1Wanneer iemand een rund of een schaap steelt, en het slacht of verkoopt, moet hij vijf runderen vergoeden voor het rund, en vier schapen voor het schaap.stylus2 Samuël 12:6, Lucas 19:8, 2 Samuël 12:6, Lucas 19:8, Spreuken 6:312Wordt een dief bij een nachtelijke inbraak betrapt en doodgeslagen, dan treft wie hem doodt, geen bloedschuld;stylusMattheüs 24:43, Mattheüs 24:43, Mattheüs 6:19, Mattheüs 6:20, Numeri 35:273maar zo de zon reeds was opgegaan, dan treft hem die wel. De dief zal het volle bedrag moeten terugbetalen. Bezit hij het niet, dan moet hij worden verkocht, om het gestolene te vergoeden.stylusExodus 21:2, Exodus 21:2, Richteren 2:14, Jesaja 50:1, Richteren 10:74Zo het gestolene, rund, ezel of schaap nog levend in zijn bezit wordt gevonden, zal hij het dubbele moeten geven.stylusExodus 22:1, Exodus 22:7, Exodus 22:9, Exodus 22:1, Exodus 22:75Wanneer iemand bij het afweiden van veld of wijngaard zijn vee los laat rondlopen, en dit het veld van een ander afgraast, dan moet hij de hoogste opbrengst van zijn veld en de hoogste opbrengst van zijn wijngaard als schadevergoeding geven.stylusJob 20:18, Exodus 22:3, Exodus 21:34, Exodus 22:12, Job 20:186Wanneer er een vuur wordt aangestoken, om de doornen te verbranden, en het vernielt de garven, het ongemaaide koren of het hele veld, dan moet hij, die het vuur heeft aangestoken, het verbrande volledig vergoeden.stylusExodus 22:9, Exodus 22:9, Exodus 21:33, Exodus 21:34, 2 Samuël 14:307Wanneer iemand aan een ander geld of goed in bewaring heeft gegeven, en het wordt uit het huis van dien man gestolen, dan moet de dief, als hij wordt ontdekt, het dubbel vergoeden.stylusExodus 22:4, Exodus 22:4, Jeremia 2:26, Johannes 12:6, 1 Korintiërs 6:108Wordt de dief niet ontdekt, dan zal de heer des huizes voor God verschijnen en zweren, dat hij zich het goed van een ander niet heeft toegeëigend.stylusExodus 22:28, Deuteronomium 16:18, Exodus 21:6, Exodus 22:28, Deuteronomium 16:189Als er iets gestolen is, hetzij een stier, een ezel, een schaap, een kledingstuk of als er iets verloren is gegaan, en de verliezer zegt daarvan: "Dit is het", dan moet het geschil tussen beide betrokkenen voor God worden gebracht; en wien God schuldig verklaart, moet het dubbele aan den ander vergoeden.stylusDeuteronomium 25:1, Deuteronomium 25:1, Numeri 5:6, Numeri 5:7, Exodus 23:610Wanneer iemand een ezel, een stier of een schaap of wat voor dier ook, aan de hoede van een ander toevertrouwt, en het beest sterft, breekt zijn poten of wordt weggeroofd, zonder dat iemand het ziet,stylusLucas 12:48, Lucas 16:11, Genesis 39:8, 2 Timotheüs 1:12, Lucas 12:4811dan zal een eed voor Jahweh tussen hen beiden beslissen, of die ander zijn hand niet aan het goed van zijn naaste heeft geslagen; de eigenaar moet er genoegen mee nemen, en de ander behoeft niets te vergoeden.stylusHebreeën 6:16, Hebreeën 6:16, 1 Koningen 2:42, 1 Koningen 2:43, Exodus 22:812Zo het hem is ontstolen, moet hij het den eigenaar wel vergoeden.stylusGenesis 31:39, Genesis 31:39, Exodus 22:7, Exodus 22:713Is het door een roofdier verscheurd, dan kan hij het verscheurde beest als bewijs laten gelden, en behoeft hij het niet te vergoeden.stylusEzechiël 4:14, Nahum 2:12, Micha 5:8, Amos 3:12, Ezechiël 4:1414Wanneer iemand van een ander een rund te leen vraagt, en het breekt zijn poten of sterft, terwijl de eigenaar er niet bij is, dan moet hij het