1Daarna werd door het lot een deel aan Manasse toegewezen; hij was Josefs eerstgeborene. Makir, de eerstgeborene van Manasse, de vader van Gilad, kreeg Gilad en Basjan, daar hij een krijgshaftig man was.stylusGenesis 41:51, Numeri 26:29, Genesis 41:51, Numeri 26:29, Genesis 50:232Maar ook de families van de overige zonen van Manasse kregen hun deel. Het waren de nakomelingen van Abiézer: de zonen van Chélek, Asriël, Sjékem, Chéfer en Sjemida; dit zijn de mannelijke nakomelingen van Manasse, den zoon van Josef, naar hun families.stylus1 Kronieken 7:18, Numeri 26:29, Numeri 26:32, 1 Kronieken 7:18, Numeri 26:293Selofchad echter, de zoon van Chéfer, zoon van Gilad, zoon van Makir, den zoon van Manasse, had geen zonen maar alleen dochters; ze heetten Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa.stylusNumeri 26:33, Numeri 27:1, Numeri 26:33, Numeri 27:1, Numeri 36:24Dezen verschenen voor den priester Elazar, voor Josuë, den zoon van Noen, en voor de overheden, en zeiden: Jahweh heeft Moses bevolen, ons een erfdeel te geven onder onze broeders. En men gaf haar naar Jahweh’s voorschrift een erfdeel te midden van de broeders van haar vader.stylusGalaten 3:28, Numeri 27:5, Numeri 27:7, Jozua 14:1, Galaten 3:285Zo verviel het aandeel van Manasse in tien stukken, behalve nog Gilad en Basjan in het Overjordaanse;stylusJozua 17:14, Numeri 32:30, Numeri 32:42, Jozua 13:29, Jozua 13:316want ook de dochters van Manasse kregen een erfdeel te midden van zijn zonen. Het land Gilad kwam aan de overige zonen van Manasse.stylus7De grens van Manasse liep van Asjer naar Mikmetat, dat oostelijk van Sikem ligt, en verder zuidwaarts naar de bewoners van En-Tappóeach.stylusJozua 21:21, Jozua 21:21, Genesis 34:2, 1 Kronieken 6:67, Jozua 16:68Het land Tappóeach behoorde aan Manasse, maar Tappóeach zelf, op de grens van Manasse, was van de Efraïmieten.stylusJozua 16:8, Jozua 16:8, Jozua 15:34, Jozua 12:17, Jozua 15:539Vervolgens daalde de grens naar de beek Kana af, zuidelijk van de beek. Genoemde steden hoorden bij Efraïm, ofschoon ze midden tussen die van Manasse lagen. De grens van Manasse liep verder ten noorden van de beek, en eindigde bij de zee.stylusJozua 16:8, Jozua 16:9, Jozua 19:29, Jozua 16:3, Jozua 16:810Het zuidelijk deel behoorde dus aan Efraïm, het noordelijk aan Manasse; de zee was hun grens. In het noorden raakten ze aan Aser, in het oosten aan Issakar.stylus11In Issakar en Aser behoorden bovendien tot Manasse: Bet-Sjean, Jibleam en de bewoners van Dor met onderhorige plaatsen; verder de bewoners van En-Dor, van Taänak, van Megiddo met onderhorige plaatsen: drie heuvelstreken.stylus1 Kronieken 7:29, 1 Kronieken 7:29, Richteren 5:19, Richteren 1:27, 2 Koningen 9:2712De kinderen van Manasse konden die steden echter niet veroveren, zodat de Kanaänieten rustig in dit land bleven wonen.stylusExodus 23:29, Exodus 23:33, Richteren 1:27, Richteren 1:28, Exodus 23:2913Eerst toen de Israëlieten machtig geworden waren, maakten ze de Kanaänieten dienstplichtig; maar verdreven hebben ze hen niet.stylusJozua 16:10, Jozua 16:10, Filippenzen 4:13, Filippenzen 4:13, 2 Samuël 3:114Maar nu spraken de zonen van Josef tot Josuë: Waarom hebt gij mij tenslotte slechts één lot en één deel tot erfbezit gegeven, terwijl ik toch een zo talrijk volk ben, daar Jahweh mij tot dusver heeft gezegend?stylusGenesis 48:19, Genesis 48:22, Numeri 26:34, Numeri 26:37, Genesis 48:1915Josuë antwoordde hun: Als ge zulk een talrijk volk zijt, trekt dan zelf op naar het bosgebied in het land der Perizzieten en Refaieten, en ontgint het, wanneer het bergland van Efraïm te eng voor u is.stylusGenesis 14:5, Genesis 13:7, Genesis 14:5, Genesis 13:7, Ezra 9:116Maar de zonen van Josef zeiden: Het bergland is zeker niet voldoende voor ons; maar al de Kanaänieten, die in de vlakte wonen, hebben ijzeren strijdwagens, zowel die in Bet-Sjean met zijn onderhorige plaatsen wonen, als die in de vlakte van Jizreël.stylusRichteren 4:3, 1 Koningen 4:12, Richteren 1:19, Richteren 4:3, 1 Koningen 4:1217Toen sprak Josuë tot het huis van Josef, tot Efraïm en Manasse: Gij zijt een talrijk volk en beschikt over grote kracht; ge zult niet slechts één lot hebben.stylus18Want niet alleen het bergland zal u toebehoren, maar ook het bosgebied met zijn bronnen, dat ge kunt ontginnen. Waarachtig, ge zult de Kanaänieten uitdrijven, ook al hebben ze ijzeren wagens, en al zijn ze nog zo sterk.stylusHebreeën 13:6, Hebreeën 13:6, Romeinen 8:31, Romeinen 8:31, Numeri 14:6