1Josef was dus naar Egypte gevoerd, waar de Egyptenaar Potifar, een hoveling van Farao en overste van de lijfwacht, hem van de Jisjmaëlieten, die hem daarheen hadden gebracht, had gekocht.stylusPsalmen 105:17, Genesis 37:28, Psalmen 105:17, Genesis 37:28, Genesis 37:362Maar Jahweh stond Josef bij, zodat het hem voorspoedig ging, en hij in het huis van zijn egyptischen meester mocht blijven.stylus1 Samuël 18:14, 1 Samuël 18:14, Psalmen 91:15, Psalmen 91:15, Jeremia 15:203En toen zijn meester zag, dat Jahweh met hem was, en Jahweh alles, wat hij ondernam, deed gelukken,stylusPsalmen 1:3, Psalmen 1:3, Genesis 30:27, Genesis 30:27, Mattheüs 5:164kwam Josef bij hem in de gunst, en moest hem persoonlijk bedienen. Hij gaf hem het toezicht over zijn huis, en vertrouwde hem al zijn bezittingen toe.stylusGenesis 39:21, Genesis 39:22, Genesis 39:21, Genesis 39:22, Genesis 39:85En van het oogenblik af, dat hij hem over zijn huis en al zijn bezittingen had gesteld, zegende Jahweh het huis van den Egyptenaar terwille van Josef. En toen de zegen van Jahweh bleef rusten op heel zijn bezit, in huis en op het land,stylusGenesis 30:27, Genesis 30:27, 2 Samuël 6:11, 2 Samuël 6:12, 2 Samuël 6:116liet hij tenslotte al zijn bezittingen door Josef beheren, en bemoeide zich met niets meer, dan met het brood, dat hij at. Josef was kloek van gestalte en knap van uiterlijk.stylus1 Samuël 16:12, Genesis 29:17, Spreuken 31:11, 1 Samuël 16:12, Genesis 29:177Zo gebeurde het na enige tijd, dat de vrouw van zijn meester het oog op Josef liet vallen en zeide: Kom bij mij liggen.stylus2 Samuël 13:11, 2 Samuël 13:11, Ezechiël 16:34, 2 Petrus 2:14, Ezechiël 16:348Hij weigerde, en zeide tot de vrouw van zijn meester: Zie, mijn heer bemoeit zich met niets in zijn huis buiten mij om, en hij heeft mij al zijn bezittingen toevertrouwd.stylusSpreuken 22:14, Spreuken 1:10, Spreuken 23:26, Spreuken 23:28, Spreuken 7:59Hij zelf is hier in huis niet groter dan ik, en niets heeft hij aan mijn macht onttrokken behalve u, omdat ge zijn vrouw zijt. Hoe zou ik dan dit grote kwaad kunnen doen en zondigen tegen God?stylus2 Samuël 12:13, 2 Samuël 12:13, Genesis 20:6, Genesis 42:18, Genesis 20:610En ofschoon ze dag in dag uit bij Josef aandrong, dat hij bij haar zou komen liggen, en haar terwille zou zijn, luisterde hij niet naar haar.stylusGenesis 39:8, Genesis 39:8, Spreuken 6:25, Spreuken 6:26, Spreuken 5:811Maar op zekere dag gebeurde het, dat hij naar huis kwam, om zijn werk te verrichten, en er niemand van de huisgenoten binnen was.stylusJeremia 23:24, Job 24:15, Maleachi 3:5, Spreuken 9:17, Efeziërs 5:312Toen greep ze hem bij zijn kleren vast en zei: Kom bij mij liggen. Doch hij liet zijn kleed in haar handen achter, en vluchtte haastig naar buiten.stylus2 Timotheüs 2:22, Spreuken 7:13, Spreuken 7:27, 2 Timotheüs 2:22, Spreuken 7:1313Toen zij zag, dat hij zijn kleed in haar handen had achtergelaten en naar buiten was gevlucht,stylus14schreeuwde zij haar huisgenoten bijeen, en zei hun: Daar hebt ge het nu; men heeft een Hebreër in huis gebracht, om zijn spel met ons te drijven. Hij is naar mij toegekomen, om bij mij te liggen; maar ik ben gaan schreeuwen, zo hard ik kon.stylusJesaja 54:17, Genesis 40:15, Genesis 39:7, Lucas 23:2, Psalmen 55:315Toen hij mij zo hard hoorde schreeuwen en gillen, liet hij zijn kleed bij mij achter, en vluchtte haastig naar buiten.stylus16Ze hield het kleed bij zich achter, totdat zijn meester thuis kwam.stylusPsalmen 37:32, Psalmen 37:32, Jeremia 9:3, Jeremia 9:5, Jeremia 4:2217Toen vertelde ze hem hetzelfde: Die hebreeuwse slaaf, dien ge in huis hebt gehaald, is bij mij binnengedrongen, om zijn spel met mij te drijven.stylusExodus 23:1, Exodus 23:1, 1 Koningen 21:9, 1 Koningen 21:13, Spreuken 19:518Maar toen ik hard begon te schreeuwen en te gillen, liet hij zijn kleed bij mij achter, en vluchtte haastig naar buiten.stylus19Toen de heer van Josef zijn vrouw hoorde vertellen, hoe zijn slaaf haar zou hebben behandeld, werd hij zeer toornig;stylus2 Tessalonicenzen 2:11, Spreuken 18:17, Job 29:16, Hooglied 8:7, Handelingen 25:1620hij liet Josef grijpen en hem in de kerker werpen, waar de gevangenen van den koning zaten opgesloten. Maar ook toen Josef daar in de gevangenis zat,stylusGenesis 40:15, Genesis 40:15, Genesis 40:1, Genesis 40:3, Psalmen 76:1021stond Jahweh hem bij, en strekte zijn genade over hem uit. Hij zorgde er voor, dat hij bij den gevangenbewaarder in de gunst kwam,stylusExodus 3:21, Exodus 3:21, Jesaja 41:10, Jesaja 41:10, Handelingen 7:922zodat deze al die in de kerker zaten opgesloten aan Josef toevertrouwde, en er niets geschiedde buiten hem om.stylusGenesis 39:4, Genesis 40:3, Genesis 40:4, Genesis 39:4, Genesis 40:323De gevangenbewaarder bemoeide zich met niets, van wat hij Josef had toevertrouwd; want Jahweh stond hem bij, en wat hij deed, liet Jahweh gelukken.stylusJesaja 43:2, Jesaja 43:2, Psalmen 1:3, Genesis 39:2, Genesis 39:3