Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Leviticus Hoofdstuk 24

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
LEVITICUS

Leviticus 24

1Jahweh sprak tot Moses.
2Beveel de Israëlieten, dat zij u voor de kandelaar zuivere olie uit gestoten olijven brengen, om de lamp daarmee voortdurend te onderhouden.
2 Korintiërs 4:6, 2 Korintiërs 4:6, Exodus 27:20, Exodus 27:21, Efeziërs 5:8
3In de openbaringstent buiten het voorhangsel voor de verbondsark moet Aäron ze voortdurend voor het aanschijn van Jahweh van de avond tot de morgen onderhouden. Dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten.
4Op de kandelaar van zuiver goud moet hij zonder onderbreking de lampen onderhouden voor het aanschijn van Jahweh.
Exodus 31:8, Exodus 31:8, Exodus 39:37, Exodus 37:17, Exodus 37:24
5Bovendien moet gij meelbloem nemen, en er twaalf koeken van bakken; twee issaron voor iedere koek.
Exodus 25:30, Exodus 25:30, Exodus 40:23, Exodus 40:23, 1 Koningen 18:31
6Ge moet ze in twee stapels van zes op de tafel van zuiver goud leggen voor het aanschijn van Jahweh.
1 Koningen 7:48, 1 Koningen 7:48, Exodus 25:23, Exodus 25:24, Exodus 25:23
7Leg op iedere stapel zuivere wierook; dit is het reukoffer bij het brood, het vuuroffer voor Jahweh.
Leviticus 2:2, Leviticus 2:2, Openbaring 8:3, Openbaring 8:4, Openbaring 8:3
8Onafgebroken moet men ze iedere sabbat opnieuw voor Jahweh neerleggen; dit is een eeuwige verplichting voor de kinderen Israëls.
2 Kronieken 2:4, Numeri 4:7, 2 Kronieken 2:4, Numeri 4:7, 1 Kronieken 9:32
9Het zal Aäron en zijn zonen ten deel vallen, en zij moeten het eten op een heilige plaats. Want het is hoogheilig; het is voor eeuwig zijn wettig deel van de vuuroffers van Jahweh.
Leviticus 8:31, Leviticus 8:31, Marcus 2:26, Mattheüs 12:4, Lucas 6:4
10Eens mengde zich de zoon van een israëlietische vrouw en van een Egyptenaar onder de Israëlieten, en kreeg in de legerplaats twist met een Israëliet.
Numeri 11:4, Exodus 12:38, Numeri 11:4, Exodus 12:38
11En daar de zoon van de Israëlietische de Naam verwenste en vervloekte, bracht men hem tot Moses. Zijn moeder heette Sjelomit, en was de dochter van Dibri uit de stam van Dan.
Exodus 3:15, Exodus 18:26, Exodus 18:22, Job 2:5, Leviticus 24:15
12Men zette hem in verzekerde bewaring, tot Moses een beslissing zou nemen volgens de uitspraak van Jahweh.
Exodus 18:15, Exodus 18:16, Exodus 18:15, Exodus 18:16, Numeri 27:5
13En Jahweh sprak tot Moses:
14Breng den godslasteraar buiten de legerplaats; laat allen, die het gehoord hebben, hun handen op zijn hoofd leggen, en heel de gemeenschap hem stenigen.
Deuteronomium 17:7, Deuteronomium 17:7, Leviticus 20:27, Deuteronomium 21:21, Leviticus 20:27
15En tot de Israëlieten moet ge zeggen: Iedereen, die zijn God vervloekt, maakt zich schuldig aan zonde;
Numeri 9:13, Exodus 22:28, Leviticus 5:1, Numeri 9:13, Exodus 22:28
16en wie de Naam van Jahweh lastert, moet worden gedood. Heel de gemeenschap moet hem stenigen; zowel de vreemdeling als de ingezetene moet worden gedood, wanneer zij de Naam vervloeken.
Mattheüs 12:31, Mattheüs 12:31, Johannes 10:33, Johannes 10:36, Jakobus 2:7
17Wanneer iemand een mens, wien ook, doodt, moet hij worden gedood;
Genesis 9:5, Genesis 9:6, Deuteronomium 19:11, Deuteronomium 19:12, Genesis 9:5
18leven voor leven.
Leviticus 24:21, Leviticus 24:21, Exodus 21:34, Exodus 21:36, Exodus 21:34
19Wanneer iemand zijn naaste letsel toebrengt, moet hem worden vergolden, wat hij een ander heeft aangedaan.
Deuteronomium 19:21, Mattheüs 5:38, Mattheüs 7:2, Deuteronomium 19:21, Mattheüs 5:38
20Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; het letsel, dat iemand een ander toebrengt, moet hem worden toegebracht.
Deuteronomium 19:21, Mattheüs 5:38, Deuteronomium 19:21, Mattheüs 5:38, Exodus 21:23
21Wie een dier doodt, moet het vergoeden; wie een mens doodt, moet worden gedood.
Leviticus 24:17, Leviticus 24:18, Leviticus 24:17, Leviticus 24:18, Exodus 21:33
22Diezelfde wet moet bij u gelden voor den vreemdeling zowel als voor den ingezetene. Want Ik ben Jahweh, uw God!
Exodus 12:49, Exodus 12:49, Numeri 9:14, Numeri 15:15, Numeri 15:16
23Zo sprak Moses tot de Israëlieten. Toen bracht men den godslasteraar buiten de legerplaats, en stenigde hem; de Israëlieten deden, wat Jahweh Moses bevolen had.
Hebreeën 2:2, Hebreeën 2:3, Leviticus 24:14, Leviticus 24:16, Hebreeën 10:28

Andere Boeken

LeviticusNumeriDeuteronomium+

Andere Boeken

LeviticusHfst. 24
NumeriDeuteronomiumJozuaRichterenRuth
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward