Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Leviticus Hoofdstuk 27

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
LEVITICUS

Leviticus 27

1Jahweh sprak tot Moses:
2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer iemand door een gelofte personen naar hun schattingswaarde aan Jahweh wijdt, dan moet ge ze schatten als volgt.
Numeri 6:2, Numeri 6:2, Deuteronomium 23:21, Deuteronomium 23:23, 1 Samuël 1:11
3Een man van twintig tot zestig jaar moet op vijftig zilveren sikkels volgens het heilig gewicht, worden geschat.
Exodus 30:13, Exodus 30:13, Numeri 18:16, Leviticus 27:25, Numeri 18:16
4Zo het een vrouw is, moet zij op dertig sikkels worden geschat.
Mattheüs 26:15, Mattheüs 27:9, Mattheüs 27:10, Zacharia 11:12, Zacharia 11:13
5Zo het iemand is van vijf tot twintig jaar, moet een jongen op twintig sikkels, een meisje op tien sikkels worden geschat.
6Is het kind een maand tot vijf jaar oud, dan moet een knaap op vijf zilveren sikkels, een meisje op drie worden geschat.
Numeri 3:40, Numeri 3:43, Numeri 18:14, Numeri 18:16, Numeri 3:40
7Een man van zestig jaar en daarboven moet op vijftien sikkels worden geschat, een vrouw op tien.
Psalmen 90:10, Psalmen 90:10
8Wanneer hij te arm is om die schatting te betalen, moet men hem voor den priester brengen, en deze moet hem schatten; en de priester zal het vermogen schatten van hem, die de gelofte heeft afgelegd.
Marcus 14:7, Leviticus 14:21, Leviticus 14:22, Marcus 14:7, Leviticus 14:21
9Wanneer het een dier is, dat aan Jahweh als offergave kan worden gebracht, dan blijft het gewijd, als men het eenmaal aan Jahweh heeft gegeven.
10Men mag het niet vervangen, en geen beter voor een slechter, of een slechter voor een beter verruilen. Zo men toch het ene dier met het andere verruilt, zijn beide, dus ook het geruilde, gewijd.
Jakobus 1:8, Leviticus 27:15, Leviticus 27:33, Jakobus 1:8, Leviticus 27:15
11Wanneer het een of ander onrein dier is, dat niet als offergave aan Jahweh mag worden gebracht, dan moet men dat dier voor den priester brengen.
Maleachi 1:14, Deuteronomium 23:18, Maleachi 1:14, Deuteronomium 23:18
12De priester zal het op zijn juiste waarde schatten, en zoals de priester het schat, zal de waarde ervan zijn.
13Zo men het wil inlossen, moet men nog het vijfde deel van de geschatte waarde er aan toevoegen.
Leviticus 27:15, Leviticus 27:19, Leviticus 27:15, Leviticus 27:19, Leviticus 22:14
14Wanneer iemand zijn huis als heilige gave aan Jahweh wijdt, zal de priester het op zijn juiste waarde schatten, en zoals de priester het schat, zal de waarde worden bepaald.
Psalmen 101:2, Psalmen 101:7, Leviticus 27:21, Leviticus 25:29, Leviticus 25:31
15Zo hij, die het huis heeft toegewijd, het wil inlossen, moet hij nog het vijfde deel van de geschatte waarde er aan toevoegen; dan zal het weer zijn eigendom zijn.
Leviticus 27:13, Leviticus 27:13
16Wanneer iemand een stuk land, dat hij bezit, aan Jahweh wijdt, dan moet het worden geschat naar de hoeveelheid zaad, die er voor nodig is; een stuk land, waarop een chómer gerst kan worden gezaaid, op vijftig zilveren sikkels.
Jesaja 5:10, Handelingen 5:4, Hosea 3:2, Handelingen 4:34, Handelingen 4:37
17Wijdt hij zijn akker van het jubeljaar af, dan moet hij de volle schattingsprijs betalen.
18Wijdt hij hem na het jubeljaar, dan moet de priester de prijs berekenen naar het aantal jaren, die nog tot aan het jubeljaar moeten verlopen, en die moeten worden afgetrokken van de geschatte som.
Leviticus 25:15, Leviticus 25:16, Leviticus 25:15, Leviticus 25:16, Leviticus 25:51
19Zo hij de akker, die hij gewijd heeft, wil inlossen, moet hij het vijfde deel van de geschatte waarde er aan toevoegen; dan blijft de akker zijn eigendom.
Leviticus 27:13, Leviticus 27:13
20Zo hij de akker niet heeft ingelost, maar hem toch aan een ander verkoopt, dan mag die later niet meer worden ingelost;
21en wanneer de akker met het jubeljaar vrijkomt, zal hij aan Jahweh gewijd blijven, zoals een akker, die onder de banvloek ligt; hij valt dan den priester ten deel.
Ezechiël 44:29, Ezechiël 44:29, Numeri 18:14, Numeri 18:14, Leviticus 25:10
22Wanneer iemand een akker aan Jahweh wijdt, die door koop is verkregen, en niet tot zijn erfgoed behoort,
Leviticus 25:25, Leviticus 25:10, Leviticus 25:25, Leviticus 25:10
23dan moet de priester hem de waarde berekenen tot aan het eerst komende jubeljaar, en moet hij het geschatte bedrag nog dezelfde dag als een gewijde gave aan Jahweh schenken;
Leviticus 27:18, Leviticus 27:18, Leviticus 27:12, Leviticus 27:12
24en in het jubeljaar keert de akker terug in het bezit van hem, van wien hij hem heeft gekocht en wiens erfgoed hij was.
Leviticus 25:28, Leviticus 25:28, Leviticus 27:20, Leviticus 27:20
25Al uw schattingen moeten volgens de heilige sikkel zijn, twintig gera de sikkel.
Exodus 30:13, Exodus 30:13, Numeri 3:47, Numeri 18:16, Numeri 3:47
26Het eerstgeborene van het vee, dat reeds als eerstgeborene aan Jahweh behoort, mag door niemand meer worden toegewijd; noch dat van een rund, noch dat van een schaap. Het behoort reeds aan Jahweh.
Exodus 13:2, Exodus 13:2, Exodus 13:12, Exodus 13:13, Deuteronomium 15:19
27Zo het een onrein dier is, kan men het inlossen naar de schattingswaarde, maar men moet er een vijfde van de prijs aan toevoegen. Zo het niet wordt gelost, moet het voor de geschatte prijs worden verkocht.
Leviticus 27:11, Leviticus 27:11
28Maar niets wat onder de banvloek ligt, en wat men uit zijn bezit door de ban aan Jahweh heeft gewijd, mens, dier of een stuk land, kan worden verkocht of ingelost; het blijft hoogheilig voor Jahweh.
Jozua 6:17, Jozua 6:19, Jozua 6:17, Jozua 6:19, Exodus 22:20
29Geen mens, die onder de banvloek ligt, kan worden vrijgekocht; hij moet worden gedood.
1 Samuël 15:18, 1 Samuël 15:23, 1 Samuël 15:18, 1 Samuël 15:23, Numeri 21:2
30Alle tienden van de grond, van wat op het land is gezaaid, en van de vruchten der bomen, behoren aan Jahweh, en zijn aan Jahweh gewijd.
Genesis 28:22, Genesis 28:22, Mattheüs 23:23, Nehemia 13:12, Mattheüs 23:23
31Zo iemand iets van zijn tienden wil lossen, moet hij een vijfde deel daarvan er aan toevoegen.
32Ook alle tienden van rundvee en schapen, van alles wat onder de herdersstaf doorgaat, zijn aan Jahweh gewijd.
Jeremia 33:13, Jeremia 33:13, Ezechiël 20:37, Ezechiël 20:37, Micha 7:14
33Men mag geen keuze doen tussen goede of slechte dieren en ze evenmin ruilen; verruilt men ze toch, dan zijn beide, dus ook het geruilde, aan Jahweh gewijd. Ze kunnen dus niet worden ingelost.
Leviticus 27:10, Leviticus 27:10
34Dit zijn de geboden, die Jahweh op de berg Sinaï aan Moses voor de kinderen Israëls heeft gegeven.
Leviticus 26:46, Leviticus 26:46, Numeri 1:1, Numeri 1:1, Johannes 1:17

Andere Boeken

LeviticusNumeriDeuteronomium+

Andere Boeken

LeviticusHfst. 27
NumeriDeuteronomiumJozuaRichterenRuth
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward