Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Genesis Hoofdstuk 15

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
GENESIS

Genesis 15

1Na deze gebeurtenissen werd in een gezicht het woord van Jahweh gericht tot Abram: Vrees niet Abram: Ik ben u tot schild; Overgroot zal uw loon zijn!
Jesaja 41:10, Jesaja 41:10, Psalmen 119:114, Psalmen 119:114, Psalmen 84:11
2Toen zei Abram: Jahweh, mijn Heer, wat kunt Gij me geven? Kinderloos ga ik heen, en Eliézer uit Damascus zal de bezitter zijn van mijn huis.
Handelingen 7:5, Genesis 25:21, Handelingen 7:5, Genesis 25:21, Psalmen 127:3
3En Abram ging voort: Zie, Gij hebt mij geen nazaat gegeven, en een mijner onderhorigen zal mijn erfgenaam zijn.
Genesis 14:14, Genesis 14:14, Spreuken 29:21, Spreuken 29:21, Prediker 2:7
4Weer werd het woord van Jahweh tot hem gericht: Deze zal uw erfgenaam niet zijn; maar die uit uw eigen lichaam wordt geboren, zal uw erfgenaam zijn.
Genesis 17:16, Genesis 17:16, Galaten 4:28, Galaten 4:28, 2 Samuël 7:12
5Hij voerde hem naar buiten, en sprak: Zie op naar de hemel en tel de sterren, als ge dat kunt: zó talrijk zal uw nageslacht zijn, zeide Hij hem.
Hebreeën 11:12, Hebreeën 11:12, Romeinen 4:18, Romeinen 4:18, Deuteronomium 1:10
6Hij geloofde in Jahweh, en Deze rekende het hem tot gerechtigheid aan.
Jakobus 2:23, Jakobus 2:23, Galaten 3:6, Galaten 3:14, Galaten 3:6
7Daarop sprak Hij tot hem: Ik ben Jahweh, die u uit Oer der Chaldeën heb geleid, om u dit land in eigendom te geven.
Handelingen 7:2, Handelingen 7:4, Genesis 12:1, Handelingen 7:2, Handelingen 7:4
8Hij antwoordde: Jahweh, mijn Heer, waaraan zal ik erkennen, dat ik het eens zal bezitten?
Lucas 1:18, Lucas 1:18, Lucas 1:34, Lucas 1:34, 2 Koningen 20:8
9Hij zeide: Breng Mij een driejarige koe en een driejarigen bok en een driejarigen ram, met een tortel en een jonge duif.
Leviticus 14:22, Leviticus 14:30, Lucas 2:24, Leviticus 14:22, Leviticus 14:30
10Hij haalde die alle, sneed ze middendoor, en legde de stukken tegenover elkaar; maar de vogels sneed hij niet door.
Leviticus 1:17, Leviticus 1:17, Jeremia 34:18, Jeremia 34:19, Jeremia 34:18
11En toen de roofvogels neerstreken op de dode rompen, joeg Abram ze weg.
Mattheüs 13:4, Mattheüs 13:4, Psalmen 119:13, Psalmen 119:13, Ezechiël 17:3
12Bij het ondergaan der zon werd Abram door een diepe slaap overvallen, en een sombere, geweldige angst greep hem aan.
Genesis 2:21, Genesis 2:21, Job 33:15, Job 33:15, Daniël 10:8
13Toen sprak Hij tot Abram: Weet wel, dat uw nakomelingen als vreemden in een land zullen toeven, dat hun niet toebehoort. Zij zullen daar als slaven dienen, en men zal hen vierhonderd jaar lang verdrukken.
Handelingen 7:6, Handelingen 7:7, Handelingen 7:6, Handelingen 7:7, Exodus 1:11
14Maar van het volk, dat zij als slaven dienen, zal Ik rekenschap eisen; en daarna zullen zij uittrekken met rijke buit.
Exodus 6:5, Exodus 6:6, Nehemia 9:9, Nehemia 9:11, Exodus 6:5
15Gij zelf zult in vrede tot uw vaderen gaan, en in hoge ouderdom worden begraven.
Job 5:26, Job 5:26, Genesis 25:7, Genesis 25:9, Genesis 25:7
16Eerst het vierde geslacht zal hier terugkeren; want eerder is de maat van de misdaden der Amorieten niet vol.
1 Koningen 21:26, 1 Koningen 21:26, Daniël 8:23, Daniël 8:23, Mattheüs 23:32
17En toen de zon was ondergegaan, en er een diepe duisternis heerste, verscheen er een rokende oven en een brandende fakkel; deze gingen tussen die stukken door.
Jeremia 34:18, Jeremia 34:19, Jeremia 34:18, Jeremia 34:19, Richteren 6:21
18Op die dag sloot Jahweh met Abram het volgend verbond: Aan uw nakomelingschap geef Ik dit land in bezit van de beek van Egypte af tot aan de grote rivier de Eufraat;
Jozua 1:3, Jozua 1:4, Jozua 1:3, Jozua 1:4, Genesis 12:7
19met de Kenieten, Kenizzieten en Kadmonieten,
Numeri 24:21, Numeri 24:22, Numeri 24:21, Numeri 24:22
20de Chittieten, Perizzieten en Refaieten,
Jesaja 17:5, Genesis 14:5, Jesaja 17:5, Genesis 14:5
21de Amorieten, Kanaänieten, Girgasjieten en Jeboesieten.
Exodus 33:2, Exodus 23:23, Exodus 23:28, Deuteronomium 7:1, Exodus 34:11

Andere Boeken

GenesisExodusLeviticus+

Andere Boeken

GenesisHfst. 15
ExodusLeviticusNumeriDeuteronomiumJozua
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward