Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Jozua Hoofdstuk 15

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
JOZUA

Jozua 15

1Wat door het lot aan de families van de stam der Judeërs werd toegewezen, strekte zich uit tot het gebied van Edom, van de woestijn Sin af tot Kadesj in het zuiden.
Numeri 26:55, Numeri 26:56, Numeri 26:55, Numeri 26:56, Ezechiël 47:19
2Hun zuidelijke grens begon onderaan de Zoutzee, van de baai af, die zuidwaarts loopt;
Genesis 14:3, Ezechiël 47:8, Jesaja 11:15, Genesis 14:3, Ezechiël 47:8
3zij boog ten zuiden van het hoge Akrabbim af, liep dan over Sin, en steeg naar het zuiden van Kadesj-Barnéa; vervolgens liep ze over Chasar-Addar, en met een bocht naar Karka;
Numeri 34:4, Numeri 34:4, Richteren 1:36, Richteren 1:36, Numeri 32:8
4verder ging ze naar Asmon, om uit te komen aan de beek van Egypte, zodat de grens uitliep op de zee. Dit was dus hun zuidelijke grens.
Numeri 34:5, Numeri 34:5, Jozua 13:3, Jozua 13:3, Genesis 15:18
5De oostelijke grens was de Zoutzee tot aan de monding van de Jordaan. De noordelijke grens begon bij de baai aan de uitmonding van de Jordaan;
Numeri 34:12, Numeri 34:12, Numeri 34:10, Jozua 18:15, Jozua 18:19
6ze steeg naar Bet-Chogla, liep ten noorden van Bet-Haäraba, naar de steen van Bóhan, den zoon van Ruben,
Jozua 18:17, Jozua 18:17, Jozua 18:19, Jozua 18:21, Jozua 18:19
7en vervolgens naar Debir, op enige afstand van de vallei van Akor; daarna boog ze noordwaarts naar Gilgal af, tegenover de pas van Adoemmim ten zuiden van de beek, en verder naar de wateren van En-Sjémesj, tot ze uitkwam bij En-Rogel.
1 Koningen 1:9, 2 Samuël 17:17, 1 Koningen 1:9, 2 Samuël 17:17, Jozua 7:26
8Daarna steeg de grens door het Ben-Hinnomdal naar de zuidelijke bergrug der Jeboesieten, waar Jerusalem lag; verder steeg ze naar de top van de berg, die westelijk tegenover het Hinnomdal ligt, dat zich aan het noordelijk uiteinde van de vallei der Refaieten bevindt.
Jozua 18:16, Jozua 18:16, Jozua 15:63, Jozua 15:63, Jozua 18:28
9Van de top van de berg keerde de grens zich naar de bron van de wateren van Neftóach, kwam uit bij de steden van het Efrongebergte, en boog daarna om naar Baäla, ook Kirjat-Jearim geheten.
1 Kronieken 13:6, 1 Kronieken 13:6, Jozua 18:15, Jozua 18:15, Richteren 18:12
10Vervolgens liep de grens van Baäla met een bocht westwaarts naar het Seïrgebergte, en verder over de bergrug van Jearim naar het noorden, waar Kesalon lag. Daarna daalde ze af naar Bet-Sjémesj en verder naar Timna,
Richteren 14:1, Richteren 14:1, Genesis 38:12, Genesis 38:13, Jozua 15:57
11tot het noorden van de bergrug van Ekron; dan boog ze naar Sjikkeron af, liep door over de berg Baäla, en kwam uit bij Jabneël, zodat de grens aan de zee eindigde.
2 Koningen 1:16, 1 Samuël 7:14, 1 Samuël 5:10, Jozua 15:45, 2 Koningen 1:2
12De westelijke grens was de Grote Zee met haar kust. Dit zijn dan naar alle zijden de grenzen van de families der Judeërs.
Ezechiël 47:20, Numeri 34:6, Numeri 34:7, Jozua 15:47, Ezechiël 47:20
13Volgens Jahweh’s opdracht gaf Josuë aan Kaleb, den zoon van Jefoenne, een aandeel midden onder de Judeërs, namelijk Kirjat-Arba of Hebron; deze Arba was de vader van Anak.
Numeri 14:23, Numeri 14:24, Jozua 14:6, Jozua 14:15, Deuteronomium 1:34
14Daaruit verdreef Kaleb de drie Anaks-kinderen Sjesjai, Achiman en Talmai, de zonen van Anak.
Richteren 1:20, Richteren 1:10, Richteren 1:20, Richteren 1:10, Jozua 11:21
15Vandaar trok hij op tegen de bevolking van Debir; Debir werd vroeger Kirjat-Séfer genoemd.
Jozua 10:38, Jozua 10:38, Jozua 10:3, Richteren 1:11, Richteren 1:13
16Toen zei Kaleb: Wie Kirjat-Séfer aanvalt en inneemt, geef ik mijn dochter Aksa tot vrouw.
Richteren 1:12, Richteren 1:13, Richteren 1:12, Richteren 1:13, Richteren 1:6
17Otniël, de zoon van Kenaz, de broer van Kaleb, nam het in; en deze gaf hem dus zijn dochter Aksa tot vrouw.
Richteren 3:9, Richteren 1:13, Richteren 3:9, Richteren 1:13, Jozua 14:6
18Maar toen zij aankwam, spoorde hij haar aan, haar vader akkerland te vragen. Ze boog zich dus van den ezel neer, zodat Kaleb haar vroeg: Wat is er?
Genesis 24:64, 1 Samuël 25:23, Genesis 24:64, 1 Samuël 25:23
19Ze zeide: Schenk mij een gift; nu ge mij eenmaal voor de Négeb bestemd hebt, moet ge mij ook waterbronnen geven. En hij gaf haar bronnen in het hoogland en laagland.
Richteren 1:14, Richteren 1:15, Richteren 1:14, Richteren 1:15, Genesis 33:11
20Dit was het erfdeel der families van de stam der Judeërs.
Genesis 49:8, Genesis 49:12, Deuteronomium 33:7, Genesis 49:8, Genesis 49:12
21De verst afgelegen steden van de stam der Judeërs in de Négeb, tegen het gebied van Edom aan, waren Kabseël, Eder, Jagoer,
Genesis 35:21, Genesis 35:21, Nehemia 11:25, Nehemia 11:25
22Kina, Dimona, Adada,
23Kédesj, Chasor, Jitnan,
Deuteronomium 1:19, Numeri 33:37, Jozua 12:22, Deuteronomium 1:19, Numeri 33:37
24Zif, Télem, Bealot,
1 Samuël 23:14, 1 Samuël 23:14, 1 Samuël 23:24, 1 Samuël 23:19, 1 Samuël 23:24
25Chasor-Chadatta, Keri-jot-Chesron, dat is Chasor,
26Amam, Sjema, Molada,
1 Kronieken 4:28, 1 Kronieken 4:28
27Chasar-Gadda, Chesjmon, Bet-Pélet,
Nehemia 11:26, Nehemia 11:26
28Chasar-Sjoeal, Beër-Sjéba en onderhorige plaatsen;
Genesis 26:33, Genesis 26:33, Genesis 21:31, Genesis 21:33, 1 Kronieken 4:28
29Baäla, Ijjim, Esem,
Jozua 15:9, Jozua 15:11, Jozua 19:3, 1 Kronieken 4:29, Jozua 15:9
30Eltolad, Kesil, Chorma,
Jozua 19:4, Jozua 19:4, Numeri 14:45, Richteren 1:17, Deuteronomium 1:44
31Sikelag, Madmanna, Sansanna,
1 Samuël 27:6, 1 Samuël 27:6, 1 Samuël 30:1, 1 Samuël 30:1, 1 Kronieken 12:1
32Lebaot, Sjilchim en En-Rimmon; in het geheel negen en twintig steden met haar dorpen.
Nehemia 11:29, Numeri 34:11, Nehemia 11:29, Numeri 34:11
33In de Sjefela: Esjtaol, Sora, Asjna,
Richteren 13:25, Richteren 16:31, Richteren 13:25, Richteren 16:31, Numeri 13:23
34Zanóach, En-Gannim, Tappóeach, Enam,
Jozua 12:17, Jozua 15:53, Jozua 12:17, Jozua 15:53
35Jarmoet, Adoellam, Soko, Azeka,
1 Samuël 22:1, 1 Samuël 17:1, 1 Samuël 22:1, 1 Samuël 17:1, Jozua 10:3
36Sjaäráim, Aditáim, Gedera en Gederotáim; veertien steden met haar dorpen.
1 Samuël 17:52, 1 Samuël 17:52
37Senan, Chadasja, Migdal-Gad,
38Dilan, Mispe, Jokteël,
2 Koningen 14:7, 2 Koningen 14:7, Richteren 21:5, 1 Samuël 7:16, Genesis 31:48
39Lakisj, Boskat, Eglon,
Jozua 10:3, Jozua 10:3, 2 Koningen 22:1, Jozua 10:31, Jozua 10:32
40Kabbon, Lachmas, Kitlisj,
41Gederot, Bet-Dagon, Naäma en Makkeda; zestien steden met haar dorpen.
Jozua 10:21, Jozua 10:21, Jozua 10:28, Jozua 12:16, Jozua 10:10
42Libna, Éter, Asjan,
Jozua 10:29, Jozua 10:29, 2 Koningen 8:22, Jozua 12:15, Jozua 19:7
43Jiftach, Asjna, Nesib,
44Keïla, Akzib en Maresja; negen steden met haar dorpen.
Micha 1:14, Micha 1:15, 1 Samuël 23:1, 1 Samuël 23:14, Genesis 38:5
45Ekron met onderhorige plaatsen en dorpen.
Jozua 13:3, Jozua 13:3, Sefanja 2:4, Zacharia 9:5, Zacharia 9:7
46Van Ekron af naar de zee alle plaatsen met haar dorpen, terzijde van Asjdod;
2 Kronieken 26:6, Amos 1:8, 1 Samuël 5:1, Nehemia 13:23, Nehemia 13:24
47Asjdod en Gaza met beider onderhorige plaatsen en dorpen, tot aan de beek van Egypte; de Grote Zee en de kuststreek waren hier de grens.
Jozua 15:4, Jozua 15:4, Numeri 34:5, Numeri 34:6, Handelingen 8:26
48In het bergland: Sjamir, Jattir, Soko,
Jozua 21:14, Jozua 21:14
49Danna, Kirjat-Sanna, ook Debir geheten;
Jozua 15:15, Jozua 15:15, Richteren 1:11, Richteren 1:11
50Anab, Esjtemo, Anim,
51Gósjen, Cholon en Gilo; elf steden met haar dorpen.
Jozua 11:16, Jozua 10:41, Jozua 11:16, Jozua 10:41, 2 Samuël 15:12
52Arab, Doema, Esjan,
Jesaja 21:11, Jesaja 21:11
53Janim, Bet-Tappóeach, Afeka,
54Choemta, Kirjat-Arba, ook Hebron geheten, en Sior; negen steden met haar dorpen.
Jozua 15:13, Jozua 15:13, Genesis 23:2, Jozua 14:15, Genesis 23:2
55Maon, Karmel, Zif, Joetta,
Jozua 15:24, 1 Samuël 25:2, 1 Samuël 23:25, Jozua 15:24, 1 Samuël 25:2
56Jizreël, Jokdeam, Zanóeach,
57Hakkájin, Giba en Timna; tien steden met haar dorpen.
Jozua 15:10, Jozua 15:10, Jeremia 14:1, Genesis 38:12, Jeremia 14:1
58Chalchoel, Bet-Soer, Gedor.
1 Kronieken 4:39, 1 Kronieken 4:39
59Maärat, Bet-Anot, Eltekon; zes steden met haar dorpen. Tekóa, Efráta of Betlehem, Peor, Etam, Kolan, Tetam, Sores, Kérem, Gallim, Béter en Menocho; elf steden met haar dorpen.
60Kirjat-Báal, ook Kirjat-Jearim geheten, en Harabba; twee steden met haar dorpen.
Jozua 18:14, Jozua 18:14, 1 Samuël 7:1, 1 Samuël 7:1
61In de woestijn: Bet-Haäraba, Middin, Sekaka,
Jozua 15:6, Jozua 15:6, Jozua 18:18, Jozua 18:18
62Nibsjan, Ir-Hammélach en En-Gédi; zes steden met haar dorpen.
1 Samuël 23:29, 1 Samuël 23:29, 2 Kronieken 20:2, 2 Kronieken 20:2
63Wat de Jeboesieten betreft, die in Jerusalem woonden, hen konden de Judeërs niet uitdrijven, zodat de Jeboesieten tezamen met de Judeërs in Jerusalem wonen tot op de huidige dag.
Richteren 1:21, Richteren 1:8, Richteren 1:21, Richteren 1:8, 2 Samuël 5:6

Andere Boeken

JozuaRichterenRuth+

Andere Boeken

JozuaHfst. 15
RichterenRuth1 Samuël2 Samuël1 Koningen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward