1Wat door het lot aan de families van de stam der Judeërs werd toegewezen, strekte zich uit tot het gebied van Edom, van de woestijn Sin af tot Kadesj in het zuiden.stylusNumeri 26:55, Numeri 26:56, Numeri 26:55, Numeri 26:56, Ezechiël 47:192Hun zuidelijke grens begon onderaan de Zoutzee, van de baai af, die zuidwaarts loopt;stylusGenesis 14:3, Ezechiël 47:8, Jesaja 11:15, Genesis 14:3, Ezechiël 47:83zij boog ten zuiden van het hoge Akrabbim af, liep dan over Sin, en steeg naar het zuiden van Kadesj-Barnéa; vervolgens liep ze over Chasar-Addar, en met een bocht naar Karka;stylusNumeri 34:4, Numeri 34:4, Richteren 1:36, Richteren 1:36, Numeri 32:84verder ging ze naar Asmon, om uit te komen aan de beek van Egypte, zodat de grens uitliep op de zee. Dit was dus hun zuidelijke grens.stylusNumeri 34:5, Numeri 34:5, Jozua 13:3, Jozua 13:3, Genesis 15:185De oostelijke grens was de Zoutzee tot aan de monding van de Jordaan. De noordelijke grens begon bij de baai aan de uitmonding van de Jordaan;stylusNumeri 34:12, Numeri 34:12, Numeri 34:10, Jozua 18:15, Jozua 18:196ze steeg naar Bet-Chogla, liep ten noorden van Bet-Haäraba, naar de steen van Bóhan, den zoon van Ruben,stylusJozua 18:17, Jozua 18:17, Jozua 18:19, Jozua 18:21, Jozua 18:197en vervolgens naar Debir, op enige afstand van de vallei van Akor; daarna boog ze noordwaarts naar Gilgal af, tegenover de pas van Adoemmim ten zuiden van de beek, en verder naar de wateren van En-Sjémesj, tot ze uitkwam bij En-Rogel.stylus1 Koningen 1:9, 2 Samuël 17:17, 1 Koningen 1:9, 2 Samuël 17:17, Jozua 7:268Daarna steeg de grens door het Ben-Hinnomdal naar de zuidelijke bergrug der Jeboesieten, waar Jerusalem lag; verder steeg ze naar de top van de berg, die westelijk tegenover het Hinnomdal ligt, dat zich aan het noordelijk uiteinde van de vallei der Refaieten bevindt.stylusJozua 18:16, Jozua 18:16, Jozua 15:63, Jozua 15:63, Jozua 18:289Van de top van de berg keerde de grens zich naar de bron van de wateren van Neftóach, kwam uit bij de steden van het Efrongebergte, en boog daarna om naar Baäla, ook Kirjat-Jearim geheten.stylus1 Kronieken 13:6, 1 Kronieken 13:6, Jozua 18:15, Jozua 18:15, Richteren 18:1210Vervolgens liep de grens van Baäla met een bocht westwaarts naar het Seïrgebergte, en verder over de bergrug van Jearim naar het noorden, waar Kesalon lag. Daarna daalde ze af naar Bet-Sjémesj en verder naar Timna,stylusRichteren 14:1, Richteren 14:1, Genesis 38:12, Genesis 38:13, Jozua 15:5711tot het noorden van de bergrug van Ekron; dan boog ze naar Sjikkeron af, liep door over de berg Baäla, en kwam uit bij Jabneël, zodat de grens aan de zee eindigde.stylus2 Koningen 1:16, 1 Samuël 7:14, 1 Samuël 5:10, Jozua 15:45, 2 Koningen 1:212De westelijke grens was de Grote Zee met haar kust. Dit zijn dan naar alle zijden de grenzen van de families der Judeërs.stylusEzechiël 47:20, Numeri 34:6, Numeri 34:7, Jozua 15:47, Ezechiël 47:2013Volgens Jahweh’s opdracht gaf Josuë aan Kaleb, den zoon van Jefoenne, een aandeel midden onder de Judeërs, namelijk Kirjat-Arba of Hebron; deze Arba was de vader van Anak.stylusNumeri 14:23, Numeri 14:24, Jozua 14:6, Jozua 14:15, Deuteronomium 1:3414Daaruit verdreef Kaleb de drie Anaks-kinderen Sjesjai, Achiman en Talmai, de zonen van Anak.stylusRichteren 1:20, Richteren 1:10, Richteren 1:20, Richteren 1:10, Jozua 11:2115Vandaar trok hij op tegen de bevolking van Debir; Debir werd vroeger Kirjat-Séfer genoemd.stylusJozua 10:38, Jozua 10:38, Jozua 10:3, Richteren 1:11, Richteren 1:1316Toen zei Kaleb: Wie Kirjat-Séfer aanvalt en inneemt, geef ik mijn dochter Aksa tot vrouw.stylusRichteren 1:12, Richteren 1:13, Richteren 1:12, Richteren 1:13, Richteren 1:617Otniël, de zoon van Kenaz, de broer van Kaleb, nam het in; en deze gaf hem dus zijn dochter Aksa tot vrouw.stylusRichteren 3:9, Richteren 1:13, Richteren 3:9, Richteren 1:13, Jozua 14:618Maar toen zij aankwam, spoorde hij haar aan, haar vader akkerland te vragen. Ze boog zich dus van den ezel neer, zodat Kaleb haar vroeg: Wat is er?stylusGenesis 24:64, 1 Samuël 25:23, Genesis 24:64, 1 Samuël 25:2319Ze zeide: Schenk mij een gift; nu ge mij eenmaal voor de Négeb bestemd hebt, moet ge mij ook waterbronnen geven. En hij gaf haar bronnen in het hoogland en laagland.stylusRichteren 1:14, Richteren 1:15, Richteren 1:14, Richteren 1:15, Genesis 33:1120Dit was het erfdeel der families van de stam der Judeërs.stylusGenesis 49:8, Genesis 49:12, Deuteronomium 33:7, Genesis 49:8, Genesis 49:1221De verst afgelegen steden van de stam der Judeërs in de Négeb, tegen het gebied van Edom aan, waren Kabseël, Eder, Jagoer,stylusGenesis 35:21, Genesis 35:21, Nehemia 11:25, Nehemia 11:2522Kina, Dimona, Adada,stylus23Kédesj, Chasor, Jitnan,stylusDeuteronomium 1:19, Numeri 33:37, Jozua 12:22, Deuteronomium 1:19, Numeri 33:3724Zif, Télem, Bealot,stylus1 Samuël 23:14, 1 Samuël 23:14, 1 Samuël 23:24, 1 Samuël 23:19, 1 Samuël 23:2425Chasor-Chadatta, Keri-jot-Chesron, dat is Chasor,stylus26Amam, Sjema, Molada,stylus1 Kronieken 4:28, 1 Kronieken 4:2827Chasar-Gadda, Chesjmon, Bet-Pélet,stylusNehemia 11:26, Nehemia 11:2628Chasar-Sjoeal, Beër-Sjéba en onderhorige plaatsen;stylusGenesis 26:33, Genesis 26:33, Genesis 21:31, Genesis 21:33, 1 Kronieken 4:2829Baäla, Ijjim, Esem,stylusJozua 15:9, Jozua 15:11, Jozua 19:3, 1 Kronieken 4:29, Jozua 15:930Eltolad, Kesil, Chorma,stylusJozua 19:4, Jozua 19:4, Numeri 14:45, Richteren 1:17, Deuteronomium 1:4431Sikelag, Madmanna, Sansanna,stylus1 Samuël 27:6, 1 Samuël 27:6, 1 Samuël 30:1, 1 Samuël 30:1, 1 Kronieken 12:132Lebaot, Sjilchim en En-Rimmon; in het geheel negen en twintig steden met haar dorpen.stylusNehemia 11:29, Numeri 34:11, Nehemia 11:29, Numeri 34:1133In de Sjefela: Esjtaol, Sora, Asjna,stylusRichteren 13:25, Richteren 16:31, Richteren 13:25, Richteren 16:31, Numeri 13:2334Zanóach, En-Gannim, Tappóeach, Enam,stylusJozua 12:17, Jozua 15:53, Jozua 12:17, Jozua 15:5335Jarmoet, Adoellam, Soko, Azeka,stylus1 Samuël 22:1, 1 Samuël 17:1, 1 Samuël 22:1, 1 Samuël 17:1, Jozua 10:336Sjaäráim, Aditáim, Gedera en Gederotáim; veertien steden met haar dorpen.stylus1 Samuël 17:52, 1 Samuël 17:5237Senan, Chadasja, Migdal-Gad,stylus38Dilan, Mispe, Jokteël,stylus2 Koningen 14:7, 2 Koningen 14:7, Richteren 21:5, 1 Samuël 7:16, Genesis 31:4839Lakisj, Boskat, Eglon,stylusJozua 10:3, Jozua 10:3, 2 Koningen 22:1, Jozua 10:31, Jozua 10:3240Kabbon, Lachmas, Kitlisj,stylus41Gederot, Bet-Dagon, Naäma en Makkeda; zestien steden met haar dorpen.stylusJozua 10:21, Jozua 10:21, Jozua 10:28, Jozua 12:16, Jozua 10:1042Libna, Éter, Asjan,stylusJozua 10:29, Jozua 10:29, 2 Koningen 8:22, Jozua 12:15, Jozua 19:743Jiftach, Asjna, Nesib,stylus44Keïla, Akzib en Maresja; negen steden met haar dorpen.stylusMicha 1:14, Micha 1:15, 1 Samuël 23:1, 1 Samuël 23:14, Genesis 38:545Ekron met onderhorige plaatsen en dorpen.stylusJozua 13:3, Jozua 13:3, Sefanja 2:4, Zacharia 9:5, Zacharia 9:746Van Ekron af naar de zee alle plaatsen met haar dorpen, terzijde van Asjdod;stylus2 Kronieken 26:6, Amos 1:8, 1 Samuël 5:1, Nehemia 13:23, Nehemia 13:2447Asjdod en Gaza met beider onderhorige plaatsen en dorpen, tot aan de beek van Egypte; de Grote Zee en de kuststreek waren hier de grens.stylusJozua 15:4, Jozua 15:4, Numeri 34:5, Numeri 34:6, Handelingen 8:2648In het bergland: Sjamir, Jattir, Soko,stylusJozua 21:14, Jozua 21:1449Danna, Kirjat-Sanna, ook Debir geheten;stylusJozua 15:15, Jozua 15:15, Richteren 1:11, Richteren 1:1150Anab, Esjtemo, Anim,stylus51Gósjen, Cholon en Gilo; elf steden met haar dorpen.stylusJozua 11:16, Jozua 10:41, Jozua 11:16, Jozua 10:41, 2 Samuël 15:1252Arab, Doema, Esjan,stylusJesaja 21:11, Jesaja 21:1153Janim, Bet-Tappóeach, Afeka,stylus54Choemta, Kirjat-Arba, ook Hebron geheten, en Sior; negen steden met haar dorpen.stylusJozua 15:13, Jozua 15:13, Genesis 23:2, Jozua 14:15, Genesis 23:255Maon, Karmel, Zif, Joetta,stylusJozua 15:24, 1 Samuël 25:2, 1 Samuël 23:25, Jozua 15:24, 1 Samuël 25:256Jizreël, Jokdeam, Zanóeach,stylus57Hakkájin, Giba en Timna; tien steden met haar dorpen.stylusJozua 15:10, Jozua 15:10, Jeremia 14:1, Genesis 38:12, Jeremia 14:158Chalchoel, Bet-Soer, Gedor.stylus1 Kronieken 4:39, 1 Kronieken 4:3959Maärat, Bet-Anot, Eltekon; zes steden met haar dorpen. Tekóa, Efráta of Betlehem, Peor, Etam, Kolan, Tetam, Sores, Kérem, Gallim, Béter en Menocho; elf steden met haar dorpen.stylus60Kirjat-Báal, ook Kirjat-Jearim geheten, en Harabba; twee steden met haar dorpen.stylusJozua 18:14, Jozua 18:14, 1 Samuël 7:1, 1 Samuël 7:161In de woestijn: Bet-Haäraba, Middin, Sekaka,stylusJozua 15:6, Jozua 15:6, Jozua 18:18, Jozua 18:1862Nibsjan, Ir-Hammélach en En-Gédi; zes steden met haar dorpen.stylus1 Samuël 23:29, 1 Samuël 23:29, 2 Kronieken 20:2, 2 Kronieken 20:263Wat de Jeboesieten betreft, die in Jerusalem woonden, hen konden de Judeërs niet uitdrijven, zodat de Jeboesieten tezamen met de Judeërs in Jerusalem wonen tot op de huidige dag.stylusRichteren 1:21, Richteren 1:8, Richteren 1:21, Richteren 1:8, 2 Samuël 5:6