Sacrilo

enEnglishtrTürkçeesEspañolptPortuguêsfrFrançaisdeDeutschzh中文ruРусскийja日本語ko한국어viTiếng ViệtthไทยplPolskiukУкраїнськаhuMagyarcsČeštinasrСрпскиslSlovenščinasqShqiplvLatviešuetEestinlNederlandschecknbNorskdaDansksvSvenskafiSuomiitItalianoheעבריתhrHrvatskilaLatinaarالعربية

DASHBOARD

dashboardOverzichtmenu_bookLees de BijbelquizDagelijkse Quizevent_noteMijn PlannenbookmarksBladwijzers

STUDIEHULPMIDDELEN

searchZoekencompare_arrowsBijbel Vergelijking
menu_book

Exodus Hoofdstuk 29

NlCanisius1939
arrow_backVorig HoofdstukVolgend Hoofdstukarrow_forward
EXODUS

Exodus 29

1Deze handelingen moet ge aan hen voltrekken, om hen tot mijn priesters te wijden: Neem één jongen stier en twee rammen, die zonder gebreken zijn;
Hebreeën 7:26, Exodus 12:5, 1 Petrus 1:19, Hebreeën 7:26, Exodus 12:5
2daarbij ongedesemde broden en ongedesemde koeken met olie gemengd en ongedesemde offervlaas met olie bestreken, van tarwebloem bereid.
Numeri 6:15, Numeri 6:15, Exodus 12:8, Numeri 6:19, Leviticus 8:26
3Leg ze in een mand, en breng ze in die mand tegelijk met den jongen stier en de twee rammen.
Leviticus 8:26, Leviticus 8:2, Leviticus 8:31, Numeri 6:17, Leviticus 8:26
4Daarna moet ge Aäron en zijn zonen naar de ingang van de openbaringstent leiden en hen met water wassen.
Exodus 40:12, Exodus 40:12, Hebreeën 10:22, Hebreeën 10:22, Efeziërs 5:26
5Dan moet ge de gewaden nemen, en Aäron bekleden met de tuniek, de schoudermantel, het borstkleed en de borsttas, hem het borstkleed vastbinden met de band,
Leviticus 8:7, Leviticus 8:8, Exodus 28:2, Exodus 28:8, Leviticus 8:7
6de tulband op zijn hoofd plaatsen en de heilige diadeem aan de tulband bevestigen.
Leviticus 8:9, Leviticus 8:9, Exodus 28:36, Exodus 28:39, Exodus 28:36
7Dan moet ge de zalfolie nemen, die over zijn hoofd uitstorten en hem zalven.
Numeri 35:25, Leviticus 21:10, Numeri 35:25, Leviticus 21:10, Jesaja 61:1
8Vervolgens moet ge zijn zonen doen toetreden, hen met de tunieken bekleden,
Leviticus 8:13, Leviticus 8:13, Exodus 28:40, Exodus 28:40
9de gordel ombinden en de hoofddoeken omdoen. Wanneer ge zo Aäron en zijn zonen tot priesters hebt aangesteld, zullen zij de priesterlijke waardigheid bezitten als een eeuwig recht.
Numeri 18:7, Numeri 18:7, Leviticus 8:22, Leviticus 8:28, Leviticus 8:22
10Dan moet ge den stier voor de openbaringstent brengen, en Aäron en zijn zonen moeten hun handen op de kop van den stier leggen;
Leviticus 8:14, Leviticus 1:4, Leviticus 8:14, Leviticus 1:4, Exodus 29:15
11daarna moet men den stier voor het aanschijn van Jahweh aan de ingang van de openbaringstent slachten.
Leviticus 9:8, Leviticus 9:12, Exodus 29:4, Leviticus 8:15, Leviticus 1:3
12Neem dan het bloed van den stier, strijk een gedeelte daarvan met uw vinger aan de hoornen van het altaar, en stort de rest tegen het voetstuk van het altaar.
Exodus 27:2, Exodus 27:2, Leviticus 9:9, Leviticus 8:15, Leviticus 9:9
13Vervolgens moet ge al het vet nemen, dat de ingewanden omgeeft, en de kwab aan de lever, de beide nieren en het niervet, en dat op het altaar in rook doen opgaan;
Leviticus 3:3, Leviticus 3:4, Leviticus 3:3, Leviticus 3:4, 1 Samuël 2:16
14maar het vlees van den stier met zijn vel en darmen moet ge buiten de legerplaats in het vuur verbranden. Dit is het zondeoffer.
Leviticus 4:11, Leviticus 4:12, Leviticus 4:21, Leviticus 4:11, Leviticus 4:12
15Dan moet ge een van de rammen nemen, en Aäron en zijn zonen moeten hun handen op de kop van den ram leggen;
Exodus 29:19, Exodus 29:19, Exodus 29:10, Exodus 29:3, Leviticus 1:4
16ge moet den ram slachten, zijn bloed opvangen, en er aan alle kanten het altaar mee besprenkelen.
Exodus 29:11, Exodus 29:12, Exodus 29:11, Exodus 29:12
17Snijd dien ram vervolgens in stukken, was de ingewanden en poten af, en leg ze bij de andere stukken en de kop.
Leviticus 1:9, Jeremia 4:14, Leviticus 9:14, Leviticus 1:13, Leviticus 8:21
18Den helen ram moet ge op het altaar in rook doen opgaan. Het is een heerlijk geurend brandoffer voor Jahweh, een vuuroffer ter ere van Jahweh.
Genesis 8:21, Genesis 8:21, 1 Koningen 3:4, Genesis 22:13, Marcus 12:33
19Daarna moet ge den tweeden ram nemen, en Aäron en zijn zonen moeten hun handen op zijn kop leggen.
Exodus 29:3, Exodus 29:3, Leviticus 8:22, Leviticus 8:29, Leviticus 8:22
20Dan moet ge hem slachten, met zijn bloed de rechteroorlel, rechterduim en rechter grote teen van Aäron en zijn zonen bestrijken, en met het overige bloed aan alle kanten het altaar besprenkelen.
Jesaja 50:5, Jesaja 50:5, 1 Petrus 1:2, Hebreeën 9:19, Hebreeën 9:23
21Neem dan wat van het bloed, dat tegen het altaar is gesprenkeld, tegelijk met wat zalfolie, en besprenkel daarmee Aäron en de gewaden van Aäron, zijn zonen en de gewaden van zijn zonen, zodat hij en zijn zonen, alsook de gewaden van beiden zullen gewijd zijn.
Hebreeën 9:22, Hebreeën 9:22, Leviticus 8:30, Exodus 29:7, Exodus 29:1
22Vervolgens moet ge het vet van den ram nemen, met het staartvet en het vet, dat de ingewanden omgeeft, de kwab aan de lever, de beide nieren met het niervet, dat er om heen zit, en daar het een wijdingsram is, ook de rechterschenkel;
Exodus 29:13, Exodus 29:13, Leviticus 7:32, Leviticus 7:33, Leviticus 9:19
23bovendien, uit de mand met ongedesemde broden, die voor het aanschijn van Jahweh staat, één rond brood, één met olie bestreken broodkoek en één vla.
Exodus 29:2, Exodus 29:3, Exodus 29:2, Exodus 29:3, Leviticus 8:26
24Dit alles moet ge in de handen van Aäron leggen en in die van zijn zonen, en als een strekoffer voor het aanschijn van Jahweh aanbieden.
Leviticus 7:30, Leviticus 7:30, Leviticus 8:27, Leviticus 8:27, Leviticus 9:21
25Dan moet ge het uit hun handen nemen, en het op het altaar in rook doen opgaan te zamen met het heerlijk geurend brandoffer voor het aanschijn van Jahweh; het is een vuuroffer ter ere van Jahweh.
Leviticus 8:28, Leviticus 8:28, Exodus 29:41, Exodus 29:41, Leviticus 3:3
26Vervolgens moet ge het borststuk van Aärons wijdingsram nemen, en het als een strekoffer voor het aanschijn van Jahweh aanbieden. Dit zal uw deel zijn.
Leviticus 8:29, Leviticus 8:29, Leviticus 7:31, Psalmen 99:6, Leviticus 7:34
27Zo zult ge door het wijdingsram van Aäron en zijn zonen de borststukken, die als strekoffers worden aangeboden, en de schenkels, die als hefoffers worden opgedragen, heiligen;
Leviticus 10:15, Numeri 18:11, Leviticus 10:15, Numeri 18:11, Deuteronomium 18:3
28volgens een altijdgeldende wet zullen zij het deel zijn, dat de kinderen Israëls aan Aäron en zijn zonen moeten afstaan. Want het is een hefoffer, en als zodanig moet het door Israëls zonen van hun vredeoffers worden afgestaan, als een gave aan Jahweh.
Numeri 18:29, Numeri 18:24, Leviticus 3:1, Leviticus 10:14, Leviticus 10:15
29De heilige gewaden van Aäron zullen na hem op zijn zonen overgaan; daarin moeten zij gezalfd en tot priesters worden aangesteld.
Numeri 18:8, Numeri 18:8, Numeri 35:25, Exodus 29:5, Exodus 29:7
30En zeven dagen moet zijn zoon, die hem als priester opvolgt en de openbaringstent binnentreedt, zich daarmee bekleden, om de dienst in het heiligdom uit te oefenen.
Numeri 20:28, Numeri 20:28, Jozua 6:14, Jozua 6:15, Leviticus 13:5
31Het vlees van den wijdingsram moet ge op een heilige plaats koken.
Leviticus 8:31, Leviticus 8:31, Ezechiël 46:20, Ezechiël 46:24, 1 Samuël 2:13
32En Aäron en zijn zonen zullen het vlees van den ram en het brood uit de mand eten bij de ingang van de openbaringstent.
Mattheüs 12:4, Mattheüs 12:4, Exodus 29:2, Exodus 29:3, Exodus 29:23
33Zij alleen mogen het eten, omdat zij daardoor de verzoening verkregen, toen men hen tot priester aanstelde en wijdde; een leek mag er niet van eten, want het is heilig.
Numeri 18:4, Numeri 18:4, Numeri 3:10, Leviticus 22:10, Leviticus 22:13
34En zo er iets van het vlees van het wijdingsoffer of van het brood tot de volgende morgen zou overblijven, moet ge dat overschot verbranden; het mag niet worden gegeten, want het is heilig.
Leviticus 8:32, Exodus 12:10, Leviticus 8:32, Exodus 12:10, Exodus 29:22
35Voltrek dit alles aan Aäron en zijn zonen, juist zoals Ik het u heb bevolen. Zeven dagen moet ge de priesterwijding laten duren.
Leviticus 14:8, Leviticus 14:11, Exodus 29:37, Exodus 40:12, Exodus 40:16
36Iedere dag moet ge tot verzoening een stier opdragen als zondeoffer, en door uw verzoening de onreinheid van het altaar wegnemen; dan moet ge het zalven, om het te wijden.
Hebreeën 10:11, Hebreeën 10:11, Hebreeën 9:22, Hebreeën 9:23, Exodus 30:28
37Zeven dagen lang zult ge voor het altaar de verzoeningsplechtigheid verrichten, om het te wijden. Zo zal het altaar hoogheilig zijn, en iedereen, die het aanraakt, zal als iets heiligs worden behandeld.
Exodus 40:10, Exodus 40:10, Mattheüs 23:19, Mattheüs 23:19, Daniël 9:24
38Regelmatig iedere dag moet ge twee eenjarig lammeren op het altaar offeren.
1 Kronieken 16:40, Numeri 28:3, Numeri 28:8, 1 Kronieken 16:40, Numeri 28:3
39Het ene lam moet ge des morgens offeren, het andere tegen de avond.
Ezechiël 46:13, Ezechiël 46:15, Ezechiël 46:13, Ezechiël 46:15, 2 Koningen 16:15
40Bij het eerste lam behoort een issaron meelbloem, gemengd met een kwart hin gestoten olie, en een plengoffer van een vierde hin wijn.
Filippenzen 2:17, Filippenzen 2:17, Jesaja 57:6, Leviticus 23:13, Joël 2:14
41Het andere lam moet ge tegen de avond offeren. Gij moet er eenzelfde spijs(-) en plengoffer bij doen als des morgens. Het moet een heerlijk geurend vuuroffer zijn ter ere van Jahweh,
Ezechiël 46:13, Ezechiël 46:15, Ezechiël 46:13, Ezechiël 46:15, Ezra 9:4
42een bestendig brandoffer van geslacht tot geslacht, opgedragen aan de ingang van de openbaringstent en voor het aanschijn van Jahweh, waar Ik Mij aan u zal openbaren, om tot u te spreken.
Exodus 25:22, Exodus 25:22
43Daar zal Ik Mij openbaren aan de zonen Israëls, en die plaats zal door mijn glorie worden geheiligd.
1 Koningen 8:11, 1 Koningen 8:11, Ezechiël 43:5, Exodus 40:34, Maleachi 3:1
44Ik zal de openbaringstent heiligen met het altaar, en Aäron heiligen met zijn zonen, om mijn priesters te zijn.
Leviticus 21:15, Leviticus 21:15, Leviticus 22:16, Leviticus 22:9, Johannes 10:36
45Ik zal wonen te midden van Israëls kinderen en hun God zijn.
Leviticus 26:12, Leviticus 26:12, 2 Korintiërs 6:16, Exodus 25:8, 2 Korintiërs 6:16
46Dan zullen zij weten, dat Ik, Jahweh, hun God ben, die hen uit het land van Egypte heb geleid, om in hun midden te wonen: Ik Jahweh, hun God!
Exodus 20:2, Exodus 20:2, Jeremia 31:33, Jeremia 31:33, Leviticus 19:2

Andere Boeken

ExodusLeviticusNumeri+

Andere Boeken

ExodusHfst. 29
LeviticusNumeriDeuteronomiumJozuaRichteren
Alle Boekenarrow_forward
auto_storiesSacrilo

Het Woord dichterbij brengen, vers voor vers. Ontworpen voor dagelijkse bezinning en geestelijke groei.

Sacrilo

Over onsContactBijbel App

Verbinden

© 2026 Sacrilo.

PrivacybeleidGebruiksvoorwaardenCookies
auto_stories

Latest Answers

What Is the Kingdom of God?
read_more

What Is the Kingdom of God?

What Is the Final Judgment?
read_more

What Is the Final Judgment?

What Is the Bible’s View of Love?
read_more

What Is the Bible’s View of Love?

What Is Teleology in Theology?
read_more

What Is Teleology in Theology?

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?
read_more

What Is Continuous Creation (Creatio Continua)?

What Is the Lord’s Supper / Communion?
read_more

What Is the Lord’s Supper / Communion?

View Allarrow_forward