Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Prediker Hoofdstuk 3

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
PREDIKER

Prediker 3

1Alles heeft zijn uur; Voor al wat er onder de hemel gebeurt, is er een vaste tijd:
Leviticus 26:26, Leviticus 26:26, Ezechiël 14:13, Jesaja 1:24, Ezechiël 4:16
2Een tijd van baren, en een tijd van sterven; Een tijd van planten, en een tijd van ontwortelen;
Jesaja 9:14, Jesaja 9:15, Amos 2:3, Jesaja 2:13, Jesaja 2:15
3Een tijd van moorden, en een tijd van genezen; Een tijd van afbreken, en een tijd van opbouwen;
Richteren 8:18, Deuteronomium 1:15, 1 Samuël 8:12, Exodus 18:21, Richteren 8:18
4Een tijd van schreien, en een tijd van lachen; Een tijd van rouwen, en een tijd van dansen.
Prediker 10:16, Prediker 10:16, 2 Kronieken 36:9, 2 Kronieken 34:1, 2 Kronieken 36:5
5Een tijd van stenen wegwerpen, een tijd van stenen rapen; Een tijd van omhelzen, en een tijd van gescheiden zijn;
Maleachi 3:5, Jeremia 9:3, Jeremia 9:8, Maleachi 3:5, Jeremia 9:3
6Een tijd van zoeken, en een tijd van verliezen; Een tijd van bewaren, en een tijd van verspillen;
Jesaja 4:1, Jesaja 4:1, Johannes 6:15, Richteren 11:6, Richteren 11:8
7Een tijd van scheuren, en een tijd van naaien; Een tijd van zwijgen, en een tijd van spreken;
Hosea 5:13, Hosea 5:13, Genesis 14:22, Ezechiël 34:4, Jesaja 58:12
8Een tijd van beminnen, en een tijd van haten; Een tijd van oorlog, en een tijd van vrede.
Maleachi 3:13, Maleachi 3:15, 1 Korintiërs 10:22, Hosea 7:16, Maleachi 3:13
9Wat heeft de zwoeger dan nog voor nut Van de moeite, die hij zich getroost?
Genesis 13:13, Genesis 13:13, Jeremia 6:15, Genesis 18:20, Genesis 18:21
10Ik begreep, hoe God aan de mensen hun taak heeft gegeven, Om er zich mee af te tobben.
Psalmen 128:1, Psalmen 128:2, Psalmen 128:1, Psalmen 128:2, Hebreeën 6:10
11Al wat Hij maakte, is goed op zijn tijd; En al heeft Hij ook de eeuwigheid gelegd in het hart van den mens, Toch kan de mens de daden van God Niet van het begin tot het einde doorgronden.
Prediker 8:13, Prediker 8:13, Jakobus 2:13, Psalmen 62:12, Psalmen 28:4
12Zo begreep ik, dat er niets beter is voor den mens, Dan zich verheugen en zich te goed doen in het leven.
Jesaja 3:4, Jesaja 3:4, Nahum 3:13, Nahum 3:13, Jesaja 28:14
13Want als iemand kan eten en drinken En van al zijn zwoegen genieten, Dan is dat een gave van God!
Micha 6:2, Micha 6:2, Hosea 4:1, Hosea 4:2, Spreuken 23:10
14Ik begreep, dat al wat God doet, voor altijd blijft; Daar kan men niets aan toevoegen of van afdoen: God maakt het zo, dat men Hem vreest.
Job 22:4, Job 22:4, Jesaja 5:7, Psalmen 14:4, Jesaja 3:2
15Wat thans bestaat, was er reeds lang; En wat er zijn zal, bestond al vroeger; Want God zoekt wat voorbij is, telkens weer op.
Micha 3:2, Micha 3:3, Psalmen 94:5, Micha 3:2, Micha 3:3
16Ook zag ik onder de zon, Dat het onrecht zetelt op de plaats van het recht, En de boze op de plaats van den vrome.
Ezechiël 16:49, Ezechiël 16:50, Jesaja 32:9, Jesaja 32:11, Ezechiël 16:49
17Maar ik dacht bij mijzelf: Eens zal God den vrome en den boze richten; Want ieder ding en ieder werk heeft bij Hem zijn tijd.
Jeremia 13:22, Jeremia 13:22, Leviticus 13:43, Leviticus 13:44, Jesaja 20:4
18Maar als ik mijn gedachten over de mensen liet gaan, Zag ik, dat zij wel door God zijn geschapen, Maar feitelijk gelijk zijn aan het dier;
Richteren 8:21, Richteren 8:21, Richteren 8:26, Richteren 8:26
19Want mens en dier hebben hetzelfde lot. De één moet sterven even goed als de ander; Want beiden hebben zij dezelfde adem. De mens heeft niets vóór boven het dier; Waarachtig, alles is ijdelheid!
Ezechiël 16:11, Ezechiël 16:11, Numeri 31:50, Genesis 38:18, Genesis 24:22
20Zij gaan beiden naar dezelfde plaats; Beiden kwamen zij voort uit stof, En beiden keren zij terug tot stof.
Exodus 39:28, Exodus 39:28, Ezechiël 16:12, Exodus 32:2, Hosea 2:13
21Wie weet of ‘s mensen levensadem opstijgt naar boven, En die van het dier naar beneden gaat in de grond?
Genesis 24:47, Genesis 24:47, 1 Petrus 3:3, 1 Petrus 3:4, 1 Petrus 3:3
22Zo begreep ik, dat er niets beter is voor den mens, Dan te genieten van zijn werken; want dat komt hem toe. Wie toch kan hem zekerheid geven Van wat de toekomst hem brengt?

Andere Boeken

PredikerHoogliedWijsheid+

Andere Boeken

PredikerHfst. 3
HoogliedWijsheidSirachJesajaJeremia
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward