Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Sirach Hoofdstuk 10

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
SIRACH

Sirach 10

1Een verstandig vorst houdt zijn volk in tucht, En het bestuur van een wijze is welgeordend.
Exodus 24:10, Exodus 24:10, Openbaring 4:2, Openbaring 4:3, Jeremia 13:18
2Zoals de vorst van een volk, zo ook zijn beambten; En zoals het hoofd van een stad, zo ook haar bewoners.
Openbaring 8:5, Openbaring 8:5, Ezechiël 1:13, Ezechiël 1:13, Ezechiël 20:47
3Een onbesuisd koning brengt verderf over de stad, Maar de wijsheid van haar vorst brengt de stad tot bloei.
Ezechiël 43:4, Ezechiël 9:3, Ezechiël 43:4, Ezechiël 9:3, Ezechiël 8:16
4In de hand van God rust het bestuur van de wereld; In iedere tijd geeft Hij haar den geschikten man.
Ezechiël 1:28, Ezechiël 1:28, Ezechiël 9:3, Ezechiël 9:3, Exodus 40:35
5In de hand van God ligt ieders gezag; Hij verleent den bestuurder zijn aanzien.
Ezechiël 1:24, Ezechiël 1:24, Job 40:9, Job 40:9, Exodus 19:19
6Verdruk den naaste niet met geweld, En bewandel niet de weg van de hoogmoed.
Ezechiël 10:2, Ezechiël 10:2, Psalmen 99:1, Psalmen 80:1, Psalmen 99:1
7Hoogmoed is gehaat bij God en de mensen, Bij beiden nog erger dan verdrukking.
Mattheüs 13:49, Mattheüs 13:50, Ezechiël 10:6, Mattheüs 24:34, Mattheüs 24:35
8De heerschappij ging over van volk op volk, Ter oorzake van verdrukking en hoogmoed.
Ezechiël 1:8, Ezechiël 1:8, Ezechiël 10:21, Ezechiël 10:21, Jesaja 6:6
9Wat durft stof en as zich verheffen, Wiens lichaam reeds bij zijn leven verteert.
Daniël 10:6, Openbaring 21:20, Daniël 10:6, Openbaring 21:20, Ezechiël 1:15
10Een lichte ziekte: de dokter lacht; Heden nog koning: komt hij morgen ten val.
Ezechiël 1:16, Ezechiël 1:16, Psalmen 97:2, Psalmen 36:6, Romeinen 11:33
11En sterft de mens, hij krijgt als zijn deel ontbinding en maden, ongedierte en wormen.
Ezechiël 1:17, Ezechiël 1:17, Ezechiël 10:22, Ezechiël 10:22, Ezechiël 1:20
12De trots begint, als de mens tot macht komt; Dan keert zijn hart zich af van zijn Schepper.
Ezechiël 1:18, Ezechiël 1:18, Openbaring 4:6, Openbaring 4:8, Openbaring 4:6
13Want de hoogmoed is een vergaarbak van zonde, Een bron, waaruit ongerechtigheid opborrelt. Daarom zal God dat hart met kwelling vervullen, En hem slaan tot vernietiging toe.
14De troon der hovaardigen stort God omver; Hij zet de deemoedigen in hun plaats.
Openbaring 4:7, Openbaring 4:7, 1 Koningen 7:36, Ezechiël 10:21, 1 Koningen 7:36
15
Ezechiël 1:5, Ezechiël 1:5, Hosea 9:12, Ezechiël 43:3, Ezechiël 8:6
16De sporen der trotsen wist God uit, En hun stronk houwt Hij af tot de grond;
Ezechiël 1:19, Ezechiël 1:21, Ezechiël 1:19, Ezechiël 1:21
17Hij rukt ze uit het land en drijft ze weg, En doet hun gedachtenis van de aarde verdwijnen.
Ezechiël 1:20, Ezechiël 1:21, Ezechiël 1:20, Ezechiël 1:21, Romeinen 8:2
18Want hoogmoed past niet aan den mens, Verwaten trots niet aan het kind van de vrouw.
Psalmen 18:10, Psalmen 18:10, Mattheüs 23:37, Mattheüs 23:39, Psalmen 78:60
19Welk mensengeslacht staat hoog in ere? Dat geslacht is in ere, dat God vreest. Welk mensengeslacht is zonder eer? Dat geslacht is veracht, dat de geboden overtreedt.
Ezechiël 1:26, Ezechiël 1:28, Ezechiël 11:22, Ezechiël 11:23, Ezechiël 11:1
20Zoals een vorst geëerd is in de kring van zijn broeders, Zo is een godvrezende geëerd in Gods ogen;
Ezechiël 1:1, Ezechiël 1:1, Ezechiël 10:15, Ezechiël 10:15, Ezechiël 1:5
21
Ezechiël 10:14, Ezechiël 1:6, Ezechiël 41:18, Ezechiël 41:19, Ezechiël 10:14
22Bijwoner, vreemdeling, buitenlander of arme: Hun aller roem is de vreze Gods.
Ezechiël 1:10, Ezechiël 10:11, Ezechiël 1:10, Ezechiël 10:11, Hosea 14:9
23Veracht dus geen arme, die rechtschapen is, En eer geen zondaar, wie het ook zij.
24Prins, vorst en rechter staan in ere, Maar geen is er groter, dan wie God vreest.
25Een verstandige slaaf wordt door vrijen gediend, En geen wijze, die er om mort.
26Wees niet eigenwijs, dat gij slechts werkt, als het u lust, En poch niet ten tijde van nood;
27Beter wie werkt en van alles genoeg heeft, Dan wie pocht, maar niets heeft te eten.
28Mijn zoon, houd in alle ootmoed uzelf in ere, En bezorg u de achting, zoals het behoort.
29Wie zal hem rechtvaardigen, die zichzelf veroordeelt; Wie hem eren, die zichzelf onteert?.
30Soms worden armen geëerd om hun wijsheid, Terwijl anderen in ere zijn om hun bezit.
31Werd zo'n arme eens rijk, hoeveel groter zijn eer; Werd zo'n rijke eens arm, hoeveel groter zijn schande!
32
33
34

Andere Boeken

SirachJesajaJeremia+

Andere Boeken

SirachHfst. 10
JesajaJeremiaKlaagliederenBaruchEzechiël
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward