Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Leviticus Hoofdstuk 6

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
LEVITICUS

Leviticus 6

1Jahweh sprak tot Moses:
2Wanneer iemand zondigt en een vergrijp tegen Jahweh pleegt, door tegenover zijn naaste te loochenen, dat hem iets is toevertrouwd of in bewaring is gegeven, dat iets door hem is geroofd of van zijn naaste afgeperst;
Kolossenzen 3:9, Kolossenzen 3:9, Spreuken 24:28, Leviticus 5:15, Leviticus 19:11
3of door te loochenen, dat hij iets heeft gevonden, wat verloren was; wanneer hij de loochening van een van deze dingen, waarin een mens kan zondigen, met een valse eed bekrachtigt,
Leviticus 19:12, Exodus 23:4, Leviticus 19:12, Exodus 23:4, Exodus 22:9
4en zo zondigt en schuld op zich laadt, dan moet hij teruggeven, wat geroofd, of afgeperst, of hem toevertrouwd was, of wat verloren was en hij terugvond,
Ezechiël 18:18, Micha 2:2, Ezechiël 18:12, Job 20:19, Genesis 21:25
5en waarover hij een valse eed heeft afgelegd. Hij moet het ten volle vergoeden, met een vijfde der waarde erbij, en het op de dag van zijn schuldoffer aan den eigenaar betalen.
Leviticus 5:16, Leviticus 5:16, Numeri 5:7, Numeri 5:8, Lucas 19:8
6Bovendien moet hij voor Jahweh de waarde van een gaven ram uit het kleinvee als zijn schuldoffer naar den priester brengen.
Leviticus 5:15, Leviticus 5:15, Leviticus 5:18, Leviticus 5:18, Jesaja 53:10
7Zo zal de priester verzoening voor hem verkrijgen voor het aanschijn van Jahweh, en zal hem vergiffenis worden geschonken voor alles, wat hij misdreven heeft.
Leviticus 4:26, Leviticus 4:26, 1 Johannes 2:1, 1 Johannes 2:2, 1 Johannes 1:9
8Jahweh sprak tot Moses:
9Geef aan Aäron en zijn zonen het volgende bevel: Dit is de wet op het brandoffer! Het brandoffer moet heel de nacht door tot aan de morgen op de vuurhaard van het altaar blijven liggen, en het altaarvuur moet daarop blijven branden.
Numeri 28:3, Exodus 29:38, Exodus 29:42, Leviticus 6:12, Leviticus 6:13
10Dan moet de priester zijn linnen tuniek aandoen en over zijn lichaam het linnen heupkleed aantrekken, vervolgens de as wegruimen, waartoe het brandoffer op het altaar door het vuur is verteerd, en die naast het altaar werpen.
Exodus 28:39, Exodus 28:43, Exodus 28:39, Exodus 28:43, Leviticus 16:4
11Dan moet hij zijn kleren uittrekken en andere aandoen, en de as op een reine plek buiten de legerplaats brengen.
Leviticus 4:12, Ezechiël 44:19, Leviticus 4:12, Ezechiël 44:19, Hebreeën 13:11
12Het vuur op het altaar moet brandend blijven, en mag niet worden gedoofd. Iedere ochtend moet de priester daarop hout ontsteken, het brandoffer erop leggen, en de vette stukken van de vredeoffers daarop in rook doen opgaan.
Leviticus 9:24, Leviticus 9:24, Exodus 29:38, Exodus 29:42, Exodus 29:38
13Altijd moet het vuur op het altaar blijven branden; het mag nooit worden gedoofd.
14Dit is de wet op het spijsoffer! De zonen van Aäron moeten het voor het aanschijn van Jahweh voor het altaar brengen.
Numeri 15:4, Numeri 15:4, Leviticus 2:1, Leviticus 2:2, Johannes 6:32
15Dan moet een van hen een handvol meelbloem van het spijsoffer nemen en iets van de daarbij horende olie, met al de wierook, die bij het spijsoffer hoort, en het op het altaar als een welriekend reukoffer voor Jahweh in rook doen opgaan.
Leviticus 2:9, Leviticus 2:2, Leviticus 2:9, Leviticus 2:2
16De rest moeten Aäron en zijn zonen opeten. Ongedesemd moet het op een heilige plaats worden gegeten in de voorhof van de openbaringstent;
Ezechiël 44:29, Leviticus 2:3, Ezechiël 44:29, Leviticus 2:3, Leviticus 10:12
17het mag dus niet gedesemd worden gebakken. Ik sta hun dit af als hun deel van mijn vuuroffers; het is hoogheilig, evenals het zonde(-) en schuldoffer.
Leviticus 2:3, Leviticus 6:25, Numeri 18:9, Numeri 18:10, Leviticus 2:11
18Alle kinderen van Aäron, die van het mannelijk geslacht zijn, mogen het eten. Het is voor uw nageslacht een eeuwig geldende wet met betrekking tot de vuuroffers van Jahweh: al wie ze aanraakt, moet als iets heiligs worden behandeld.
Numeri 18:10, Leviticus 6:29, Numeri 18:10, Leviticus 6:29, Leviticus 22:3
19Jahweh sprak tot Moses:
20Dit is de offergave, die Aäron en zijn zonen Jahweh moeten brengen, wanneer zij worden gezalfd. Als dagelijks spijsoffer moeten zij een tiende efa meelbloem brengen; de ene helft des morgens, de andere helft des avonds.
Exodus 29:2, Exodus 16:36, Exodus 29:2, Exodus 16:36, Numeri 28:3
21In een pan moet het met olie worden toebereid, ge moet het aangemaakt brengen; daarna moet ge het in stukken breken, en als een welriekend spijsoffer Jahweh aanbieden.
Leviticus 2:5, Leviticus 2:5, Leviticus 7:9, Leviticus 7:9, 1 Kronieken 9:31
22Degene onder zijn zonen, die als zijn opvolger tot priester wordt gezalfd, moet dat doen; dit is een eeuwig geldende wet. Het moet geheel voor Jahweh in rook opgaan;
Leviticus 4:3, Jesaja 53:10, Hebreeën 7:23, Exodus 29:22, Exodus 29:25
23want elk spijsoffer van een priester moet helemaal worden verbrand, en niets mag ervan worden genuttigd.
Leviticus 6:16, Leviticus 6:17, Leviticus 2:10, Leviticus 6:16, Leviticus 6:17
24Jahweh sprak tot Moses:
25Zeg aan Aäron en zijn zonen: Dit is de wet op het zondeoffer! Op de plaats, waar het brandoffer wordt geslacht, moet ook het zondeoffer voor het aanschijn van Jahweh worden geslacht; het is hoogheilig.
Leviticus 4:24, Leviticus 4:24, Leviticus 1:11, Leviticus 1:11, Leviticus 1:5
26De priester, die het zondeoffer opdraagt, moet het ook nuttigen. Op een heilige plaats in de voorhof van de openbaringstent moet het worden gegeten.
Leviticus 10:17, Leviticus 10:18, Leviticus 10:17, Leviticus 10:18, Ezechiël 44:28
27Iedereen, die het vlees ervan aanraakt, zal als iets heiligs worden behandeld; en wanneer iets van het bloed op een kleed spat, moet ge het bespatte kleed op een heilige plaats wassen.
Exodus 29:37, Exodus 29:37, Leviticus 11:32, 2 Korintiërs 7:11, Haggaï 2:12
28Wanneer het in een aarden vat is gekookt, moet dit worden gebroken; wanneer het in een bronzen vat is gekookt, moet dit worden geschuurd en met water uitgespoeld.
Leviticus 11:33, Leviticus 11:33, Leviticus 15:12, Leviticus 15:12, Hebreeën 9:9
29Alle mannen onder de priesters mogen het eten; het is hoogheilig.
Numeri 18:10, Leviticus 6:17, Leviticus 6:18, Leviticus 6:25, Numeri 18:10
30Maar een zondeoffer, waarvan het bloed binnen de openbaringstent is gebracht, om er in het heiligdom de verzoeningsplechtigheid mee te verrichten, mag niet worden gegeten; dit moet in het vuur worden verbrand.
Hebreeën 13:11, Leviticus 4:3, Leviticus 4:21, Leviticus 10:18, Hebreeën 13:11

Andere Boeken

LeviticusNumeriDeuteronomium+

Andere Boeken

LeviticusHfst. 6
NumeriDeuteronomiumJozuaRichterenRuth
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward