1De schuld van Efraïm is aan het licht getreden, De boosheid van Samaria openbaar: Ze plegen bedrog; de dief dringt binnen de huizen, De rover plundert op straat.stylusJesaja 28:4, Jesaja 28:4, Jesaja 24:13, Hosea 9:10, Jesaja 24:132En ze bedenken niet bij zichzelf, Dat Ik Mij al hun boosheid herinner; Dat hun werken hen steeds vergezellen, En voor mijn aangezicht staan!stylusPsalmen 12:1, Psalmen 12:1, Jesaja 57:1, Jesaja 57:1, Psalmen 14:13In hun boosheid maken zij den koning lustig, In hun leugens de vorsten:stylusMicha 3:11, Micha 3:11, Spreuken 4:16, Spreuken 4:17, Spreuken 4:164Ze verhitten hen allen als een oven, Door den bakker gestookt. Als het deeg is gekneed, houdt hij op met stoken, Totdat het gegist is;stylusJesaja 22:5, Jesaja 22:5, Ezechiël 2:6, Ezechiël 2:6, Jesaja 10:35Maar zij maken onzen koning onpasselijk, De vorsten bevangen door wijn. Ze blijven aan de lustigen schenken,stylusJeremia 9:4, Jeremia 9:4, Psalmen 118:8, Psalmen 118:9, Psalmen 118:86Listig hun hart als een oven verhitten: Heel de nacht sluimert hun woede, Maar ‘s morgens slaat ze in vlammen uit.stylusMattheüs 10:35, Mattheüs 10:36, Mattheüs 10:35, Mattheüs 10:36, Lucas 12:537Toen allen waren verhit als een oven, Hebben zij hun meesters verteerd: Al hun koningen zijn gevallen, Zonder dat iemand van hen tot Mij riep!stylusKlaagliederen 3:25, Klaagliederen 3:26, Klaagliederen 3:25, Klaagliederen 3:26, Psalmen 37:78Efraïm is onder de volken Een afgeleefde geworden; Efraïm werd als een koek, Die niet is omgekeerd.stylusJohannes 8:12, Johannes 8:12, Jesaja 9:2, Jesaja 9:2, Psalmen 27:19Vreemden verteren zijn schatten: Hij merkt het niet; Zijn haar begint al te grijzen: Hij bespeurt het niet.stylus1 Korintiërs 4:5, Psalmen 37:6, 1 Korintiërs 4:5, Psalmen 37:6, 1 Samuël 24:1510De trots ligt Israël op het gelaat: Ze bekeren zich niet tot Jahweh, hun God; Ze zoeken Hem niet, Wat ook gebeurt!stylusPsalmen 42:10, Jeremia 50:33, Jeremia 50:34, Zacharia 10:5, Psalmen 42:1011Efraïm is als een duif Onnozel en dom; Ze roepen Egypte om hulp, En trekken naar Assjoer.stylusAmos 9:11, Amos 9:15, Nehemia 2:8, Amos 9:11, Amos 9:1512Maar zodra ze vertrekken, Werp Ik mijn net over hen uit, Haal ze omlaag als een vogel uit de lucht, Sluit ze op om de faam van hun boosheid!stylusJesaja 19:23, Jesaja 19:25, Jesaja 19:23, Jesaja 19:25, Hosea 11:1113Wee hun, omdat ze van Mij zijn weggevlucht, Verderf over hen, omdat ze tegen Mij hebben gezondigd; Ik bracht hun verlossing, Maar zij verloochenden Mij.stylusJesaja 3:10, Jesaja 3:11, Jesaja 3:10, Jesaja 3:11, Jeremia 25:1114Ze roepen Mij niet van harte aan, Maar huilen op hun legerstede; Ze kerven zich om brood en wijn, Maar van Mij lopen ze weg.stylusPsalmen 23:1, Psalmen 23:4, Psalmen 23:1, Psalmen 23:4, Jesaja 49:1015Ik heb hun arm onderricht en gesterkt, Maar zij zinnen op kwaad tegen Mij;stylusPsalmen 78:12, Psalmen 78:72, Psalmen 78:12, Psalmen 78:72, Exodus 3:2016Ze springen terug op wat hen niet helpt, Als een weerspannige boog. Hun vorsten vallen door het zwaard, Om het gezwets van hun tong; Dan worden ze nog uitgelachen In het land van Egypte!stylusJesaja 26:11, Jesaja 26:11, Jesaja 52:15, Jesaja 52:15, Job 29:9