1Toen dacht ik bij mijzelf: Kom, ik wil het met de vreugde beproeven En het goede genieten; Maar zie, ook dat was ijdelheid.stylusJesaja 1:1, Jesaja 1:1, Jesaja 13:1, Jesaja 13:1, Amos 1:12Van het lachen zei ik: Dwaas, En van de vreugde: Wat heeft het voor nut.stylusMicha 4:1, Micha 4:3, Micha 4:1, Micha 4:3, Jesaja 56:73Ik vatte het plan op, mijn lichaam met wijn te verkwikken, Maar tevens mijn hart te laten leiden door de wijsheid, En zo de dwaasheid te zoeken, Totdat ik zou weten, wat goed is voor de mensen, Om het heel hun leven te doen onder de zon.stylusJeremia 50:4, Jeremia 50:5, Jeremia 50:4, Jeremia 50:5, Zacharia 8:204Grote werken bracht ik tot stand: Ik bouwde mij huizen, plantte mij wijngaarden;stylusMicha 4:3, Hosea 2:18, Micha 4:3, Hosea 2:18, Zacharia 9:105Ik legde mij tuinen en lusthoven aan, En plantte daar allerlei vruchtbomen in.stylusEfeziërs 5:8, Efeziërs 5:8, Lucas 1:79, Jesaja 60:19, Jesaja 60:206Ik liet mij watervijvers graven, Om er een woud van jonge bomen mee te besproeien.stylusRomeinen 11:20, Romeinen 11:20, 2 Koningen 1:2, 2 Koningen 1:2, 1 Kronieken 10:137Ik kocht slaven en slavinnen, En lijfeigenen behoorden mij toe. Ook bezat ik veel meer runderen en schapen, Dan allen, die vóór mij in Jerusalem waren.stylusDeuteronomium 17:16, Deuteronomium 17:17, Jesaja 30:16, Jesaja 31:1, Psalmen 20:78Ik stapelde zilver op en goud, Schatten van koningen en wingewesten; Ik schafte zangers aan en zangeressen, En vele vrouwen, het genot der mensen.stylusPsalmen 115:4, Psalmen 115:8, Psalmen 115:4, Psalmen 115:8, Openbaring 9:209Zo werd ik groter en rijker, dan allen vóór mij in Jerusalem, Behalve nog, dat ik mijn wijsheid behield.stylusJesaja 5:15, Jesaja 5:15, Romeinen 3:23, Marcus 3:29, Jesaja 27:1110Nooit heb ik mijn ogen geweigerd, wat zij verlangden; Ik ontzegde mijn hart geen enkele vreugd. Mijn hart kon genieten van al mijn zwoegen; Maar dat was ook àl, wat ik had van mijn werken.stylusOpenbaring 6:15, Openbaring 6:16, Openbaring 6:15, Openbaring 6:16, Jesaja 2:1911Want toen ik al het werk van mijn handen beschouwde, En al het zwoegen, dat ik met moeite volbracht had, Zag ik, hoe het alles ijdelheid was en jagen naar wind; Men heeft er geen blijvend gewin van onder de zon.stylusJesaja 5:15, Jesaja 5:16, Jesaja 5:15, Jesaja 5:16, Psalmen 18:2712Zo ging ik de wijsheid vergelijken Met dwaasheid en onverstand. Wat zal de opvolger van den koning gaan doen Met alles, wat deze vroeger gemaakt heeft?stylusMaleachi 4:1, Maleachi 4:1, Jesaja 23:9, Jesaja 23:9, Spreuken 16:513Wel begreep ik, dat wijsheid voordeel heeft boven dwaasheid, Zoals licht boven duisternis gaat:stylusJesaja 14:8, Jesaja 14:8, Jesaja 10:33, Jesaja 10:34, Zacharia 11:114De wijze heeft ogen in zijn hoofd, De dwaas echter tast in het duister. Maar ik bevond van de andere kant, Dat hetzelfde lot hen beiden treft.stylusJesaja 30:25, Jesaja 40:4, Jesaja 30:25, Jesaja 40:4, Psalmen 68:1615Daarom dacht ik bij mijzelf: Als het lot van den dwaas ook mij treft, Wat baat mij dan al mijn wijsheid? En ik zeide bij mijzelf: Ook dat is ijdel.stylusJesaja 25:12, Jesaja 25:1216Want de wijze blijft evenmin in herinnering als de dwaas, Op de duur raakt in de toekomst alles vergeten; Moet immers de wijze niet sterven juist als de dwaas?stylus1 Koningen 10:22, 1 Koningen 10:22, Jesaja 23:1, Jesaja 23:1, Numeri 33:5217Daarom kreeg ik een afkeer van het leven; Ja, al wat er verricht wordt onder de zon, begon mij te walgen; Want het is allemaal ijdel en jagen naar wind.stylusJeremia 48:29, Jeremia 48:30, Jeremia 48:29, Jeremia 48:30, Ezechiël 28:218Zo kreeg ik een afkeer van al het werk, Dat ik met moeite tot stand bracht onder de zon. Ik moet het toch achterlaten aan hem, die mij opvolgt;stylusZacharia 13:2, Sefanja 1:3, Ezechiël 37:23, Ezechiël 36:25, Jesaja 21:919Wie weet, of het een wijze zal zijn of een dwaas! Toch zal hij heer en meester zijn van alles, Wat ik met moeite en wijsheid tot stand bracht onder de zon. Ook dat is ijdelheid.stylusJesaja 2:10, Jesaja 2:10, Lucas 23:30, Lucas 23:30, Hosea 10:820Ja, ik gaf mijn hart aan vertwijfeling over Om al de moeite, die ik mij getroostte onder de zon.stylusJesaja 30:22, Jesaja 30:22, Jesaja 31:7, Jesaja 31:7, Leviticus 11:1921Want wie met wijsheid, verstand en beleid heeft gewerkt, Moet het achterlaten aan hem, die er geen moeite voor deed. Ook dat is ijdelheid en een grote ramp.stylusJesaja 2:19, Jesaja 2:19, Job 30:6, Jesaja 2:10, Hooglied 2:1422Wat heeft dan de mens van zijn zwoegen en jagen, Waarmee hij zich afslooft onder de zon?stylusJeremia 17:5, Jeremia 17:5, Psalmen 146:3, Psalmen 146:3, Jakobus 4:1423Want al zijn dagen zijn smart, En louter kwelling is al wat hij doet; Zelfs ‘s nachts komt zijn hart niet tot rust. Ook dat is ijdelheid.stylus24Niets is er dus beter voor den mens dan eten en drinken, En zelf genieten van zijn werk. Want ik heb begrepen, dat dit uit Gods hand komt:stylus25Wie toch kan eten, wie kan genieten buiten Hem om?stylus26Want aan den mens, die Hem welgevallig is, Schenkt Hij wijsheid, kennis en vreugde; Maar den zondaar laat Hij moeizaam vergaren en ophopen, Om het te geven aan hem, die aan Gods oog behaagt. Ook dat is ijdelheid en jagen naar wind!stylus