1Het tweede lot viel voor Simeon, voor de families van de stam der Simeonieten. Hun erfdeel lag midden tussen dat der Judeërs.stylusJozua 19:9, Jozua 19:9, Genesis 49:5, Genesis 49:7, Genesis 49:52In hun erfdeel hadden ze: Beër-Sjéba, Molada,stylus1 Kronieken 4:28, 1 Kronieken 4:30, 1 Kronieken 4:28, 1 Kronieken 4:30, Jozua 15:283Chasar-Sjoeal, Bala, Ésem,stylusJozua 15:28, Jozua 15:29, Jozua 15:28, Jozua 15:294Eltolad, Betoel, Chorma,stylusJozua 15:30, Richteren 1:17, Jozua 15:30, Richteren 1:175Sikelag, Bet-Hammarkabot, Chasar-Soesa,stylus1 Samuël 30:1, 1 Samuël 27:6, Jozua 15:31, 1 Kronieken 4:31, 1 Samuël 30:16Bet-Lebaot en Sjaroechen; dertien steden met haar dorpen.stylusJozua 15:32, Jozua 15:327En-Rimmon, Tóken, Éter en Asjan; vier steden met haar dorpen.stylusJozua 15:42, Jozua 15:42, 1 Kronieken 4:32, Numeri 33:19, Numeri 33:208Ook alle dorpen rondom deze steden, tot Baälat-Beër, het Rama van de Négeb. Dit was het erfdeel van de families van de stam der Simeonieten.stylus1 Kronieken 4:33, 1 Kronieken 4:33, 1 Samuël 30:27, 1 Samuël 30:279Het aandeel der Simeonieten werd van het stuk der Judeërs genomen; want het stuk der Judeërs was voor hen te groot; daarom kregen de Simeonieten een erfdeel in het hunne.stylus2 Korintiërs 8:14, 2 Korintiërs 8:15, 2 Korintiërs 8:14, 2 Korintiërs 8:15, Exodus 16:1810Het derde lot viel voor de families der Zabulonieten. De grens van hun erfdeel reikte tot Sarid.stylusJozua 18:11, Jozua 18:6, Genesis 49:13, Deuteronomium 33:18, Deuteronomium 33:1911Ze liep in westelijke richting op naar Marala, raakte Dabbésjet en vervolgens de rivier tegenover Jokneam.stylusJozua 12:22, Jozua 12:22, 1 Kronieken 6:68, 1 Koningen 4:12, 1 Kronieken 6:6812Van Sarid liep ze oostwaarts terug naar het gebied van Kislot-Tabor, kwam uit bij Daberat, en ging verder opwaarts naar Jafia.stylusJozua 21:28, Richteren 4:6, Richteren 4:12, Jozua 19:22, Psalmen 89:1213Vandaar liep ze oostwaarts over Gat-Chéfer naar Et-Kasin, en kwam uit bij Rimmon. Dan boog ze om naar Nea,stylus2 Koningen 14:25, 2 Koningen 14:2514liep langs het noorden daaromheen naar Channaton, om te eindigen in het dal van Jiftach-El.stylus15Kattat, Nahalal, Sjimron, Jidala en Betlehem; twaalf steden met haar dorpen.stylusJozua 11:1, Jozua 11:1, 2 Samuël 23:15, 2 Kronieken 11:6, Richteren 1:3016Deze steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families der Zabulonieten.stylus17Het vierde lot viel voor Issakar, voor de families der Issakarieten.stylus18Hun gebied omvatte: Jizreël, Kesoellot, Sjoenem,stylus1 Samuël 28:4, 1 Samuël 28:4, 2 Koningen 4:8, 2 Koningen 4:8, 1 Koningen 21:1519Chafaráim, Sjion, Anacharat,stylus20Rabbit, Kisjjon, Ébes,stylus21Rémet, En-Gannim, En-Chadda en Bet-Passes.stylusJozua 21:29, Jozua 21:2922De grens raakte Tabor, Sjachasima en Bet-Sjémesj, en eindigde bij de Jordaan; zestien steden met haar dorpen.stylusRichteren 4:6, Richteren 4:6, 2 Koningen 14:11, 2 Koningen 14:13, 1 Kronieken 6:7723Die steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families van de stam der Issakarieten.stylus24Het vijfde lot viel voor de families van de stam der Aserieten.stylusLucas 2:26, Lucas 2:38, Lucas 2:26, Lucas 2:3825Hun grens liep over Chelkat, Chali, Béten, Aksjaf,stylusJozua 11:1, Jozua 12:20, 2 Samuël 2:16, Jozua 11:1, Jozua 12:2026Alammélek, Amad, Misjal, en raakte in het westen de Karmel en de stroom Libnat.stylus1 Koningen 18:42, Hooglied 7:5, 1 Koningen 18:20, Jesaja 33:9, 1 Koningen 18:4227Dan liep ze terug in oostelijke richting naar Bet-Dagon, raakte Zabulon en het dal van Jiftach-El in het noorden, ging verder naar Bet-Haémek en Neïél, en kwam ten noorden van Kaboel uit.stylus1 Koningen 9:13, 1 Koningen 9:13, 1 Samuël 5:2, 1 Samuël 5:228Vervolgens liep ze naar Ebron, Rechob, Chammon en Kana, tot Groot-Sidon.stylusRichteren 1:31, Richteren 1:31, Jozua 11:8, Jozua 11:8, Johannes 2:1129Daarna liep de grens terug tot Rama en tot de versterkte stad Tyrus, en verder naar Chosa, om te eindigen aan de zee, aan de kust bij Akziba.stylusRichteren 1:31, Richteren 1:31, 2 Samuël 5:11, 2 Samuël 5:11, Ezechiël 26:130Ook Oemma, Afek en Rechob behoorden er toe; twee en twintig steden met haar dorpen.stylus1 Koningen 20:30, Jozua 19:28, Jozua 21:31, Numeri 13:11, Jozua 12:1831Deze steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families van de stam der Aserieten.stylusDeuteronomium 33:24, Deuteronomium 33:25, Genesis 49:20, Deuteronomium 33:24, Deuteronomium 33:2532Het zesde lot viel voor de Neftalieten, voor de families der Neftalieten.stylus33Hun grens liep van Chélef, van de eik van Saänannim, en over Adami-Hannékeb en Jabneël tot Lakkoem, en eindigde bij de Jordaan.stylusRichteren 4:11, Richteren 4:1134Dan liep ze in westelijke richting terug naar Aznot-Yabor, en kwam vandaar bij Choekkok uit. Ze raakte aan Zabulon in het zuiden, aan Aser in het westen, en aan de Jordaan in het oosten.stylusDeuteronomium 33:23, Deuteronomium 33:23, Jozua 19:22, Jozua 19:12, Jozua 19:2235Versterkte steden waren: Hassiddim, Ser, Chammat, Rakkat, Gennezaret,stylusJozua 11:2, Jozua 11:2, 1 Koningen 8:65, Genesis 10:18, 1 Koningen 8:6536Adama, Rama, Chasor,stylusJozua 11:1, Jozua 11:1, Jozua 11:20, Jozua 12:19, Jozua 11:2037Kédesj, Edréi, En-Chasor,stylusJozua 20:7, Jozua 12:22, Jozua 20:7, Jozua 12:2238Jiron, Migdal-El, Chorem, Bet-Anat en Bet-Sjémesj; negentien steden met haar dorpen.stylus39Deze steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families van de stam der Neftalieten.stylus40Het zevende lot viel voor de families van de stam der Danieten.stylus41De grens van hun erfdeel liep over Sora, Esjtaol, Ir-Sjémesj,stylusRichteren 13:25, 1 Kronieken 2:53, Richteren 16:31, Richteren 13:2, Jozua 15:3342Sjaälabbin, Ajjalon, Jitla,stylusRichteren 1:35, Richteren 1:35, Jozua 21:24, 1 Samuël 14:31, Jozua 10:1243Elon, Timnata, Ekron,stylusGenesis 38:12, Genesis 38:12, 1 Samuël 5:10, Jozua 15:45, Richteren 14:144Elteke, Gibton, Baälat, Jehoed,stylusJozua 21:23, 1 Koningen 16:15, 1 Koningen 15:27, 1 Koningen 9:18, Jozua 21:2345Bene-Berak, Gat-Rimmon,stylusJozua 21:24, Jozua 21:2446Me-Hajjarkon en Harakkon, met inbegrip van het gebied tegenover Joppe.stylus2 Kronieken 2:16, Handelingen 9:36, Handelingen 9:43, Handelingen 10:8, Jona 1:347Maar toen het gebied der Danieten te eng voor hen werd, trokken ze op, vielen Lésjem aan, namen het in, en joegen het over de kling. Ze namen het in bezit, gingen er wonen, en gaven aan Lésjem de naam Dan, zoals hun vader heette.stylusRichteren 1:34, Richteren 1:35, Richteren 1:34, Richteren 1:35, Richteren 18:148Deze steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families van de stam der Danieten.stylus49Toen de Israëlieten de verschillende gebieden van het land als erfdeel hadden verdeeld, bepaalden zij in hun midden een erfdeel voor Josuë, den zoon van Noen.stylusEzechiël 45:7, Ezechiël 45:8, Ezechiël 45:7, Ezechiël 45:850Op Jahweh’s bevel gaven ze hem de stad, waarom hij verzocht had, Timnat-Sérach in het bergland van Efraïm. Hij versterkte die stad, en vestigde er zich.stylusJozua 24:30, Jozua 24:30, Richteren 2:9, Richteren 2:9, 1 Kronieken 7:2451Dit zijn dan de erfdelen, die de priester Elazar en Josuë, de zoon van Noen, met de familiehoofden aan de stammen der Israëlieten door het lot hebben toegewezen te Sjilo voor het aanschijn van Jahweh, aan de ingang van de openbaringstent. En zo kwamen ze gereed met de verdeling van het land.stylusJozua 14:1, Jozua 18:10, Jozua 14:1, Jozua 18:10, Jozua 18:1