1Nu verschenen de familiehoofden der Levieten bij den priester Elazar, bij Josuë, den zoon van Noen, en bij de familiehoofden van de israëlietische stammen te Sjilo in het land Kanaän,stylusJozua 14:1, Jozua 14:1, Jozua 17:4, Jozua 19:51, Jozua 17:42en spraken tot hen: Jahweh heeft door Moses bevolen, ons steden te geven, om er te wonen, met bijbehorende weidegrond voor ons vee.stylusJozua 18:1, Jozua 18:1, Numeri 35:2, Numeri 35:8, Numeri 35:23Daarom gaven de Israëlieten naar Jahweh’s bevel de volgende steden met haar weidegronden aan de Levieten.stylusGenesis 49:7, Genesis 49:7, Deuteronomium 33:8, Deuteronomium 33:10, 1 Kronieken 6:544Het lot viel het eerst voor de families der Kehatieten. De zonen van Aäron, den levietischen priester, kregen door loting dertien steden uit de stammen Juda, Simeon en Benjamin,stylus1 Kronieken 6:54, 1 Kronieken 6:60, Jozua 21:8, Jozua 21:19, Jozua 24:335terwijl de overige families der Kehatieten door het lot tien steden ontvingen uit de stammen Efraïm, Dan en de halve stam van Manasse.stylusJozua 21:20, Jozua 21:26, Jozua 21:20, Jozua 21:26, Exodus 6:166De Gersjonieten kregen door het lot dertien steden uit de stammen Issakar, Aser, Neftali en de halve stam van Manasse in Basjan.stylusJozua 21:27, Jozua 21:33, Jozua 21:27, Jozua 21:33, 1 Kronieken 6:717De families der Merarieten kregen twaalf steden uit de stammen Ruben, Gad en Zabulon.stylusJozua 21:34, Jozua 21:40, Jozua 21:34, Jozua 21:40, 1 Kronieken 6:638Dit zijn de steden met haar weidegronden, welke de Israëlieten door het lot aan de Levieten afstonden, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.stylusJozua 21:3, Jozua 21:3, Numeri 33:54, Spreuken 16:33, Jozua 18:69Uit de stammen van de Judeërs en Simeonieten gaven ze de volgende, met name genoemde steden:stylus1 Kronieken 6:65, Jozua 21:13, Jozua 21:18, 1 Kronieken 6:65, Jozua 21:1310Aan de Aäronieten, een van de geslachten der Kehatieten, die tot de Levieten behoorden,stylusJozua 21:4, Jozua 21:4, Exodus 6:18, Numeri 3:19, Exodus 6:2011en voor wie het eerste lot was gevallen, gaven ze: Kirjat-Arba of Hebron (deze Arba is de vader van Anak) in het judese bergland met zijn omliggende weidegronden.stylus1 Kronieken 6:55, 1 Kronieken 6:55, Lucas 1:39, Lucas 1:39, Genesis 35:2712Het akkerland van die stad en haar dorpen hadden ze reeds aan Kaleb, den zoon van Jefoenne. in eigendom gegeven;stylus1 Kronieken 6:55, 1 Kronieken 6:57, Jozua 14:13, Jozua 14:15, 1 Kronieken 6:5513aan de zonen van den priester Aäron gaven ze dus Hebron, de vrijstad voor den moordenaar, met haar weidegronden. Daarenboven Libna,stylusJozua 15:42, Jozua 15:42, Jozua 10:29, Jozua 20:7, Jozua 15:5414Jattir, Esjtemóa,stylusJozua 15:48, Jozua 15:50, Jozua 15:48, Jozua 15:50, 1 Samuël 30:2715Cholon, Debir,stylusJozua 15:51, Jozua 15:49, Jozua 15:51, Jozua 15:49, Jozua 12:1316Ain, Joetta, Bet-Sjémesj; te zamen negen steden uit deze beide stammen, allen met bijbehorende weidegronden.stylusJozua 15:10, Jozua 15:55, 1 Kronieken 6:59, Jozua 15:10, Jozua 15:5517Uit de stam Benjamin: Gibon, Géba,stylusJozua 18:24, Jozua 18:25, Jozua 9:3, Jozua 18:24, Jozua 18:2518Anatot, Almon, elk met zijn weidegronden; vier steden.stylusJeremia 1:1, Jesaja 10:30, 1 Kronieken 6:60, 1 Koningen 2:26, Jeremia 1:119In het geheel dus dertien steden met haar bijbehorende weidegronden voor de aäronietische priesters.stylus20Ook de overige levietische families der Kehatieten, de overige zonen van Kehat, kregen de hun door het lot toegewezen steden. Uit de stam Efraïmstylus1 Kronieken 6:66, 1 Kronieken 6:66, Jozua 21:5, Jozua 21:521gaf men hun Sikem, de vrijstad voor den moordenaar, in het bergland van Efraïm, met Gézer,stylusJozua 20:7, Jozua 20:7, 1 Koningen 9:15, 1 Koningen 9:17, Genesis 33:1922Kibsáim en Bet-Choron met bijbehorende weidegronden; vier steden.stylusJozua 16:3, Jozua 18:13, Jozua 18:14, Jozua 16:5, 1 Kronieken 6:6823Uit de stam Dan: Elteke, Gibton,stylusJozua 19:44, Jozua 19:45, Jozua 19:44, Jozua 19:4524Ajjalon en Gat-Rimmon met hun weidegronden; vier steden.stylusJozua 10:12, 1 Kronieken 6:69, Jozua 19:42, Jozua 10:12, 1 Kronieken 6:6925Uit de halve stam van Manasse: Taänak en Jibleam met hun weidegronden; twee steden.stylusJozua 17:11, Richteren 5:19, Jozua 17:11, Richteren 5:1926In het geheel dus tien steden met haar weidegronden voor de families van de overige Kehatieten.stylus27De Gersjonieten, een ander geslacht der Levieten, kregen uit de halve stam van Manasse: Golan, de vrijstad voor den moordenaar in Basjan, met Beësjtera en hun weidegronden; twee steden.stylus1 Kronieken 6:71, 1 Kronieken 6:71, Deuteronomium 1:4, Jozua 20:8, Deuteronomium 4:4328Uit de stam Issakar: Kisjon, Daberat,stylus1 Kronieken 6:72, 1 Kronieken 6:73, Jozua 19:12, 1 Kronieken 6:72, 1 Kronieken 6:7329Jarmoet en En-Gannim, elk met zijn weidegronden; vier steden.stylusJozua 10:3, Jozua 12:11, Jozua 10:23, Jozua 10:3, Jozua 12:1130Uit de stam Aser: Misjal, Abdon,stylus1 Kronieken 6:74, 1 Kronieken 6:75, Jozua 19:25, Jozua 19:28, 1 Kronieken 6:7431Chelkat en Rechob met hun weidegronden; vier steden.stylusRichteren 18:21, Richteren 1:31, 1 Kronieken 6:75, Richteren 18:21, Richteren 1:3132Uit de stam Neftali: Kédesj, de vrijstad voor den moordenaar in Galilea, met Chammot-Dor en Kartan en hun bijbehorende weidegronden; drie steden.stylusJozua 20:7, 1 Kronieken 6:76, Jozua 20:7, 1 Kronieken 6:76, Jozua 19:3533In het geheel dus dertien steden, met haar bijbehorende weidegronden voor de families der Gersjonieten.stylus34De families der Merarieten, de overige Levieten, kregen uit de stam Zabulon: Jokneam, Karta,stylus1 Kronieken 6:77, 1 Kronieken 6:77, Jozua 19:11, Jozua 12:22, Jozua 21:735Dimna en Nahalal, met bijbehorende weidegronden; vier steden.stylus36Uit de stam Ruben: Béser, Jáhas, Kedemot en Mefáat, met hun weidegronden; vier steden.stylusJozua 20:8, Jozua 20:8, Deuteronomium 4:43, Deuteronomium 4:43, Numeri 21:2337Uit de stam Gad: Ramot, de vrijstad voor den moordenaar in Gilad, met Machanáim, Chesjbon en Jazer, met hun weidegronden; vier steden.stylus38In het geheel dus twaalf steden volgens lot voor de overblijvende levietische families der Merarieten.stylusGenesis 32:2, Genesis 32:2, 1 Koningen 22:3, Deuteronomium 4:43, Jozua 20:839Alles tezamen waren er dus te midden van de bezittingen der Israëlieten acht en veertig Levieten-steden met bijbehorende weidegronden.stylus1 Kronieken 6:81, Jozua 13:17, Jeremia 48:32, Numeri 21:26, Numeri 21:3040Die steden bestonden telkens uit een stad met weidegrond er om heen; dit geldt voor al die steden.stylus41Zo gaf Jahweh aan Israël het gehele land, dat Hij hun vaderen gezworen had te zullen geven. Zij namen het in bezit, en gingen er wonen.stylusGenesis 49:7, Numeri 35:1, Numeri 35:8, Deuteronomium 33:10, Genesis 49:742En Jahweh gaf hun naar alle kanten rust, juist zoals Hij het hun vaderen onder ede beloofd had. Geen van hun vijanden kon voor hen stand houden; want Jahweh leverde hun al hun vijanden uit.stylus43Niet één van alle beloften, die Jahweh het huis van Israël had gedaan, bleef onvervuld; allen werden zij ingelost.stylusGenesis 13:15, Genesis 13:15, Genesis 28:4, Exodus 23:27, Exodus 23:31