Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 45

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 45

1Nu kon Josef zich voor al de omstanders niet langer bedwingen. Hij riep, dat allen zouden heengaan, zodat er niemand bij was, toen Josef zich aan zijn broeders bekend maakte.
Genesis 43:30, Genesis 43:31, Mattheüs 18:15, Genesis 43:30, Genesis 43:31
2Hij begon hardop te schreien, zodat de Egyptenaren en het hof van Farao het hoorden.
2 Koningen 20:3, Handelingen 20:37, Genesis 46:29, Ruth 1:9, Numeri 14:1
3Hij zei tot zijn broers: Ik ben Josef! Leeft vader nog? Maar zijn broers waren niet in staat, hem te antwoorden; ze deinsden van schrik voor hem terug.
Handelingen 7:13, Handelingen 7:13, Handelingen 9:5, Handelingen 9:5, Zacharia 12:10
4Maar Josef sprak tot zijn broers: Komt toch dichter bij me! En toen zij dit hadden gedaan, herhaalde hij: Ik ben Josef, uw broer, dien ge naar Egypte verkocht hebt.
Genesis 37:28, Genesis 37:28, Genesis 50:18, Handelingen 9:5, Mattheüs 14:27
5Weest niet bedroefd en boos op uzelf, dat ge mij hierheen hebt verkocht. Neen, God heeft mij voor u uitgezonden, om uw leven te redden.
Genesis 50:20, Genesis 50:20, Handelingen 2:23, Handelingen 2:24, Job 1:21
6Want twee jaren heerst er nu al hongersnood in het land, en nog vijf jaar lang zal men ploegen noch oogsten.
Genesis 47:23, Genesis 47:23, Genesis 41:29, Genesis 41:31, Genesis 41:54
7God heeft me voor u uitgezonden, om uw geslacht op aarde te behouden en uw eigen leven te redden.
Psalmen 44:4, Handelingen 7:35, Psalmen 44:4, Handelingen 7:35, Psalmen 18:50
8Want niet gij hebt mij hierheen gezonden, maar God zelf. Hij heeft mij tot een vader voor Farao gemaakt, tot meester over heel zijn huis en heerser over heel het land van Egypte.
Johannes 15:16, Johannes 15:16, Romeinen 9:16, Romeinen 9:16, Johannes 19:11
9Keert dus terstond terug naar mijn vader, en zegt hem: Zo spreekt uw zoon Josef! "God heeft mij tot heer over heel Egypte verheven; talm dus niet, en kom naar mij toe.
Genesis 45:19, Genesis 45:20, Genesis 45:13, Genesis 45:19, Genesis 45:20
10Gij kunt met uw zonen en kleinzonen, uw schapen en runderen en al wat u toebehoort in het land Gósjen gaan wonen, zodat ge dicht bij me zult zijn.
Exodus 8:22, Exodus 9:26, Exodus 8:22, Exodus 9:26, Genesis 46:34
11Ik zal u met uw huisgezin en heel uw bezit onderhouden, opdat gij niet tot armoede vervalt; want de hongersnood zal nog vijf jaren duren."
Genesis 47:12, Genesis 47:12, Mattheüs 15:5, Mattheüs 15:6, Genesis 47:6
12Gij ziet het toch met eigen ogen, en mijn broer Benjamin ziet het ook, dat ik in eigen persoon tot u spreek.
Genesis 42:23, Genesis 42:23, Lucas 24:39, Johannes 20:27, Lucas 24:39
13Vertelt dus mijn vader van al de glorie, die ik in Egypte geniet, en van alles wat gij hebt gezien, en brengt dan mijn vader zo spoedig mogelijk hier.
Handelingen 7:14, Handelingen 7:14, 1 Petrus 1:10, 1 Petrus 1:12, Openbaring 21:23
14Toen omhelsde hij onder tranen zijn broer Benjamin, en ook zijn broer Benjamin schreide bij de omhelzing.
Genesis 33:4, Romeinen 1:31, Genesis 46:29, Genesis 29:11, Genesis 33:4
15Dan kuste hij wenend al zijn broers. Toen eerst durfden zijn broers tot hem spreken.
Lucas 15:20, Lucas 15:20, Handelingen 20:37, Ruth 1:14, Exodus 4:27
16Het gerucht, dat de broers van Josef waren gekomen, drong door tot het paleis van Farao, en Farao en zijn hof waren erover verheugd.
2 Kronieken 30:4, Deuteronomium 1:33, Esther 5:14, Genesis 34:18, Genesis 20:15
17En Farao sprak tot Josef: Zeg aan uw broers, dat ze zó moeten doen! "Zadelt uw dieren en trekt naar het land Kanaän,
Genesis 42:25, Genesis 42:26, Genesis 44:1, Genesis 44:2, Genesis 42:25
18om uw vader en uw gezinnen te halen, en komt naar mij terug. Dan zal ik u het puik van Egypte schenken, en ge zult het beste genieten, wat het land opbrengt."
Genesis 47:6, Genesis 27:28, Genesis 47:6, Genesis 27:28, Psalmen 147:14
19Ook dit moet ge hun gelasten: "Neemt uit Egypte wagens mee voor uw kleine kinderen en vrouwen; vervoert er ook uw vader mee en komt hierheen.
Genesis 46:5, Genesis 46:5, Genesis 45:27, Genesis 45:27, Jesaja 49:23
20Ge behoeft geen spijt om uw huisraad te hebben; want het allerbeste, wat Egypte kan bieden, is voor u!"
Jesaja 1:19, Jesaja 1:19, Lucas 17:31, Lucas 17:31, Deuteronomium 7:16
21Zo deden de zonen van Israël; Josef gaf hun op bevel van Farao wagens, en verschafte hun levensmiddelen voor de reis.
Genesis 45:19, Genesis 45:19, Genesis 46:5, Prediker 8:2, Numeri 3:16
22Aan ieder van hen schonk hij een stel feestgewaden, maar aan Benjamin driehonderd zilverstukken en vijf stel feestgewaden.
Genesis 43:34, Genesis 43:34, 2 Koningen 5:5, 2 Koningen 5:5, 2 Koningen 5:22
23Eveneens zond hij aan zijn vader tien ezels, die de beste gaven van Egypte droegen, en tien ezelinnen beladen met koren en brood, en voedsel als voorraad voor de reis.
Genesis 24:10, Exodus 16:3, Genesis 43:11, Genesis 24:10, Exodus 16:3
24Zo liet hij zijn broers vertrekken, en zei hun nog bij hun vertrek: Doet elkaar onderweg geen verwijten.
1 Tessalonicenzen 5:13, 1 Tessalonicenzen 5:13, Psalmen 133:1, Psalmen 133:3, Filippenzen 2:2
25Zij vertrokken nu uit Egypte, en gingen naar het land Kanaän, naar Jakob hun vader.
26Toen zij hem vertelden, dat Josef nog leefde, en over heel Egypte heerste, bleef hij er ongevoelig voor; want hij geloofde hen niet.
Genesis 37:35, Genesis 44:28, Genesis 37:35, Genesis 44:28, Job 9:16
27Maar toen zij hem alles hadden verteld, wat Josef tot hen had gesproken, en hij de wagens zag, die Josef had gezonden, om hem te vervoeren, leefde de geest van hun vader Jakob weer op.
Genesis 45:19, Jesaja 57:15, Genesis 45:19, Jesaja 57:15, Psalmen 85:6
28En Israël sprak: Genoeg! Mijn zoon Josef leeft nog. Ik wil hem gaan zien, eer ik sterf!
Genesis 46:30, Lucas 2:28, Lucas 2:30, Johannes 16:21, Johannes 16:22

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 45
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward