Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Exodus Hoofdstuk 40

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
EXODUS

Exodus 40

1Toen sprak Jahweh tot Moses:
2Op de eerste dag van de eerste maand moet ge de tabernakel, de openbaringstent, oprichten,
Exodus 26:30, Exodus 26:30, Exodus 13:4, Exodus 13:4, Numeri 1:1
3de ark des Verbonds daarin plaatsen, en de ark door het voorhangsel aan het oog onttrekken.
Numeri 4:5, Exodus 35:12, Numeri 4:5, Exodus 35:12, Openbaring 11:19
4Breng dan de tafel naar binnen, leg er op neer, wat er op hoort, zet de kandelaar er in, en ontsteek de lampen;
Leviticus 24:8, Leviticus 24:8, Exodus 40:22, Exodus 40:25, Exodus 37:10
5plaats het gouden reukofferaltaar voor de ark des Verbonds en hang het tapijt voor de ingang van de tabernakel.
Hebreeën 10:19, Hebreeën 10:22, Hebreeën 10:19, Hebreeën 10:22, 1 Johannes 2:1
6Plaats vervolgens het brandofferaltaar voor de ingang van de tabernakel, de openbaringstent,
Exodus 40:29, Exodus 40:29, Exodus 38:1, Exodus 38:7, Efeziërs 1:6
7zet het bekken neer tussen de openbaringstent en het altaar, en vul het met water.
1 Johannes 1:7, Zacharia 13:1, Hebreeën 10:22, Titus 3:5, Psalmen 26:6
8Richt daar omheen de voorhof op, en hang het tapijt voor de ingang van de voorhof.
Exodus 27:9, Exodus 27:19, Efeziërs 4:11, Efeziërs 4:12, Exodus 38:9
9Neem dan de zalfolie, zalf de tabernakel en al wat er in is, en wijd hem en alles wat er bij hoort; dan zal hij geheiligd zijn.
Leviticus 8:10, Leviticus 8:10, Numeri 7:1, Numeri 7:1, 1 Johannes 2:20
10Zalf ook het brandofferaltaar en al zijn benodigdheden en wijd het altaar; en het zal hoogheilig zijn.
Lucas 1:35, Jesaja 61:1, Exodus 29:36, Exodus 29:37, Lucas 1:35
11Zalf ook het bekken met zijn onderstel, en wijd het.
12Laat daarna Aäron en zijn zonen voor de ingang van de openbaringstent treden, en was hen met water.
Leviticus 8:1, Leviticus 8:13, Leviticus 8:1, Leviticus 8:13, Leviticus 9:1
13Bekleed dan Aäron met de heilige gewaden, en zalf en wijd hen; dan zullen zij mijn priesters zijn en door deze zalving het priesterschap eeuwig in hun geslacht bezitten.
Exodus 28:41, Exodus 28:41, 1 Johannes 2:20, 1 Johannes 2:27, 1 Johannes 2:20
14En Moses deed alles, juist zoals Jahweh het hem bevolen had.
Jesaja 44:3, Jesaja 44:5, Jesaja 61:10, Romeinen 8:30, 1 Korintiërs 1:9
15En in de eerste maand van het tweede jaar, op de eerste dag van de maand, werd de tabernakel opgericht.
Numeri 25:13, Numeri 25:13, Hebreeën 5:1, Hebreeën 5:14, Hebreeën 7:17
16Moses richtte de tabernakel op; hij plaatste de voetstukken, zette de schotten er in, bevestigde de bindlatten, en richtte de palen op;
Exodus 40:17, Exodus 40:32, Deuteronomium 4:1, Exodus 40:17, Exodus 40:32
17hij spande de tent uit over de tabernakel, en legde het tentdek er over heen, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
Numeri 7:1, Numeri 7:1, Numeri 9:1, Exodus 40:1, Exodus 40:2
18Dan nam hij de verbondstafelen, legde ze in de ark, stak de handbomen aan de ark, legde het verzoendeksel op de ark,
Mattheüs 16:18, Exodus 36:20, Exodus 36:34, Ezechiël 37:27, Ezechiël 37:28
19bracht de ark in de tabernakel, hing het voorhangsel op en onttrok zo de ark des Verbonds aan het oog, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
Exodus 36:8, Exodus 36:19, Exodus 26:1, Exodus 26:14, Exodus 36:8
20Daarna plaatste hij de tafel in de openbaringstent, aan de noordzijde van de tabernakel buiten het voorhangsel,
Exodus 16:34, Exodus 16:34, Hebreeën 4:16, Exodus 40:3, 1 Johannes 2:2
21schikte daarop de broden voor het aanschijn van Jahweh, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
Exodus 40:3, Exodus 26:33, Exodus 40:3, Exodus 26:33, Exodus 35:12
22Hij plaatste de kandelaar in de openbaringstent tegenover de tafel aan de zuidzijde van de tabernakel,
Exodus 26:35, Exodus 26:35, Johannes 6:53, Johannes 6:57, Efeziërs 3:8
23en zette de lampen er op voor het aanschijn van Jahweh, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
Exodus 40:4, Exodus 25:30, Exodus 40:4, Exodus 25:30, Mattheüs 12:4
24Hij plaatste ook het gouden altaar in de openbaringstent voor het voorhangsel,
Psalmen 119:105, Exodus 26:35, Exodus 37:17, Exodus 37:24, Exodus 25:31
25en ontstak daarop de geurige wierook, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
Exodus 25:37, Exodus 40:4, Exodus 25:37, Exodus 40:4, Openbaring 4:5
26Vervolgens hing hij het tapijt voor de ingang van de tabernakel,
Exodus 40:5, Exodus 40:5, Mattheüs 23:19, Hebreeën 10:1, 1 Johannes 2:1
27en plaatste het brandofferaltaar aan de ingang van de tabernakel, de openbaringstent, en offerde daarop het brand(-) en spijsoffer, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
Exodus 30:7, Exodus 30:7
28Het bekken stelde hij tussen de openbaringstent en het altaar, en vulde het met water voor de wassingen;
Exodus 40:5, Exodus 40:5, Exodus 26:36, Exodus 26:37, Exodus 38:9
29en Moses en Aäron en zijn zonen wasten hun handen en voeten er in,
Exodus 40:6, Exodus 40:6, Hebreeën 13:10, Exodus 27:1, Exodus 27:8
30telkens wanneer zij de openbaringstent binnengingen of tot het altaar naderden, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
Exodus 40:7, Exodus 40:7, Hebreeën 10:22, Exodus 38:8, Exodus 30:18
31Rond de tabernakel en het altaar richtte hij de voorhof op, en hing hij een tapijt voor de ingang van de voorhof. Zo voltooide Moses het werk.
1 Johannes 1:7, Psalmen 51:6, Psalmen 51:7, Johannes 13:10, Psalmen 26:6
32Toen bedekte de wolk de openbaringstent en vervulde Jahweh’s Glorie de tabernakel;
Psalmen 73:19, Exodus 40:19, Exodus 30:19, Exodus 30:20, Psalmen 73:19
33en Moses kon de openbaringstent niet binnengaan, omdat de wolk daarop rustte en Jahweh’s Glorie de tabernakel vervulde.
Exodus 40:8, Exodus 40:8, Exodus 27:9, Exodus 27:16, Exodus 27:9
34En telkens wanneer de wolk zich boven de tabernakel verhief, braken de Israëlieten op, om hun tocht te hervatten;
Openbaring 15:8, Openbaring 15:8, Numeri 9:15, Numeri 9:23, Numeri 9:15
35maar zolang de wolk zich niet verhief, wachtten zij met het vertrekken tot het ogenblik, dat zij opsteeg.
1 Koningen 8:11, 1 Koningen 8:11, Jesaja 6:4, 2 Kronieken 7:2, Leviticus 16:2
36Want overdag rustte de wolk van Jahweh op de tabernakel, en des nachts was er een vuur in de wolk ten aanschouwen van heel het huis van Israël op al zijn tochten.
Nehemia 9:19, Nehemia 9:19, Exodus 13:21, Exodus 13:22, Numeri 9:17

Andere Boeken

ExodusLeviticusNumeri+

Andere Boeken

ExodusHfst. 40
LeviticusNumeriDeuteronomiumJozuaRichteren
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward