1Moses antwoordde: Zie, ze zullen mij niet geloven en niet naar mij luisteren; maar ze zullen zeggen: "Jahweh is u niet verschenen".stylusExodus 3:18, Exodus 3:18, Jeremia 1:6, Exodus 2:14, Handelingen 7:252Toen sprak Jahweh tot hem: Wat hebt ge daar in uw hand? Hij antwoordde: Een staf.stylusExodus 4:20, Exodus 4:17, Exodus 4:20, Exodus 4:17, Leviticus 27:323Hij sprak: Werp hem op de grond. Hij wierp hem op de grond en de staf werd een slang, waar Moses voor vluchtte.stylusExodus 7:10, Exodus 7:15, Exodus 4:17, Amos 5:19, Exodus 7:104Maar Jahweh sprak tot Moses: Steek uw hand uit en grijp haar bij de staart. Hij stak zijn hand uit en greep haar vast, en zij werd in zijn hand weer een staf.stylusHandelingen 28:3, Handelingen 28:6, Johannes 2:5, Marcus 16:18, Psalmen 91:135Hierdoor zullen zij geloven, dat Jahweh, de God hunner vaderen, de God van Abraham, Isaäk en Jakob, u is verschenen.stylusExodus 19:9, Exodus 19:9, Genesis 18:1, Genesis 48:3, Exodus 3:156Opnieuw sprak Jahweh tot hem: Steek uw hand in uw boezem. Hij stak zijn hand in zijn boezem, maar toen hij ze terugtrok, was zijn hand melaats, en leek wel sneeuw.stylus2 Koningen 5:27, Numeri 12:10, 2 Koningen 5:27, Numeri 12:107Hij sprak: Steek uw hand opnieuw in uw boezem. Weer stak hij zijn hand in zijn boezem; en toen hij ze er uit trok, zie, daar was ze weer als de rest van zijn lichaam.stylus2 Koningen 5:14, 2 Koningen 5:14, Deuteronomium 32:39, Mattheüs 8:3, Deuteronomium 32:398Wanneer ze u dan niet willen geloven en aan het eerste teken geen gehoor willen geven, dan zullen ze aan het tweede teken geloven.stylusExodus 4:30, Exodus 4:31, Deuteronomium 32:39, Jesaja 28:10, Exodus 4:309Maar wanneer ze na die beide tekenen nog niet geloven en niet naar u luisteren, neem dan water uit de Nijl, en stort dat op het droge. En het water, dat ge uit de Nijl hebt genomen, zal op het droge in bloed veranderen.stylusExodus 7:19, Exodus 7:25, Exodus 1:22, Exodus 7:19, Exodus 7:2510Maar Moses sprak tot Jahweh: Ach, Heer, ik ben helemaal niet welbespraakt, ik ben het vroeger nooit geweest, en ben het ook nu nog niet, al hebt Gij tot uw dienaar gesproken; ik ben slechts een stamelaar.stylusJeremia 1:6, Jeremia 1:6, Exodus 6:12, Exodus 6:12, Handelingen 7:2211Toen sprak Jahweh tot hem: Wie heeft den mens een mond gegeven; wie maakt hem stom of doof, ziende of blind; Ik, Jahweh, niet waar?stylusAmos 3:6, Amos 3:6, Psalmen 146:8, Ezechiël 3:26, Ezechiël 3:2712Ga dus; Ik zal u in het spreken bijstaan en u ingeven, wat ge moet zeggen.stylusLucas 12:11, Lucas 12:12, Jeremia 1:9, Lucas 12:11, Lucas 12:1213Maar Moses hield aan: Ach Heer, zend toch liever een ander!stylusJona 1:3, Exodus 4:1, Jona 1:3, Exodus 4:1, Johannes 6:2914Toen ontstak Jahweh in toorn tegen Moses en sprak: Is uw broeder Aäron, de Leviet, er ook niet? Ik weet, dat hij gemakkelijk spreekt! Zie, hij komt u al tegemoet, en verheugt er zich op, u weer te zien.stylus1 Kronieken 21:7, Marcus 14:13, Marcus 14:15, Exodus 4:27, 1 Kronieken 21:715Tot hem zult ge spreken, en hem de woorden in de mond leggen; Ik zal u bijstaan, u en hem, als ge moet spreken, en u beiden ingeven wat ge moet doen.stylusJesaja 51:16, Jesaja 51:16, Lucas 21:15, Deuteronomium 18:18, Numeri 23:516Hij zal voor u het woord tot het volk richten; hij zal uw tolk, en gij zult zijn God zijn.stylusExodus 7:1, Exodus 7:2, Exodus 7:1, Exodus 7:2, Exodus 18:1917Neem deze staf met u mee, om er de tekenen mee te verrichten.stylusExodus 4:2, Exodus 4:2, 1 Korintiërs 1:27, 1 Korintiërs 1:27, Exodus 7:918Toen ging Moses naar zijn schoonvader Jitro terug en zei tot hem: Ik zou naar mijn broeders in Egypte terug willen keren, om te zien, of ze nog in leven zijn. En Jitro gaf Moses ten antwoord: Ga in vrede!stylusExodus 3:1, Exodus 3:1, 1 Timotheüs 6:1, Genesis 45:3, Handelingen 16:3619Jahweh sprak tot Moses in Midjan: Trek op, en keer terug naar Egypte; want allen, die u naar het leven stonden, zijn dood.stylusMattheüs 2:20, Mattheüs 2:20, Exodus 2:15, Exodus 2:23, Exodus 2:1520Moses nam dus zijn vrouw en zijn zonen, zette ze op ezels, en keerde naar het land van Egypte terug, Moses nam ook de staf van God met zich mee.stylusExodus 17:9, Exodus 17:9, Numeri 20:8, Numeri 20:9, Numeri 20:821En Jahweh sprak tot Moses: Wanneer ge teruggekeerd zijt in Egypte, zorg er dan voor, alle wonderen, waartoe Ik u de macht heb gegeven, ten aanschouwen van Farao te verrichten. Maar Ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet laat gaan.stylusRomeinen 9:18, Romeinen 9:18, Jesaja 63:17, Jesaja 63:17, Jozua 11:2022Dan moet gij tot Farao zeggen: Zo spreekt Jahweh! Israël is mijn eerstgeboren zoon!stylusHosea 11:1, Hosea 11:1, Romeinen 9:4, Romeinen 9:4, Hebreeën 12:2323Ik heb u gezegd: Laat mijn zoon gaan, om Mij te vereren. Ge hebt geweigerd, hem te laten vertrekken; daarom dood Ik uw zoon, uw eerstgeborene!stylusExodus 12:29, Exodus 11:5, Exodus 12:29, Exodus 11:5, Psalmen 105:3624Terwijl hij onderweg in een nachtverblijf toefde, zocht Jahweh hem op, en wilde hem doden.stylusGenesis 17:14, Genesis 17:14, Numeri 22:22, Numeri 22:23, Numeri 22:2225Maar Sippora nam een scherpe steen, en sneed de voorhuid van haar zoon af; zij raakte Moses’ voeten daarmee aan, en sprak: Een bloedige bruidegom zijt ge mij.stylusJozua 5:2, Jozua 5:3, Jozua 5:2, Jozua 5:3, Genesis 17:1426Toen liet Jahweh hem met rust. Zij had immers bedoeld: een bloedige bruidegom door de besnijdenis.stylus27Intussen had Jahweh tot Aäron gesproken: Ga Moses in de woestijn tegemoet. Hij ging dus op weg, ontmoette hem bij de berg van God en kuste hem.stylusExodus 3:1, Exodus 3:1, Exodus 24:15, Exodus 24:17, Genesis 29:1128En Moses deelde Aäron de hele opdracht van Jahweh mee en alle tekenen, die Hij hem bevolen had te verrichten.stylusExodus 4:15, Exodus 4:16, Exodus 4:8, Exodus 4:9, Exodus 4:1529Daarop gingen Moses en Aäron verder en riepen al de oudsten van de Israëlieten bijeen.stylusExodus 3:16, Exodus 3:16, Exodus 24:11, Exodus 24:1, Exodus 24:1130Aäron verkondigde alles wat Jahweh tot Moses gesproken had, en Moses verrichtte de tekenen voor de ogen van het volk.stylusExodus 4:16, Exodus 4:1631Het volk geloofde; en toen zij hoorden, dat Jahweh de kinderen Israëls had bedacht, en hun ellende had aanschouwd, wierpen zij zich op de knieën en bogen zich ter aarde.stylusExodus 3:18, Exodus 3:18, Exodus 12:27, Psalmen 106:12, Psalmen 106:13