Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Exodus Hoofdstuk 4

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
EXODUS

Exodus 4

1Moses antwoordde: Zie, ze zullen mij niet geloven en niet naar mij luisteren; maar ze zullen zeggen: "Jahweh is u niet verschenen".
Exodus 3:18, Exodus 3:18, Jeremia 1:6, Exodus 2:14, Handelingen 7:25
2Toen sprak Jahweh tot hem: Wat hebt ge daar in uw hand? Hij antwoordde: Een staf.
Exodus 4:20, Exodus 4:17, Exodus 4:20, Exodus 4:17, Leviticus 27:32
3Hij sprak: Werp hem op de grond. Hij wierp hem op de grond en de staf werd een slang, waar Moses voor vluchtte.
Exodus 7:10, Exodus 7:15, Exodus 4:17, Amos 5:19, Exodus 7:10
4Maar Jahweh sprak tot Moses: Steek uw hand uit en grijp haar bij de staart. Hij stak zijn hand uit en greep haar vast, en zij werd in zijn hand weer een staf.
Handelingen 28:3, Handelingen 28:6, Johannes 2:5, Marcus 16:18, Psalmen 91:13
5Hierdoor zullen zij geloven, dat Jahweh, de God hunner vaderen, de God van Abraham, Isaäk en Jakob, u is verschenen.
Exodus 19:9, Exodus 19:9, Genesis 18:1, Genesis 48:3, Exodus 3:15
6Opnieuw sprak Jahweh tot hem: Steek uw hand in uw boezem. Hij stak zijn hand in zijn boezem, maar toen hij ze terugtrok, was zijn hand melaats, en leek wel sneeuw.
2 Koningen 5:27, Numeri 12:10, 2 Koningen 5:27, Numeri 12:10
7Hij sprak: Steek uw hand opnieuw in uw boezem. Weer stak hij zijn hand in zijn boezem; en toen hij ze er uit trok, zie, daar was ze weer als de rest van zijn lichaam.
2 Koningen 5:14, 2 Koningen 5:14, Deuteronomium 32:39, Mattheüs 8:3, Deuteronomium 32:39
8Wanneer ze u dan niet willen geloven en aan het eerste teken geen gehoor willen geven, dan zullen ze aan het tweede teken geloven.
Exodus 4:30, Exodus 4:31, Deuteronomium 32:39, Jesaja 28:10, Exodus 4:30
9Maar wanneer ze na die beide tekenen nog niet geloven en niet naar u luisteren, neem dan water uit de Nijl, en stort dat op het droge. En het water, dat ge uit de Nijl hebt genomen, zal op het droge in bloed veranderen.
Exodus 7:19, Exodus 7:25, Exodus 1:22, Exodus 7:19, Exodus 7:25
10Maar Moses sprak tot Jahweh: Ach, Heer, ik ben helemaal niet welbespraakt, ik ben het vroeger nooit geweest, en ben het ook nu nog niet, al hebt Gij tot uw dienaar gesproken; ik ben slechts een stamelaar.
Jeremia 1:6, Jeremia 1:6, Exodus 6:12, Exodus 6:12, Handelingen 7:22
11Toen sprak Jahweh tot hem: Wie heeft den mens een mond gegeven; wie maakt hem stom of doof, ziende of blind; Ik, Jahweh, niet waar?
Amos 3:6, Amos 3:6, Psalmen 146:8, Ezechiël 3:26, Ezechiël 3:27
12Ga dus; Ik zal u in het spreken bijstaan en u ingeven, wat ge moet zeggen.
Lucas 12:11, Lucas 12:12, Jeremia 1:9, Lucas 12:11, Lucas 12:12
13Maar Moses hield aan: Ach Heer, zend toch liever een ander!
Jona 1:3, Exodus 4:1, Jona 1:3, Exodus 4:1, Johannes 6:29
14Toen ontstak Jahweh in toorn tegen Moses en sprak: Is uw broeder Aäron, de Leviet, er ook niet? Ik weet, dat hij gemakkelijk spreekt! Zie, hij komt u al tegemoet, en verheugt er zich op, u weer te zien.
1 Kronieken 21:7, Marcus 14:13, Marcus 14:15, Exodus 4:27, 1 Kronieken 21:7
15Tot hem zult ge spreken, en hem de woorden in de mond leggen; Ik zal u bijstaan, u en hem, als ge moet spreken, en u beiden ingeven wat ge moet doen.
Jesaja 51:16, Jesaja 51:16, Lucas 21:15, Deuteronomium 18:18, Numeri 23:5
16Hij zal voor u het woord tot het volk richten; hij zal uw tolk, en gij zult zijn God zijn.
Exodus 7:1, Exodus 7:2, Exodus 7:1, Exodus 7:2, Exodus 18:19
17Neem deze staf met u mee, om er de tekenen mee te verrichten.
Exodus 4:2, Exodus 4:2, 1 Korintiërs 1:27, 1 Korintiërs 1:27, Exodus 7:9
18Toen ging Moses naar zijn schoonvader Jitro terug en zei tot hem: Ik zou naar mijn broeders in Egypte terug willen keren, om te zien, of ze nog in leven zijn. En Jitro gaf Moses ten antwoord: Ga in vrede!
Exodus 3:1, Exodus 3:1, 1 Timotheüs 6:1, Genesis 45:3, Handelingen 16:36
19Jahweh sprak tot Moses in Midjan: Trek op, en keer terug naar Egypte; want allen, die u naar het leven stonden, zijn dood.
Mattheüs 2:20, Mattheüs 2:20, Exodus 2:15, Exodus 2:23, Exodus 2:15
20Moses nam dus zijn vrouw en zijn zonen, zette ze op ezels, en keerde naar het land van Egypte terug, Moses nam ook de staf van God met zich mee.
Exodus 17:9, Exodus 17:9, Numeri 20:8, Numeri 20:9, Numeri 20:8
21En Jahweh sprak tot Moses: Wanneer ge teruggekeerd zijt in Egypte, zorg er dan voor, alle wonderen, waartoe Ik u de macht heb gegeven, ten aanschouwen van Farao te verrichten. Maar Ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet laat gaan.
Romeinen 9:18, Romeinen 9:18, Jesaja 63:17, Jesaja 63:17, Jozua 11:20
22Dan moet gij tot Farao zeggen: Zo spreekt Jahweh! Israël is mijn eerstgeboren zoon!
Hosea 11:1, Hosea 11:1, Romeinen 9:4, Romeinen 9:4, Hebreeën 12:23
23Ik heb u gezegd: Laat mijn zoon gaan, om Mij te vereren. Ge hebt geweigerd, hem te laten vertrekken; daarom dood Ik uw zoon, uw eerstgeborene!
Exodus 12:29, Exodus 11:5, Exodus 12:29, Exodus 11:5, Psalmen 105:36
24Terwijl hij onderweg in een nachtverblijf toefde, zocht Jahweh hem op, en wilde hem doden.
Genesis 17:14, Genesis 17:14, Numeri 22:22, Numeri 22:23, Numeri 22:22
25Maar Sippora nam een scherpe steen, en sneed de voorhuid van haar zoon af; zij raakte Moses’ voeten daarmee aan, en sprak: Een bloedige bruidegom zijt ge mij.
Jozua 5:2, Jozua 5:3, Jozua 5:2, Jozua 5:3, Genesis 17:14
26Toen liet Jahweh hem met rust. Zij had immers bedoeld: een bloedige bruidegom door de besnijdenis.
27Intussen had Jahweh tot Aäron gesproken: Ga Moses in de woestijn tegemoet. Hij ging dus op weg, ontmoette hem bij de berg van God en kuste hem.
Exodus 3:1, Exodus 3:1, Exodus 24:15, Exodus 24:17, Genesis 29:11
28En Moses deelde Aäron de hele opdracht van Jahweh mee en alle tekenen, die Hij hem bevolen had te verrichten.
Exodus 4:15, Exodus 4:16, Exodus 4:8, Exodus 4:9, Exodus 4:15
29Daarop gingen Moses en Aäron verder en riepen al de oudsten van de Israëlieten bijeen.
Exodus 3:16, Exodus 3:16, Exodus 24:11, Exodus 24:1, Exodus 24:11
30Aäron verkondigde alles wat Jahweh tot Moses gesproken had, en Moses verrichtte de tekenen voor de ogen van het volk.
Exodus 4:16, Exodus 4:16
31Het volk geloofde; en toen zij hoorden, dat Jahweh de kinderen Israëls had bedacht, en hun ellende had aanschouwd, wierpen zij zich op de knieën en bogen zich ter aarde.
Exodus 3:18, Exodus 3:18, Exodus 12:27, Psalmen 106:12, Psalmen 106:13

Andere Boeken

ExodusLeviticusNumeri+

Andere Boeken

ExodusHfst. 4
LeviticusNumeriDeuteronomiumJozuaRichteren
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward