1Trekt door Jerusalems straten, Kijkt rond en ziet uit; Zoekt op zijn pleinen, of ge iemand kunt vinden, Nog één die gerechtigheid wil, En waarachtigheid zoekt: Dan zou Ik het sparen!stylusHosea 9:8, Hosea 9:8, Hosea 6:9, Richteren 4:6, Micha 3:92Maar al zeggen ze: "Bij het leven van Jahweh!" ze zweren vals!stylusHosea 9:15, Hosea 9:15, Jesaja 29:15, Jesaja 29:15, Hosea 6:93Jahweh, Gij wilt toch waarachtigheid zien? Gij hebt ze geslagen, maar ze sidderen niet; Gij hebt ze vernield, maar ze willen niet leren. Ze verharden hun voorhoofd erger nog dan een kei, En weigeren, zich te bekeren.stylusAmos 3:2, Amos 3:2, Ezechiël 23:5, Ezechiël 23:21, Deuteronomium 33:174Ik dacht: Het zijn de kleinen alleen, die zo dwaas zijn, Omdat ze Jahweh’s weg niet kennen, de dienst van hun God;stylusHosea 4:12, Hosea 4:12, 1 Johannes 2:3, 1 Johannes 2:4, 1 Johannes 2:35Ik zal tot de groten gaan spreken, Want zij kennen Jahweh’s weg, de dienst van hun God. Maar ze hebben allemaal samen het juk verbroken, De banden aan flarden gescheurd.stylusHosea 7:10, Hosea 7:10, Ezechiël 23:31, Ezechiël 23:35, Amos 5:26Daarom vermoordt hen de leeuw uit het woud, Verslindt hen de wolf uit de steppe, Loert de panter bij hun steden, Wie er uitgaat, wordt verscheurd. Want hun zonden zijn talrijk, Hun afval ontstellend.stylusSpreuken 1:28, Johannes 7:34, Micha 6:6, Micha 6:7, Spreuken 1:287Hoe zou Ik u dit alles vergeven: Uw zonen verlaten Mij, zweren bij al wat geen god is. Ik heb ze verzadigd, zij breken hun trouw, En zwermen naar de bordelen:stylusHosea 6:7, Hosea 6:7, Jesaja 48:8, Jeremia 3:20, Jesaja 48:88Allemaal vette, geile hengsten, Hinnekend achter de vrouw van een ander.stylusHosea 9:9, Hosea 4:15, Hosea 9:9, Hosea 4:15, 1 Samuël 15:349Zou Ik zo iets niet straffen, spreekt Jahweh; Op zulk een volk Mij niet wreken?stylusHosea 9:11, Hosea 9:17, Zacharia 1:6, Jesaja 46:10, Hosea 9:1110Klimt zijn wijnbergen op en gaat ze vernielen, Maar verwoest ze niet voor altoos; Rukt af zijn ranken, Want ze behoren Jahweh niet toe.stylusDeuteronomium 19:14, Deuteronomium 19:14, Psalmen 93:3, Psalmen 93:4, Psalmen 32:611Want het huis van Israël is Mij ontrouw geworden, Met het huis van Juda, spreekt Jahweh!stylusDeuteronomium 28:33, Micha 6:16, Deuteronomium 28:33, Micha 6:16, 1 Koningen 12:2612Ze hebben tegen Jahweh gelogen, Gezegd: Hij doet immers niets; Over ons komt geen onheil, Wij zullen zwaard noch honger aanschouwen!stylusJesaja 51:8, Jesaja 51:8, Job 13:28, Job 13:28, Marcus 9:4313De profeten zijn lucht; Ze hebben geen godsspraak: het zal hunzelf overkomen!stylusHosea 7:11, Hosea 7:11, Hosea 12:1, Hosea 10:6, Hosea 12:114Daarom spreekt Jahweh der heirscharen: Omdat zijl zulke woorden spreken, Maak Ik mijn woorden in uw mond tot een vuur, En dit volk tot brandhout, dat het verteert!stylusPsalmen 7:2, Micha 5:8, Psalmen 7:2, Micha 5:8, Hosea 13:715Zie, Ik laat uit de verte een volk op u los, Huis van Israël: is de godsspraak van Jahweh! Een onverwoestbaar volk, Een eeuwenoud volk, Een volk, waarvan ge de taal niet kent, En de spraak niet verstaat.stylusJesaja 26:16, Jesaja 26:16, Deuteronomium 4:29, Deuteronomium 4:31, Jeremia 29:1216Zijn strot gelijkt op een open graf, Het is een leger van helden:stylus17Het verslindt uw oogst en uw brood, Het verslindt uw zonen en dochters; Het verslindt uw kudde en vee, Het verslindt uw wingerd en vijg. Het verwoest uw vestingen, Waarop ge vertrouwt, Te vuur en te zwaard:stylus18Al zal Ik dan ook in die dagen U niet voor immer verdelgen: Is de godsspraak van Jahweh!stylus19Maar als ze dan vragen: Waarom heeft Jahweh, onze God, ons dit alles gedaan? Dan zult ge hun zeggen: Zoals ge Mij hebt verlaten, En vreemde goden in uw land hebt gediend, Moet ge vreemden dienen in een land, dat het uwe niet is!stylus20Verkondigt het in het huis van Jakob, En meldt het in Juda:stylus21Hoort dit eens goed, Gij dwaas en harteloos volk, Dat ogen heeft, maar niet ziet, Dat oren heeft, maar niet hoort.stylus22Mij wilt ge niet vrezen, zegt Jahweh; Voor mijn aanschijn niet beven? Ik, die de duinen gezet heb als grens voor de zee, Een slagboom voor eeuwig, die ze niet overschrijdt; Al klotsen haar golven, ze blijven onmachtig, Hoe ze ook stormen, ze slaan er niet over.stylus23Maar dit volk heeft een bandeloos en onhandelbaar hart; Ze vallen maar af, en lopen maar weg.stylus24Ze denken niet eens bij zichzelf: Laat ons Jahweh toch vrezen, onzen God, Die ons regen schenkt op zijn tijd, in herfst en in lente, Die ons trouw vaste weken brengt voor de oogst.stylus25Uw misdaden hebben dit alles verstoord, Uw zonden u van die gunsten beroofd!stylus26Want er zijn schurken onder mijn volk, Die in hinderlaag liggen, als vogelaars loeren; Die strikken zetten, Om mensen te vangen.stylus27Als een mand vol vogels, Zijn hun huizen gepropt met oneerlijk goed. Zo zijn ze machtig en rijk geworden,stylus28En glimmen van vet; De boosheid puilt van hen uit Ze kennen geen recht. Voor de wezen pleiten ze niet, Ze nemen het niet voor de armen op!stylus29En zou Ik dit alles niet straffen: Is de godsspraak van Jahweh; Op zulk een volk Mij niet willen wreken?stylus30Ontzettende en gruwelijke dingen Gebeuren er in het land:stylus31De profeten profeteren maar leugens, De priesters regeren voor hun eigen belang. Zo heeft mijn volk het gewild; Maar wat zult ge doen, als het einde komt?stylus