Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Jozua Hoofdstuk 13

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
JOZUA

Jozua 13

1Toen Josuë een hoge ouderdom had bereikt, sprak Jahweh tot hem: Ge zijt reeds hoogbejaard, en er valt nog een zeer groot deel van het land in bezit te nemen.
Jozua 14:10, Jozua 14:10, Deuteronomium 31:3, Deuteronomium 31:3, Jozua 24:29
2Dit nog overgebleven land omvat: alle gebieden der Filistijnen, met heel het land der Gesjoerieten
Jozua 13:11, Jozua 13:11, Joël 3:4, 1 Samuël 27:8, Richteren 3:1
3van de beek af ten oosten van Egypte tot de noordgrens van Ekron, die tot Kanaän moeten gerekend worden; het land der vijf filistijnse vorsten van Gaza, Asjdod, Asjkelon, Gat en Ekron, met dat der Awwieten
Jeremia 2:18, Richteren 3:3, Deuteronomium 2:23, Jeremia 2:18, Richteren 3:3
4in het zuiden; het hele land der Kanaänieten, van de grot af, die aan de Sidoniërs behoort, tot Afeka en het gebied der Amorieten toe;
Jozua 19:30, Jozua 19:30, Richteren 1:34, Richteren 1:36, 1 Samuël 4:1
5het land der Giblieten met de gehele Libanon in het oosten van Báal-Gad, aan de voet van het Hermongebergte, tot Chamat;
Jozua 12:7, 1 Koningen 5:18, Jozua 12:7, 1 Koningen 5:18, Psalmen 83:7
6heel het land der bergbewoners van de Libanon tot Misrefot in het westen, met dat der Sidoniërs. Ik zal ze wel voor de Israëlieten uitdrijven. Wijs dit land Israël maar vast als erfdeel aan, zoals Ik u bevolen heb,
Jozua 11:8, Jozua 11:8, Richteren 2:21, Richteren 2:23, Jozua 23:13
7en verdeel het tot erfelijk bezit onder de negen stammen en de halve stam van Manasse.
Numeri 33:54, Ezechiël 47:13, Ezechiël 47:23, Numeri 26:53, Numeri 26:56
8De andere halve stam van Manasse ontving met de Rubenieten en Gadieten hun erfdeel, dat Moses hun oostelijk van de Jordaan had geschonken. Zo had Moses, de dienaar van Jahweh, het hun gegeven:
Jozua 12:6, Jozua 12:6, Jozua 22:4, Numeri 32:33, Numeri 32:42
9de streek van Aroër af, aan de oever van de beek Arnon, met de stad halverwege die beek, en de hele vlakte van Medeba tot Dibon;
Numeri 21:30, Jozua 13:16, Numeri 21:30, Jozua 13:16, Jeremia 48:22
10dan alle steden van Sichon, den Amorietenkoning, die in Chesjbon regeerde, tot aan het gebied der Ammonieten;
Numeri 21:24, Numeri 21:26, Numeri 21:24, Numeri 21:26
11vervolgens Gilad, en het land der Gesjoerieten. en Maäkatieten met het gehele Hermongebergte en heel Basjan, tot Salka toe;
1 Kronieken 2:23, Jozua 12:2, Jozua 12:5, Deuteronomium 4:47, Deuteronomium 4:48
12eveneens het hele koninkrijk van Og in Basjan, die te Asjtarot en Edréi regeerde en een der overgeblevenen van de Refaieten was, welke Moses verslagen en verdreven had.
Jozua 12:4, Jozua 12:4, Deuteronomium 3:10, Deuteronomium 3:11, Numeri 21:23
13De Israëlieten hebben echter de Gesjoerieten en Maäkatieten niet kunnen verdrijven, zodat Gesjoer en Maäkat midden in Israël zijn blijven wonen tot op de huidige dag.
Jozua 13:11, Jozua 23:12, Jozua 23:13, Numeri 33:55, Jozua 13:11
14Alleen aan de stam Levi heeft hij geen erfdeel gegeven; Jahweh, Israëls God, moest zijn erfdeel zijn, zoals Jahweh het hem had bevolen.
Numeri 18:20, Numeri 18:24, Numeri 18:20, Numeri 18:24, Jozua 14:3
15Aan de families van de stam der Rubenieten had Moses haar deel toegewezen.
16Zij kregen het gebied van Aroër af, aan de oever van de Arnon, met de stad halverwege die beek, en de gehele vlakte tot Chesjbon,
Jozua 13:9, Jozua 13:9, Jozua 12:2, Jozua 12:2, Deuteronomium 3:12
17met al zijn steden op die vlakte: Dibon, Bamot-Báal, en Bet-Báal-Meon,
Numeri 32:38, Numeri 21:19, Numeri 22:41, Numeri 32:38, Numeri 21:19
18Jáhas, Kedemot en Mefáat,
Numeri 21:23, Numeri 21:23, Jozua 21:36, Jozua 21:37, 1 Kronieken 6:78
19Kirjatáim, Sibma en Séret-Hassjáchar op het gebergte der vallei,
Numeri 32:37, Numeri 32:38, Numeri 32:37, Numeri 32:38
20Bet-Peor met de hellingen van de Pisga en Bet-Hajjesjimot;
Jozua 12:3, Deuteronomium 4:46, Jozua 12:3, Deuteronomium 4:46, Ezechiël 25:9
21vervolgens alle steden der vlakte met het hele rijk van den Amorietenkoning Sichon, die in Chesjbon regeerde, en dien Moses verslagen had met de midjanietische vorsten: Ewi, Rékem, Soer, Choer en Réba, welke als Sichons vazallen dit land bewoonden,
Numeri 31:8, Numeri 31:8, Deuteronomium 3:10, Deuteronomium 3:10, Deuteronomium 2:30
22en tegelijk met den waarzegger Balaäm, den zoon van Beor, door de Israëlieten met het zwaard waren gedood.
Numeri 31:8, Numeri 31:8, Judas 1:11, 2 Petrus 2:15, Openbaring 2:14
23De grens van Ruben was de Jordaanstreek. Dit is het erfdeel van de families der Rubenieten: de steden met de bijbehorende dorpen.
24Ook aan de families van de stam der Gadieten had Moses haar deel toegewezen.
Numeri 32:34, Numeri 32:36, Numeri 32:34, Numeri 32:36
25Zij kregen het gebied van Jazer, met alle steden van Gilad, en het halve land der Ammonieten tot aan Aroër tegenover Rabba;
Deuteronomium 3:11, 2 Samuël 12:26, Numeri 32:35, 2 Samuël 11:1, Deuteronomium 3:11
26vervolgens het gebied van Chesjbon tot Ramat-Hammispe en Betonim, en dat van Machanáim tot aan het gebied van Debir;
2 Samuël 17:27, 2 Samuël 17:27, 2 Samuël 2:8, 2 Samuël 2:8, Jozua 20:8
27verder in de vlakte: Bet-Haram en Bet-Nimra, Soekkot en Safon met de rest van het rijk van Sichon, den koning van Chesjbon, en de Jordaanstreek, ten oosten van de Jordaan tot waar het meer van Gennezaret eindigt.
Genesis 33:17, Numeri 34:11, Numeri 32:36, Genesis 33:17, Numeri 34:11
28Dit is het erfdeel van de families der Gadieten: de steden met haar dorpen.
29Aan de families van de halve stam van Manasse had Moses eveneens haar deel toegewezen.
30Zij kregen heel het gebied van Basjan, van Machanáim af, en het hele rijk van Og, den koning van Basjan; vervolgens alle kampementen van Jaïr in Basjan, zestig steden;
Jozua 13:26, Jozua 13:26, 1 Kronieken 2:21, 1 Kronieken 2:23, Deuteronomium 3:13
31half Gilad met Asjtarot en Edréi, steden van het rijk van Og in Basjan, was voor de families der zonen van Makir, den zoon van Manasse, of liever gezegd van de helft der zonen van Makir.
Jozua 12:4, Jozua 12:4, Numeri 32:39, Numeri 32:40, Numeri 32:39
32Dit zijn de erfdelen, die Moses had toegewezen in de vlakte van Moab, aan de overzijde van de Jordaan, ten oosten van Jericho.
33Maar aan de stam Levi heeft Moses geen erfdeel gegeven; Jahweh, Israëls God, moest hun erfdeel zijn, zoals hij hun had gezegd.
Jozua 18:7, Jozua 18:7, Jozua 13:14, Jozua 13:14, Deuteronomium 18:1

Andere Boeken

JozuaRichterenRuth+

Andere Boeken

JozuaHfst. 13
RichterenRuth1 Samuël2 Samuël1 Koningen
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward