1De wijsheid van een arme verheft zijn hoofd, En geeft hem een plaats onder de vorsten.stylusEzechiël 3:12, Ezechiël 11:24, Ezechiël 3:14, Ezechiël 8:16, Ezechiël 11:132Wil dus niemand prijzen om zijn schone gestalte, En niemand minachten om zijn uiterlijk.stylusJesaja 30:1, Jesaja 30:1, Psalmen 52:2, Psalmen 2:1, Psalmen 2:23De bij is maar nietig onder al wat er vliegt, Maar wat zij voortbrengt, overtreft al het andere.stylusEzechiël 12:27, Ezechiël 12:22, Ezechiël 12:27, Ezechiël 12:22, Jesaja 5:194Spot dus niet met het kleed van een stakker, En lach niet om iemand in kwade doen; Want wonderbaar zijn de werken des Heren, En zijn beschikkingen zijn voor de mensen verborgen.stylusEzechiël 20:46, Ezechiël 20:47, Ezechiël 3:17, Ezechiël 3:21, Jesaja 58:15Misdeelden bestegen dikwijls de troon, En aan wien niemand dacht, verwierf de kroon;stylusJeremia 17:10, Jeremia 17:10, Ezechiël 2:2, Ezechiël 2:2, Ezechiël 38:106Maar vele aanzienlijken kwamen ten val, En machtigen vielen het ongeluk ten prooi.stylusEzechiël 7:23, Ezechiël 7:23, Ezechiël 22:2, Ezechiël 22:6, Jesaja 1:157Verwerp dus niet, eer ge hebt onderzocht: Eerst onderzoeken en dan verwerpen!stylusMicha 3:2, Micha 3:3, Ezechiël 24:3, Ezechiël 24:13, Micha 3:28Mijn zoon, geef geen antwoord, vóór ge hebt geluisterd, En val den spreker niet in de rede;stylusSpreuken 10:24, Spreuken 10:24, Jesaja 24:17, Jesaja 24:18, Jesaja 66:49Gaat de zaak u niet aan, twist er niet om, En bemoei u niet met de ruzie der bozen.stylusEzechiël 5:8, Ezechiël 5:8, Psalmen 106:41, Deuteronomium 28:36, Psalmen 106:4110Mijn zoon, waarom zoudt ge uw zaken vermeerderen; Want niet zonder schade breidt ge ze uit. Hoe meer ge u haast, hoe minder ge slaagt; En hoe meer ge zoekt, hoe minder ge vindt.stylus2 Koningen 14:25, 2 Koningen 14:25, Jeremia 39:6, 2 Koningen 25:19, 2 Koningen 25:2111Soms tobt men zich af, men zwoegt en men ijlt, En toch bereikt men geen doel.stylusEzechiël 11:3, Ezechiël 11:3, Ezechiël 11:7, Ezechiël 11:10, Ezechiël 11:712Daarnaast staat een tobber, een stakker, Zonder kracht, en door en door arm;stylusEzechiël 8:10, Ezechiël 8:10, Ezechiël 8:14, Ezechiël 8:16, Ezechiël 8:1413Maar Jahweh ziet genadig hem aan, En schudt het stof en het vuil van hem af; Hij richt zijn hoofd op en heft hem omhoog, En velen staren met verbazing hem aan.stylusEzechiël 11:1, Ezechiël 11:1, Ezechiël 9:8, Ezechiël 9:8, Handelingen 5:514Goed en kwaad, leven en dood, Armoe en rijkdom komen van Jahweh!.stylus15stylusEzechiël 33:24, Ezechiël 33:24, Johannes 16:2, Jesaja 66:5, Jesaja 65:516In duisternis dwalen is het lot van de zondaars, Wie kwaad doen, bij hen blijft het kwaad;stylusJesaja 8:14, Jesaja 8:14, Psalmen 90:1, Psalmen 90:1, Leviticus 26:4417Maar zegen des Heren blijft het deel der gerechten, Zijn genade geeft hun altijd geluk.stylusEzechiël 28:25, Ezechiël 28:25, Ezechiël 34:13, Jeremia 3:18, Ezechiël 34:1318Soms wordt iemand rijk door heel veel zwoegen, En dit is het loon, dat hij krijgt:stylusEzechiël 5:11, Ezechiël 37:23, Ezechiël 5:11, Ezechiël 37:23, Ezechiël 7:2019Eens denkt hij: Rust wil ik vinden; Nu ga ik genieten van mijn bezit. Maar hij weet niet, wat hem gaat overkomen; Hij laat het anderen achter, en sterft.stylusEzechiël 36:26, Ezechiël 36:27, Ezechiël 36:26, Ezechiël 36:27, Jeremia 31:3320Mijn zoon, volbreng standvastig uw plicht, Zodat ge vergrijst in uw werk.stylusEzechiël 14:11, Ezechiël 14:11, Psalmen 105:45, Psalmen 105:45, Jeremia 30:2221Verwonder u niet over de zondaars; Vertrouw op Jahweh en wacht op zijn licht! Want gemakkelijk is het in de ogen van Jahweh, Plotseling den arme rijk te maken.stylusEzechiël 9:10, Prediker 11:9, Ezechiël 9:10, Prediker 11:9, Ezechiël 11:1822De zegen Gods is het loon van den rechtvaardige; Te zijner tijd ontluikt zijn hoop.stylusEzechiël 10:19, Ezechiël 10:19, Ezechiël 1:19, Ezechiël 1:20, Ezechiël 1:1923Denk niet: Wat heb ik nog nodig; Ik doe, wat ik wil; wat wens ik nog meer?stylusZacharia 14:4, Zacharia 14:4, Ezechiël 8:4, Ezechiël 8:4, Ezechiël 10:424Denk niet: Ik heb toch genoeg; Welk ongeluk kan mij nog treffen?stylusEzechiël 8:3, Ezechiël 11:1, Ezechiël 3:12, Ezechiël 8:3, Ezechiël 11:125Op de dag van geluk vergeet men het ongeluk; Op de dag van ongeluk denkt men niet meer aan geluk.stylusEzechiël 3:4, Ezechiël 3:4, Ezechiël 3:27, Ezechiël 3:17, Ezechiël 3:2726Want gemakkelijk is het voor Jahweh, Den mens nog op zijn sterfdag zijn gedrag te vergelden.stylus27De tijd van ongeluk doet de vreugde vergeten, En 's mensen einde openbaart, wat hij is.stylus28Vóór de dood dus niemand gelukkig prijzen, Eerst aan zijn einde erkent men den mens.stylus29Haal niet iedereen in uw huis; Want vaak wordt een misdaad gepleegd door zwervers.stylus30Als een lokvogel in een kooi is het hart van den trotse, Als een spion, die het zwakke punt verkent;stylus31Door laster verdraait hij het goede tot kwaad, En sticht hij tweespalt onder uw vrienden.stylus32Zoals uit een vonk veel vlammen laaien, Zo loert het Belialskind op bloed.stylus33Ontwijk dus den kwade, want kwaad brengt hij voort; Waarom zoudt ge een blijvende smet op u laden?stylus34Ga niet om met den boze, want hij bederft uw gedrag, En maakt u afkerig van uw plicht.stylus35stylus36stylus