vergoeden.stylusExodus 21:34, Deuteronomium 23:19, Deuteronomium 23:20, Deuteronomium 15:2, Leviticus 24:1815Was de eigenaar er bij, dan behoeft hij het niet te vergoeden. Is het echter gehuurd, dan is de schade in de huurprijs inbegrepen.stylusZacharia 8:10, Zacharia 8:1016Wanneer iemand een meisje, dat nog niet is verloofd, verleidt en misbruikt, dan moet hij haar huwen en de volle bruidsprijs betalen.stylusDeuteronomium 22:28, Deuteronomium 22:29, Deuteronomium 22:28, Deuteronomium 22:29, Genesis 34:217Weigert de vader haar te geven, dan moet hij toch zoveel betalen, als de bruidsprijs voor een meisje bedraagt.stylusGenesis 34:12, Genesis 34:12, 1 Samuël 18:25, 1 Samuël 18:25, Deuteronomium 22:2918Geen tovenares zult ge in leven laten.stylusLeviticus 20:27, Leviticus 20:27, Deuteronomium 18:10, Deuteronomium 18:11, Leviticus 20:619Iedereen die een dier misbruikt zal met de dood worden gestraft.stylusLeviticus 18:23, Deuteronomium 27:21, Leviticus 18:23, Deuteronomium 27:21, Leviticus 20:1520Iedereen die aan goden offert, behalve aan Jahweh alleen, zal met de banvloek worden geslagen.stylusDeuteronomium 17:2, Deuteronomium 17:5, Deuteronomium 18:20, Deuteronomium 17:2, Deuteronomium 17:521Den vreemdeling moogt ge niet verdrukken en kwellen; want zelf zijt ge vreemdelingen geweest in het land van Egypte.stylusExodus 23:9, Deuteronomium 10:19, Exodus 23:9, Deuteronomium 10:19, Leviticus 19:3322Weduwen en wezen zult ge nimmer verdrukken.stylusJesaja 1:17, Deuteronomium 24:17, Jesaja 1:17, Deuteronomium 24:17, Jesaja 1:2323Zo ge hen toch durft verdrukken en zij vol angst tot Mij roepen, zal Ik hun schreien zeker verhoren.stylusLucas 18:7, Psalmen 10:17, Psalmen 10:18, Psalmen 18:6, Job 34:2824Mijn toorn zal ontbranden, en met het zwaard zal Ik u doden; uw vrouwen zullen weduwen worden en uw kinderen wezen.stylusPsalmen 109:9, Psalmen 109:9, Jeremia 15:8, Jeremia 15:8, Klaagliederen 5:325Wanneer gij geld leent aan een arme van mijn volk onder u, zult ge u tegenover hem niet als geldschieter gedragen, en geen rente van hem vragen.stylusLeviticus 25:35, Leviticus 25:37, Psalmen 15:5, Leviticus 25:35, Leviticus 25:3726Zo ge de mantel van een ander in pand hebt genomen, moet ge hem die voor zonsondergang teruggeven;stylusSpreuken 20:16, Spreuken 20:16, Amos 2:8, Amos 2:8, Deuteronomium 24:627want het is zijn enig kleed, de bedekking voor zijn blote lijf, waarin hij moet slapen. Als hij tot Mij roept, zal Ik hem verhoren; want Ik ben barmhartig.stylusExodus 34:6, Exodus 34:6, 2 Kronieken 30:9, 2 Kronieken 30:9, Psalmen 34:628Gij zult God niet vervloeken, en de overheid van uw volk niet verwensen.stylusHandelingen 23:5, Handelingen 23:5, Prediker 10:20, Prediker 10:20, Judas 1:829Met de eerstelingen van uw dorsvloer en perskuip zult ge niet achterstallig blijven. Den eerstgeborene van uw zonen zult ge Mij afstaan.stylusExodus 13:2, Exodus 23:16, Exodus 13:2, Exodus 23:16, Jakobus 1:1830Hetzelfde zult ge doen met uw runderen en uw schapen: zeven dagen mag het jong bij zijn moeder blijven, op de achtste dag zult ge het Mij geven.stylusLeviticus 22:27, Leviticus 22:27, Deuteronomium 15:19, Deuteronomium 15:19, Leviticus 12:331Reine mensen zult ge Mij zijn. Het vlees van een dier, dat op het veld ligt verscheurd, moogt ge niet eten; maar ge moet het voor de honden werpen.stylusEzechiël 4:14, Leviticus 19:2, Ezechiël 4:14, Leviticus 19:2, Leviticus 22:8