1Toen het volk intussen zag, dat Moses nog maar steeds niet van de berg afdaalde, liep het rond Aäron te hoop en zei tot hem: Kom, maak ons een god, die voor ons uittrekt; want we weten niet, wat er met Moses is gebeurd, den man, die ons uit Egypte heeft geleid.stylusHandelingen 7:40, Handelingen 7:40, Deuteronomium 9:9, Deuteronomium 9:9, Exodus 24:182Aäron gaf hun ten antwoord: Haalt de gouden ringen uit de oren van uw vrouwen, zonen en dochters, en brengt die bij mij.stylusExodus 12:35, Exodus 12:36, Richteren 8:24, Richteren 8:27, Exodus 12:353En al het volk legde de gouden oorringen af, en bracht ze naar Aäron.stylusJesaja 40:19, Jesaja 40:20, Jeremia 10:9, Richteren 17:3, Richteren 17:44Deze nam ze van hen aan, goot ze in een kleivorm, en maakte er een gegoten kalf van. Nu riepen zij: Israël, daar is uw God, die u uit Egypte heeft geleid!stylusNehemia 9:18, Nehemia 9:18, Deuteronomium 9:16, Deuteronomium 9:16, Handelingen 7:415Toen Aäron dat zag, bouwde hij er een altaar voor, en kondigde af: Morgen is het feest ter ere van Jahweh!stylus2 Koningen 10:20, 2 Koningen 10:20, Leviticus 23:2, Leviticus 23:37, Leviticus 23:26En de volgende morgen droeg men brand(-) en vredeoffers op, en het volk zat neer, om te eten en te drinken, en ging zich vermaken.stylus1 Korintiërs 10:7, 1 Korintiërs 10:7, Numeri 25:2, Numeri 25:2, Handelingen 7:417Toen sprak Jahweh tot Moses: Ga naar beneden, want uw volk, dat ge uit Egypte hebt geleid, is diep bedorven.stylusExodus 32:11, Exodus 32:11, Deuteronomium 9:12, Hosea 9:9, Deuteronomium 9:128Het heeft nu de weg al verlaten, die Ik het heb voorgeschreven. Zij hebben zich een kalf gegoten, aanbidden het, brengen het offers, en roepen: Israël, dit is uw God, die u uit Egypte heeft geleid!stylusExodus 20:23, 1 Koningen 12:28, Exodus 20:3, Exodus 20:4, Exodus 20:239En Jahweh vervolgde tot Moses: Ik heb nu gemerkt, wat voor volk het is: een halsstarrig volk.stylusDeuteronomium 9:13, Exodus 34:9, Exodus 33:5, Handelingen 7:51, Exodus 33:310Laat Mij dus begaan, en mijn woede op hen koelen; Ik zal ze vernietigen en dan van u een groot volk maken.stylusDeuteronomium 9:14, Deuteronomium 9:14, Numeri 14:12, Numeri 14:12, Deuteronomium 9:1911Maar Moses trachtte Jahweh, zijn God, te vermurwen, en sprak: Ach, Jahweh, waarom zoudt Gij uw woede koelen op uw volk, dat Gij met grote kracht en sterke hand uit Egypte hebt geleid?stylusDeuteronomium 9:18, Deuteronomium 9:20, Deuteronomium 9:18, Deuteronomium 9:20, Deuteronomium 9:2612Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: "Met opzet heeft Hij hen weggeleid, om hen in de bergen te doen omkomen en hen van de aarde te verdelgen!" Laat toch uw ziedende gramschap bedaren, en trek het onheil weer terug van uw volk.stylusNumeri 14:13, Numeri 14:16, Numeri 14:13, Numeri 14:16, Deuteronomium 9:2813Gedenk toch uw dienaren Abraham, Isaäk en Israël, wien Gij bij Uzelf hebt gezworen: "Ik zal uw kroost talrijk maken als de sterren aan de hemel, en hun heel dit land schenken, dat Ik hun heb beloofd, en zij zullen het als erfdeel bezitten voor eeuwig."stylusHebreeën 6:13, Hebreeën 6:13, Genesis 12:7, Genesis 22:16, Genesis 12:714Toen kreeg Jahweh spijt over het onheil, waarmee Hij zijn volk had bedreigd.stylusJona 3:10, Jona 3:10, Jeremia 26:13, Psalmen 106:45, Jeremia 26:1315Nu daalde Moses af van de berg met de beide tafelen van het Verbond in de hand, die aan beide zijden, van voren en van achteren, waren beschreven.stylusDeuteronomium 9:15, Deuteronomium 9:15, Exodus 40:20, Exodus 31:18, Deuteronomium 5:2216Die tafelen waren Gods eigen werk, en het schrift in die tafelen gegrift, was Gods eigen schrift.stylusExodus 31:18, Exodus 31:18, 2 Korintiërs 3:3, Hebreeën 8:10, 2 Korintiërs 3:317Toen Josuë het volk hoorde joelen, zei hij tot Moses: Er is strijdrumoer in de legerplaats.stylusExodus 24:13, Exodus 24:13, Exodus 17:9, Exodus 17:9, Jozua 6:2018Maar Moses antwoordde: Dit zijn geen overwinningskreten noch kreten bij een nederlaag; maar ik hoor zingen.stylusDaniël 5:23, Exodus 15:1, Exodus 15:18, Daniël 5:4, Daniël 5:2319Toen Moses de legerplaats was genaderd, en het kalf en de reidansen zag, barstte zijn gramschap los, wierp hij de tafelen uit zijn handen en smeet ze tegen de voet van de berg aan stukken.stylusDeuteronomium 9:16, Deuteronomium 9:17, Deuteronomium 9:16, Deuteronomium 9:17, 2 Samuël 6:1420Daarop greep hij het kalf, dat ze hadden gemaakt, verbrandde het, vergruizelde het tot stof, en strooide dit op het water, dat hij de Israëlieten liet drinken.stylusDeuteronomium 9:21, Deuteronomium 9:21, Deuteronomium 7:25, 2 Koningen 23:15, Spreuken 14:1421Toen zei Moses tegen Aäron: Wat heeft dit volk u toch gedaan, dat ge het met zulk een zware schuld hebt beladen?stylusGenesis 20:9, Jozua 7:19, Jozua 7:26, Genesis 20:9, Jozua 7:1922Aäron antwoordde: Laat mijn heer niet toornig worden; gij weet toch zelf, hoe slecht dat volk is.stylusDeuteronomium 9:24, Deuteronomium 9:24, Exodus 15:24, Exodus 16:20, Exodus 14:1123Ze zeiden tot mij: Maak ons een god, die voor ons uittrekt; want we weten niet, wat er met Moses is gebeurd, den man, die ons uit Egypte heeft geleid.stylusExodus 32:1, Exodus 32:4, Exodus 32:1, Exodus 32:4, Exodus 32:824Toen sprak ik tot hen: Wie goud heeft, moet er zich van ontdoen. En ze gaven het mij; ik wierp het in het vuur, en dit kalf kwam er uit.stylusExodus 32:4, Exodus 32:4, Genesis 3:12, Genesis 3:13, Romeinen 3:1025Toen Moses zag hoe bandeloos het volk was geworden, omdat Aäron de teugels had laten schieten tot leedvermaak van hun vijanden,stylusJesaja 47:3, Jesaja 47:3, Micha 1:11, Openbaring 16:15, Micha 1:1126ging hij aan de ingang van de legerplaats staan, en riep: Wie voor Jahweh is, hierheen! Alle zonen van Levi schaarden zich om hem heen.stylusMattheüs 12:30, 2 Koningen 9:32, Mattheüs 12:30, 2 Koningen 9:32, Jozua 5:1327Hij sprak tot hen: Zo spreekt Jahweh Israëls God! Gordt allen uw zwaard aan! Trekt heen en weer de legerplaats door van de ene poort naar de andere, en slaat broeder, vriend en kennis dood.stylusNumeri 25:5, Numeri 25:5, Lucas 14:26, Lucas 14:26, Deuteronomium 33:828De zonen van Levi deden, wat Moses gelastte, en zo vielen er op die dag van het volk ongeveer drieduizend man.stylusDeuteronomium 33:9, Deuteronomium 33:9, Numeri 16:32, Numeri 16:35, 1 Korintiërs 10:829Nu sprak Moses: Ge hebt u heden aan Jahweh gewijd, iedereen ten koste van zijn zoon en zijn broeder; zo hebt ge u heden zegen verworven.stylusNumeri 25:11, Numeri 25:13, Numeri 25:11, Numeri 25:13, Zacharia 13:330De volgende dag sprak Moses tot het volk: Ge hebt een zware zonde bedreven. Maar ik wil omhoog naar Jahweh gaan; misschien dat ik nog vergiffenis voor uw zonden kan krijgen.stylus1 Samuël 12:20, 1 Samuël 12:20, Numeri 25:13, Numeri 25:13, 1 Samuël 12:2331En Moses keerde naar Jahweh terug, en sprak: Ach Jahweh, het volk heeft zwaar gezondigd; zij hebben zich een god van goud gemaakt.stylusExodus 20:23, Exodus 20:23, Daniël 9:8, Exodus 32:30, Daniël 9:1132Maar vergeef toch hun zonden, of schrap mij uit het boek, dat Gij hebt geschreven.stylusPsalmen 69:28, Psalmen 69:28, Romeinen 9:3, Openbaring 21:27, Filippenzen 4:333Jahweh gaf Moses ten antwoord: Ik schrap hem uit mijn boek, die tegen Mij heeft gezondigd!stylusEzechiël 18:4, Ezechiël 18:4, Psalmen 69:28, Deuteronomium 29:20, Psalmen 69:2834Ga nu, en leid het volk naar de plaats, waarvan Ik u gesproken heb. Zie, een engel zal wel voor u uitgaan; maar als de dag voor mijn wraak is gekomen, zal Ik hen voor hun zonden straffen.stylusDeuteronomium 32:35, Deuteronomium 32:35, Exodus 23:20, Exodus 23:20, Mattheüs 23:3535Zo kastijdde Jahweh het volk, omdat zij Aäron het kalf hadden laten maken.stylusHandelingen 1:18, Handelingen 7:41, 2 Samuël 12:9, 2 Samuël 12:10, Mattheüs 27:3