde, Aan armoe en gebrek in dagen van rijkdom.stylusEzechiël 33:17, Ezechiël 33:17, Maleachi 3:13, Maleachi 3:15, Maleachi 3:1326Van 's morgens tot 's avonds wisselt de tijd; Alles ijlt voorbij voor het aanschijn van Jahweh.stylus27Een verstandig man neemt zich bij alles in acht, En wacht zich in zondige tijden voor een misstap.stylusJesaja 1:18, Ezechiël 18:21, Jesaja 1:18, Ezechiël 18:21, Jesaja 55:728Wie verstandig is, wil wijsheid leren, En prijst hem, die haar heeft gevonden.stylusDeuteronomium 32:29, Deuteronomium 32:29, Lucas 15:17, Lucas 15:18, Lucas 15:1729Die spreuken verstaan, onderrichten de wijsheid, En brengen scherpzinnige gelijkenissen voort.stylusEzechiël 18:25, Ezechiël 18:25, Spreuken 19:3, Spreuken 19:3, Ezechiël 18:230Loop niet achter uw begeerten aan, En houd u ver van uw lusten;stylusMattheüs 3:2, Mattheüs 16:27, Mattheüs 3:2, Mattheüs 16:27, Ezechiël 18:2131Als ge u toestaat, wat de hartstocht wil, Maakt ge uzelf tot een vreugd voor uw vijand.stylusPsalmen 51:10, Ezechiël 36:26, Psalmen 51:10, Ezechiël 36:26, Romeinen 8:1332Verheug u niet over een weinig genot, Want dubbel zwaar valt dan het gemis;stylus2 Petrus 3:9, 2 Petrus 3:9, Ezechiël 18:23, Ezechiël 18:23, Ezechiël 33:1133Wees geen verkwister en geen drinker, Want dan blijft er niets in de buidel.stylus